SLACHTOFFERS EN DADERS VAN PESTERIJEN ZIJN EVEN ONGELUKKIG

Iedereen is op school wel eens geconfronteerd met pesten, als dader, slachtoffer of toeschouwer. Een in 1991 in ons land gehouden onderzoek wees uit dat ruim zestig procent van de basisschoolleerlingen wel eens gepest wordt. Acht procent is zelfs elke week wel eens slachtoffer. In het voortgezet onderwijs meldde twee procent van de leerlingen van de klassen 2 en 4 dat ze meer dan één keer per week worden gepest. Vergelijkbare onderzoeken in andere landen laten globaal hetzelfde patroon zien.

Pesten is gemeen. Niet voor niets maken veel scholen werk van de bestrijding ervan. De slachtoffers worden er bang, onzeker en teruggetrokken van. Hun angst en onzekerheid komen vaak tot uiting in psychische of psychosomatische klachten, zo blijkt uit menig onderzoek. Ze zijn vaker depressief, hebben een vrij negatief zelfbeeld, slapen slechter en klagen vaker over hoofd- en/of buikpijn. Twee recente onderzoeken, een Australisch en een Fins, bevestigen dit beeld (British Medical Journal, 7 augustus). De onderzoekers ondervroegen tegen de 4000, respectievelijk ruim 16.400 twaalf- tot zestienjarigen. De Finnen vonden dat slachtoffers van pesterijen anderhalf tot vier keer zo vaak depressief zijn als kinderen die nooit bij pesterijen betrokken waren geweest. Bovendien overwegen ze anderhalf tot twee keer zo vaak de mogelijkheid van zelfdoding. De hoogste scores werden genoteerd onder degenen die minstens één keer per week het mikpunt vormden.

Tot zover is er weinig nieuws onder de zon. De twee onderzoeksgroepen hebben zich echter ook over de daders bekommerd. Hoewel deze kinderen hoog in aanzien staan bij hun leeftijdgenoten en vaak nogal veel zelfvertrouwen uitstralen, is hier sprake van veel schone schijn. Daders kunnen slecht uit de voeten met hun agressie en ook slecht vriendschappen onderhouden, omdat intimidatie vaak een rol speelt in hun relatie tot anderen.

De Finse onderzoekers hebben dan ook vastgesteld dat hardnekkige pestkoppen minstens zo ongelukkig zijn als hun slachtoffers en zelfs nog vaker over zelfdoding nadenken. Hun Australische collega's vonden dat de daders van pesterijen vaker psychosomatische klachten hebben, die bovendien significant heftiger zijn, en vaker roken dan hun slachtoffers. Die gaven op hun beurt veel vaker aan dat zij zich eenzaam voelen. Wat zij ook zijn, afgaande op de tijd die zij in het gezelschap van vrienden of vriendinnen doorbrengen.

Beide onderzoeksgroepen concludeerden ook dat kinderen die vaak bij pesterijen betrokken zijn, maar afwisselend als dader en als slachtoffer, het nog moeilijker hebben. In Finland zijn deze kinderen zelfs zes keer zo vaak depressief als leeftijdgenoten die zich nooit met pesterij inlieten. De Australische onderzoekers stelden vast dat kinderen die beide rollen kennen, de negatieve gevolgen van allebei ondervinden. Stoere `bully's' zijn dus minstens zo kwetsbaar als zielige doetjes.

(Huup Dassen)