Muzikale breuk met de `superbands'

Na vijf jaar onderzoek promoveerde Martijn Voorvelt op de Britse post-punk, een explosie van bands die braken met de verstikkende muzikale conventies van de jaren zeventig. ,,De melodie van de liedjes verdween.''

,,De post-punk betekende een bevrijding van de muzikaal verstikkende jaren zeventig. Voor 1977 speelde alles wat experimenteel was zich ondergronds af en 95 procent van de uitgebrachte platen was afkomstig van maar vier of vijf platenmaatschappijen. De samenkomst van de punkscene, het modernisme van de kunstacademies en de steeds grotere beschikbaarheid van goedkope, kleine geluidsapparatuur zorgde tussen het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig voor een enorme explosie van experimentele bands. Uit die periode zijn allemaal nieuwe muziekstromingen voortgekomen.''

Dat er nog nooit iets academisch geschreven is over het muzikale belang van de post-punk beweging, was Martijn Voorvelt (Amsterdam, 1967) al opgevallen toen hij nog musicologie studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Dus verhuisde hij na zijn afstuderen vijf jaar geleden naar het Britse Wakefield nabij Leeds om aan het University College Bretton Hall de muziek van groepen als Throbbing Gristle, Wire, Test Department, Art Bears en Psychic TV aan nader wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. Eind juli promoveerde hij op zijn proefschrift `Britse post-punk; experimentele popmuziek van 1977 tot 1983'. De opkomst van de post-punk betekende volgens Voorvelt een breuk met de muzikale conventies van de `superbands' uit de jaren zeventig. ,,Eén van de belangrijkste kenmerken van de post-punk was dat de melodie van de liedjes verdween'', vertelt hij. ,,Het achtergrondgeluid kwam naar voren, iets dat je ook hoort in de dansmuziek van nu. Aan de andere kant werden er geheel nieuwe liedstructuren ontwikkeld die niets meer te maken hadden met de traditionele couplet-refrein structuur. Als je bijvoorbeeld luistert naar het nummer Horizontal Hold van This Heat dan is dat muzikaal gezien een vreselijk raar ding. Je hoort nog wel rock maar de vorm is totaal anders. Het nummer bestaat uit zeven secties die allemaal een ander tempo en ritme hebben, en die zo achter elkaar gezet zijn dat het nummer als geheel symmetrisch is. Het heeft niets meer met een gewoon liedje te maken.''

De experimentele muziek uit de post-punk periode is nooit populair geweest bij een groot publiek, erkent ook Voorvelt. Toch heeft het genre volgens hem een enorme invloed gehad op de verdere ontwikkeling van de popmuziek. ,,Vooral in de tweede helft van de post-punk periode zijn er meerdere stijlen ontstaan, die later tot stijlconventies zijn uitgegroeid'', aldus de musicoloog. ,,Live-mixen en het gebruik van loops zijn bijvoorbeeld technieken die in die tijd zijn uitgevonden. Die methoden zijn nu helemaal ingeburgerd in de dansmuziek. Techno-bands als Nitzer Ebb, Front 242 en Underworld zijn in wezen uitvloeisels van de post-punk. Ook het weghalen van de drumbeat waardoor je een softer en ruimtelijker geluid krijgt, is ontstaan in het begin van de jaren tachtig. Diezelfde techniek hoor je nu terug in de ambient-house.''

Maar er zijn ook experimenten geweest die het tijdperk van de post-punk niet hebben overleefd. Voorvelt: ,,Bands als PiL en The Cocteau Twins introduceerden een nieuw geluid met vooral hoge en lage tonen maar nauwelijks iets daartussenin. Dit verstoren van de mixproporties is een stijlconventie geworden in de new wave. Je hoorde het terug bij bands uit de jaren tachtig als U2 en The Simple Minds, maar daarna is het verdwenen. Het was blijkbaar toch geen vruchtbaar muzikaal pad.''

Voorvelts onderzoek concentreert zich op diepgravende analyse van muziekstukken.Hij onderscheidt zich daarmee van de schaarse Nederlandse onderzoekers van popmuziek zoals de vorig jaar aangestelde `pop-professor' René Boomkens, die het fenomeen vooral bestuderen vanuit een sociologische of filosofische hoek. De puur musicologische benadering van popmuziek is in Groot-Britannië en de Verenigde Staten al jaren gemeengoed, maar geldt in Nederland als vrij nieuw.

,,In Nederland wordt voornamelijk nog traditionele musicologie bedreven die zich richt op klassieke muziek'', zegt Voorvelt. ,,Die vorm van musicologie is er op uit aan te tonen hoe goed een componist wel niet is, hoe knap hij een stuk in elkaar gezet heeft. Er wordt gekeken naar hoe een componist een thema ontwikkelt en hoe hij omgaat met bijvoorbeeld de sonatevorm of tonaliteit.''

,,Bij het analyseren van popmuziek gaat het er echter niet om de genialiteit van de liedjesschrijver te bewijzen. Veel belangrijker is wat de muziek doet met de luisteraar. Popmuziek is niet een object dat vast zit in een partituur en aan de hand van geschreven noten bestudeerd moet worden. Het gaat niet zo zeer om de toonhoogte of de melodie als wel om de sound, de ritme-ontwikkeling en zelfs de houding van de musici. Vooral sound is misschien wel belangrijker dan melodie. Het is het oppervlak van de muziek, het eerste aspect van de muziek dat je treft als je er naar luistert. Je hoeft maar een fractie van een muziekstuk te horen om te weten of het klassiek is of jaren negentig techno of vijftiende eeuwse kerkmuziek. Toch is sound als muzikale parameter pas ontdekt in de twintigste eeuw. En in de academische wereld is die ontdekking zelfs nu nog niet doorgedrongen.''

Inl. over het proefschrift via marvoor@dds.nl.