Wilsverklaring

Nederland was in het wereldnieuws. Vette koppen in de kranten van ieder continent, van The Montreal Gazette tot aan het Chinese staatspersbureau Xinhua. DUTCH TO LEGALIZE MERCY KILLINGS. `Nederland schrijft geschiedenis', meldde de internationale pers. The Chicago Tribune legde er de nadruk op dat Nederland het eerste land ter wereld wordt waar euthanasie legaal zal zijn. Helemaal kloppen doet dit niet, om drie redenen.

Ten eerste is de bestaande medische praktijk op het gebied van euthanasie in Nederland al enkele jaren juridisch verankerd, vooral dankzij baanbrekende arresten van de Hoge Raad. Ten tweede is van legalisering in zoverre geen sprake dat, ook als het nieuwe wetsvoorstel wordt aangenomen, de dood op verzoek bij ondragelijk en uitzichtloos lijden in het Wetboek van Strafrecht blijft staan. De strafbaarheid is dus ook straks nog regel. De legalisering heeft betrekking op het uitsluiten van strafvervolging onder zorgvuldig omschreven voorwaarden. Ten derde is Nederland nét niet helemaal uniek, want de internationale pers noemt vier andere landen waar althans iets geregeld is op dit gebied: Zweden, Denemarken, Colombia en China.

In hoofdzaak klopt de berichtgeving niettemin: de Nederlandse wetgever loopt voorop. Nu ben ik niet zo nationalistisch dat ik me op de borst pleeg te kloppen als Nederland zich weer eens als gidsland profileert, maar in dit geval moet ik bekennen dat ik een beetje trots ben op ons. Het is naar mijn diepste overtuiging een kwestie van beschaving dat het levenseinde een daad van zelfbeschikking, een individueel wilsbesluit van een met waardigheid en autonomie begiftigd mens kan en mag zijn en dat dit recht wettelijk wordt vastgelegd.

De dood op verzoek van iemand die uitzichtloos, ondragelijk lijdt, mag niet onderhevig zijn aan de willekeur van omstanders. Het behoort te allen tijde de uitkomst te zijn van een met waarborgen omgeven, doorzichtig en controleerbaar proces van besluitvorming. Ook wie tegen euthanasie is, moet de garantie hebben dat zijn wil in alle denkbare of nu nog ondenkbare omstandigheden wordt gerespecteerd en dat daar nooit andere dan strikt persoonlijke overwegingen een rol in kunnen spelen. Respect voor het individu, zowel voor de waardigheid van de patiënt als voor het geweten van de medicus, moet te allen tijde voorop staan. Dat is volgens mij ook de kern van het huidige wetsvoorstel.

Als Paars dit erdoor krijgt, dan heeft Paars zijn bestaansrecht bewezen. Dan ben ik Paars voorgoed dankbaar. Onder iedere andere coalitie zou dit namelijk ondenkbaar zijn. De christelijke partijen kennen helaas onvoldoende verdraagzaamheid om te respecteren dat andersdenkenden de vrijheid toekomt een besluit te nemen dat in strijd is met de christelijke levensbeschouwing. Dat geldt overigens niet alleen voor de confessionele partijen, maar ook voor de SP. ,,De SP zegt over de hele linie grote bezwaren tegen het wetsvoorstel te hebben'', lees ik in Trouw, ,,omdat het de mogelijkheden voor euthanasie opnieuw zou verruimen.'' Spoel het bloedrode tomatensap ervan af en een Brabantse zwartjurk grijnst je toe.

In landen waar de beschaving nog niet zo ver is voortgeschreden als hier, is zelfs het bespreekbaar maken van euthanasie nog een kwestie van burgermoed. Nergens heeft het Nederlandse wetsvoorstel zoveel aandacht gekregen als in Australië, waar toevallig een grote rel gaande is rond de arts Ph. Nitschke, die het waagt in Adelaide voorlichting over euthanasie te geven. Deelstaat-premier John Olsen heeft een verklaring tegen de arts uitgegeven, procureur-generaal Trevor Griffin bedreigt hem met strafvervolging.

Het nieuws uit Den Haag had Australië nog niet bereikt, of dokter Nitschke werd besprongen door televisiereporters die hem in de val wilden lokken. Op hoge toon vroegen zij of hij soms, net als de Nederlandse regering, ook minderjarige terminale patiënten het recht wilde geven om het moment van hun dood zelf te bepalen. Nitschke hield zijn rug recht. ,,Ik vind dat de Nederlandse regering een bijzonder moedige stap heeft gezet. Zij erkent de realiteit dat kinderen kunnen lijden aan afschuwelijke ziekten. We kunnen eenvoudigweg niet zeggen dat terminaal lijden pas met achttien jaar begint.''

In het voetspoor van de Nederlandse media heeft de hele internationale pers een hoofdzaak gemaakt van het nieuws dat euthanasie ook toekomt aan kinderen vanaf twaalf jaar, zelfs als hun ouders daartegen zouden zijn. Ik heb de indruk dat hier sprake is van een volkomen uit zijn verband gerukte presentatie. `Kind mag einde leven zelf bepalen' (deze krant), `Euthanasie op kind van twaalf mag ook' (Het Parool), `Verzet tegen kindereuthanasie' (De Telegraaf) – de koppen wekten de indruk dat het hele wetsvoorstel daarover gaat. De gretigheid waarmee de confessionele partijen hierop insprongen – alsof zij volwassenen wel het recht op euthanasie zouden gunnen, wat helaas niet waar is – laat zien dat hier sprake is van instrumenteel gebruik van de berichtgeving. Niemand kent een geval waarin doodzieke patiëntjes en hun ouders van mening hebben verschild over zoiets verdrietigs als het besluit om een einde te maken aan het lijden. Het komt eenvoudig niet voor.

De regering heeft in het wetsvoorstel over de euthanasie een analogie willen handhaven met de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, die eveneens het zelfbeschikkingsrecht vanaf twaalf jaar erkent. Kinderen vanaf twaalf jaar kunnen bijvoorbeeld toestemming weigeren voor een chemokuur, ook als de ouders die wel willen. Wie het daarmee eens is, toont zich inconsequent en zelfs hypocriet door nu ineens te beginnen over `een hellend vlak', `grensoverschrijding', `ondermijning van de verantwoordelijkheid van de ouders', zoals de christelijke partijen en De Telegraaf doen. De ophef over een strikt theoretische mogelijkheid van conflicten tussen doodzieke kinderen die naar het einde verlangen en hun ouders, lijkt me niets anders dan een poging om de voorgestelde euthanasieregeling in haar geheel verdacht te maken.

Mag, ten slotte, dit stukje dienen als de wilsverklaring waarmee ik, in geval van eventuele toekomstige wilsonbekwaamheid, eens en voor altijd aan ieder die het aangaat te kennen geef dat ik, mocht ik ondragelijk en uitzichtloos lijden, beleefd verzoek mij een zachte en waardige dood te gunnen.