Nieuwe kans voor Erbakan in Turkije

Door een akkoord tussen de Turkse regering en de moslim-fundamentalistische Partij van de Deugd is een terugkeer in de actieve politiek van de nestor van het Turkse fundamentalisme, Necmettin Erbakan, niet langer uitgesloten.

Het Constitutionele Hof bepaalde vorig jaar dat Erbakan, die de zeventig inmiddels is gepasseerd, vijf jaar niet aan politiek mocht doen omdat zijn (inmiddels verboden) moslim-fundamentalistische Welvaartspartij het seculiere bestel van Turkije zou ondermijnen.

De volte-face van premier Ecevit en de zijnen met betrekking tot Erbakan vindt zijn oorsprong in de kwestie van de privatisering van staatsbedrijven. De Turkse regering ziet privatisering als een probaat middel om de economie uit het slop te halen. De verkoop van kwakkelende staatsbedrijven is een goede manier, aldus de regering, om buitenlandse investeringen Turkije binnen te halen.

Om een juridisch kader voor de privatisering te scheppen, moest echter de Turkse grondwet worden gewijzigd. Dat vereist een tweederde meerderheid in het parlement. De regeringspartijen hebben die niet en dus moesten zij een dialoog aangaan met de moslim-fundamentalische Partij van de Deugd, de opvolger van de verboden Welvaartspartij. Die liet weten het amendement op de grondwet slechts te steunen als de wet op de politieke partijen zou worden veranderd, met name op het punt van de politieke verboden. Daarover werd men het eens, waarna het parlement gisteren het amendement over privatisering aannam.

In de nieuwe versie van deze wet op politieke partijen wordt het politieke `ballingen' als Erbakan toegestaan om als onafhankelijk, niet-partijgebonden parlementariër zitting te namen in de volksvergadering. Daarmee lijkt een terugkeer van Erbakan in de actieve politiek nog slechts een kwestie van tijd. Overigens mag Erbakan ook in de nieuwe versie van de wet voor de periode van zijn politieke verbod geen partij oprichten of lid worden van een reeds bestaande politieke partij.

Aller ogen in Turkije zijn nu gericht op de Partij van de Deugd. Als een voldoende aantal parlementariërs van deze partij zijn zetel ter beschikking stelt, moeten er volgens de Turkse grondwet deelverkiezingen worden gehouden. Als Erbakan zich kandidaat zou stellen in een van de bastions van het moslim-fundamentalisme keert hij vrijwel zeker direct terug in het parlement. De Partij van de Deugd heeft zich er overigens steeds op laten voorstaan dat zij liberaler is dan de Welvaartspartij. Leiders van de Deugd ontkennen dat Erbakan van achter de schermen de partij leidt. Hij was slechts, zoals een van hen het uitdrukte, een ,,oude, wijze oom, waar Turkije er erg veel van heeft''.

Het politieke vergelijk laat zien dat de angst van het seculiere establishment voor het moslim-fundamentalisme is afgenomen. Het teleurstellende resultaat van de Partij van de Deugd in de parlementsverkiezingen van april is daar vrijwel zeker een belangrijke oorzaak van. Veel seculiere Turken waren bang dat de Partij van de Deugd de grootste partij van Turkije zou worden. Zij werd echter voorbijgestreefd door de links-nationalistische DSP van premier Ecevit en de ultra-nationalistische MHP.