Pleitbezorger van olympisch squash

Oud-wereldkampioen Jahangir Khan (36) is een levende legende in het squash. Als de nieuwe vice- voorzitter van de interna- tionale federatie moet de Pakistaan zijn sport de olympische status bezorgen.

Zijn geheim? Eat curry every day! Jahangir Khan, voormalig wereldkampioen squash, tovert een brede grijns op zijn gezicht. De Pakistaan bleef in zijn glorietijd liefst vijf jaar en acht maanden ongeslagen, oftewel ruim 800 wedstrijden. ,,Een kwestie van toewijding en hard werken'', vertelt Khan. ,,Ik was nooit tevreden, wilde altijd nóg beter worden.''

Volgens de meeste experts is Jahangir Khan de beste squasher aller tijden. Nederlands kampioen Lucas Buit noemt hem een levende legende. ,,Het is ongelooflijk dat iemand zo lang zo dominant kan zijn. Dat kunnen alleen maar de hele groten, zoals verspringer Edwin Moses en Jahangir.''

Buit stond tot zijn spijt nooit tegenover Khan op de baan, maar zag hem wel spelen tijdens diens laatste grote wedstrijd, de WK-finale van 1993 in Karachi. ,,Jahangir had toen al wat overgewicht, maar je zag nog steeds zijn grote klasse'', vertelt Buit. ,,Hoe hij de ballen benaderde, hoe hij de hoeken gebruikte.''

Alleen insiders herkennen de grote kampioen van weleer bij het toernooi om de wereldbeker in Den Bosch. Khan is een onopvallende verschijning en heeft niet langer het lichaam van een topsporter. Boven zijn trainingsbroek valt een aardig buikje te bespeuren. Hij blijkt vijftien kilo zwaarder dan in zijn hoogtedagen. ,,Ik probeer nog elke dag te squashen, maar dat is niet te vergelijken met vroeger. Ik trainde acht uur per dag, elke dag.''

Sinds vorig jaar november is de pas 36-jarige Khan vice-voorzitter van de internationale squashfederatie WSF. Khan moet helpen squash de olympische status te bezorgen. Zo was hij onlangs op promotietour in Colombia en reist hij binnenkort naar China. ,,We denken een goede kans te maken voor de Olympische Spelen van 2004. Over de hele wereld spelen miljoenen en miljoenen mensen squash. Waarom zouden we dan geen olympische sport kunnen zijn? We zijn in februari met het bestuur bij IOC-voorzitter Samaranch geweest. Hij was enthousiast. Hij had me een keer zien spelen bij het Spanish Open van '89.''

Khan heeft geen ambitie om voorzitter van de WSF te worden. ,,Dat zou me te veel verantwoordelijkheid geven'', zegt hij. ,,Daar heb ik geen tijd voor. Ik vind deze functie mooi. Ik had me pas twee maanden voor de verkiezing kandidaat gesteld. Daarom dacht ik dat ik niet veel kans zou maken. Maar ik werd door een grote meerderheid gekozen. Ik ben blij met het respect dat de mensen voor me hebben.''

Thuis in Pakistan is Khan een volksheld. Hij heeft een erebaantje bij de nationale luchtvaartmaatschappij PIA, general manager sports. Khan moet de vele door het bedrijf gesteunde sporters uit het cricket, hockey en squash van advies voorzien. De PIA heeft in Karachi een eigen squashcentrum, vernoemd naar Jahangir. Maar Khan is er vooral trots op dat er een postzegel bestaat met zijn beeltenis. ,,Ja, ik kan in Pakistan wel over straat lopen, maar het is niet makkelijk.''

Khan is bij het toernooi in Den Bosch ploegleider van Pakistan. Omdat hij in zijn hoedanigheid als bestuurder toch aanwezig zou zijn, werd hem gevraagd die taak erbij te doen. Het is op zich al opmerkelijk dat Pakistan meedoet omdat het een evenement is met gemengde ploegen (twee mannen en een vrouw). In het islamitische Pakistan wordt het niet erg op prijs gesteld dat vrouwen aan sport doen. Er wordt wel een nationaal squashkampioenschap georganiseerd. De laatste kampioene, Bushra Haider, speelt mee in Nederland. Het is voor het eerst dat een Pakistaans meisje aanwezig is bij een internationaal toernooi. De spillenpoot verliest al haar partijen met ruime cijfers. ,,Ze heeft weinig ervaring'', constateert Khan, zelf vader van een dochter. ,,We vonden het belangrijk om hier mee te doen. Want Pakistan is een toonaangevend squashland.''

Ruim vijftien jaar lang stond er een Pakistaan op de eerste plaats van de wereldranglijst, eerst Jahangir en daarna de zes jaar jongere Jansher Khan. Hun onderlinge ontmoetingen zijn legendarisch. Ze speelden 37 keer tegen elkaar: Jahangir won achttien keer, Jansher negentien. ,,Maar ik heb de meeste belangrijke partijen gewonnen'', vindt Jahangir. In 1988 versloeg hij zijn landgenoot in de WK-finale in de Amsterdamse RAI. Aan de eerste slagenwisseling leek destijds geen einde te komen. ,,Die duurde ruim acht minuten'', herinnert Jahangir zich nog.

Met de opvolging van de twee Khans is het niet zo goed gesteld. Weliswaar maken elf Pakistanen momenteel deel uit van de top-100, de hoogstgeplaatste, Amjad Khan – een neef van Jansher – staat slechts dertiende. ,,Er zijn talenten genoeg, maar zij werken niet zo hard als wij hebben gedaan. Om de nummer één te kunnen worden moet je fitter en sterker zijn dan de rest'', zegt Jahangir Khan.

Zelf won hij op 15-jarige leeftijd in 1979 als ongeplaatste speler het WK voor amateurs. Een gebrek aan kundige begeleiders en speelruimte speelt het land tegenwoordig parten. In heel Pakistan (140 miljoen inwoners) liggen maar 370 squashbanen en die zijn meestal ook nog eigendom van eliteclubs. Ter vergelijking: Nederland heeft 1.666 banen, Australië 4.600 en Engeland 8.666.

Jansher Khan is het voorbeeld van iemand die ondanks zijn eenvoudige komaf toch squashspeler wist te worden. Blessures aan zijn kniëen zorgden ervoor dat hij vorig jaar zijn eerste plaats moest opgeven en zelfs uit de top-100 viel. Hij wil echter echter nog een keer proberen de beste van de wereld te worden. ,,Dat moet kunnen lukken'', denkt zijn oude rivaal Jahangir Khan. ,,Het niveau van het squash is niet zo hoog als vroeger. Maar het gaat er om hoe het hier zit. In je hart. Ben je echt nog wel hongerig? Ik ben zelf vrij vroeg gestopt. Ik heb mijn hart gevraagd wat ik moest doen. En dat zei dat ik er beter maar mee kon ophouden.''

    • Hans Klippus