Liefde op het eerste gezicht

e hoort het opvallend vaak uit de mond van Macintosh-gebruikers van het eerste uur. Dat het liefde was op het eerste gezicht. Dat kan geen toeval zijn.

Ted Young bijvoorbeeld, hoogleraar in de technische natuurkunde aan de TU Delft: ``Ik ben begonnen met computers te werken in 1964. Voordat ik de Macintosh tegenkwam, heb ik met tien verschillende computers gewerkt. In 1982 wist ik dat de microcomputer in opkomst was, en ik had gehoord dat er een nieuwe computer was die anders was dan de rest. Toen ik in 1984 op werkbezoek was in Californië, ging ik naar een Mac-winkel in Palo Alto. Zodra ik 'm zag kreeg ik ideeën voor mijn lessen in het vak signaalverwerking. Ik had nog nooit zoiets gezien, je had absoluut geen handleiding meer nodig.''

De Mac kwam in 1984 op de markt, na een ontwikkelingsprogramma bij Apple onder leiding van Steve Jobs, een van de oprichters van het bedrijf. Het was niet de eerste computer die met de muis werd bediend (eerder had Apple de `Lisa' gelanceerd), wel de eerste succesvolle. De muis, en het scherm met de klikbare afbeeldingen, waren niet bedacht bij Apple, maar waren afgekeken van een experimenteel systeem bij Xerox. De Macintosh, genoemd naar een populair appelras, werd de markt op geholpen met een reclamespot waarin IBM werd afgeschilderd als Big Brother, pc-gebruikers als zombies en de Mac als bevrijder. `Insanely Great,' was Apples eigen kwalificatie.

Ook Willem Hage was onmiddellijk bekeerd. ``Tot 1984 had ik een Commodore 64, maar het grafische gedeelte daarvan was onvoldoende. Voor mijn werk moet ik veel tekenen; dat kon niet op een C64, maar wel op een Macintosh. Natuurlijk was een Mac duur, 6.000 of 8.000 gulden, maar wat is duur als het systeem doet wat het moet doen? Wat is goedkoop als een goedkoop systeem niet doet wat je wilt?''

De eerste Macs hadden een werkgeheugen van 128 kB, geen harde schijf, en een diskettedrive van 3,5 inch - voor de kleine, in hardplastic gevatte schijfjes die nu standaard zijn geworden. Het uiterlijk was revolutionair: een rechtopstaand model met ingebouwde monitor. Het kleine maar haarscherpe grafische scherm in zwartwit, nagenoeg vrij van flikkering door de hoge frequentie waarmee het beeld werd ververst, maakte diepe indruk. ``Dit was de eerste computer die zo klein was èn zo krachtig; je kon 'm letterlijk omarmen'', zwijmelt Young. ``Men was op zoek naar een computer die user-friendly was; maar deze was zelfs user-cuddly.'' Knuffelbaar, of aaibaar, dat is het woord.

Liesje Swane was er wat later bij, maar deed het meteen goed. ``Ik kocht in 1989 een Mac met een onfatsoenlijk grote harde schijf van 40 MB. Daarmee was ik benijdenswaardig. Voordien had ik mijn Apple II gebruikt op het sportcentrum waar ik een pr-functie had. Ze haspelden daar met de boekhouding, en ik sjouwde elke dag mijn Apple heen en weer naar het werk om een schaduwboekhouding te draaien. Daarnaast schreef ik in Basic programmaatjes om plaatjes te vertonen. Op de Mac heb ik altijd het magazine gemaakt voor de club van Apple-gebruikers, Het Klokhuis (geen verband met het gelijknamige televisieprogramma - HB). De gemeenschap rond Apple was net een grote familie.''

``Wat een beetje tegenviel'', vindt Swane, ``was dat je niet meer goed zelf kon programmeren. Je werd meer een gebruiker van standaard software.'' Hage is het daar niet mee eens. ``Als je 'm moet programmeren is dat goed te doen. Maar je moet alleen programmeren als je een taak hebt uit te voeren waar dat voor nodig is. Niet programmeren om te programmeren.'' En de Mac, bedacht als computer for the rest of us, ging vanaf het begin vergezeld van volop kant-en-klare software, zodat programmeren inderdaad minder nodig was.

Hage benadert zijn computer rationeel en verdoet zijn tijd niet met nostalgische gevoelens. ``Soms denk ik wel eens, ik zou wel weer een programmaatje willen schrijven, maar meestal is het niet echt nodig. M'n oude Macje staat nog wel op zolder maar ik denk dat-ie het niet meer goed doet. Hij zou niet vooruit te branden zijn. Nee, daar zie ik geen heil in.''

Zowel Ted Young als Liesje Swane heeft iets met de compactheid van de oer-Mac. Apple heeft het alles-in-één-doos-concept na enige tijd verlaten; de Macs kregen aparte monitoren en systeemkasten en leken voor de oppervlakkige toeschouwer net pc's. Het laatste model van Apple, de iMac, is veel groter dan de Macintosh van 1984, maar heeft wederom alles in één behuizing en is zodoende omarmbaar. Weer is de vormgeving afwijkend van de grijze massa: gedeeltelijk doorzichtige kast, nadrukkelijke kleuren, een merkwaardige ronde, platte muis.

Young: ``Steve Jobs is altijd heel koppig geweest. Hij heeft veel visie, maar is daar dan ook niet van af te brengen, ook niet voor kleine verbeteringen. De muis van de Mac mocht bijvoorbeeld geen twee knoppen krijgen.'' In de iMac vind je volgens Young Jobs' arrogantie ook terug. De reset-knop, voor als de computer vastloopt, is een gaatje waar je met een verbogen paperclip in moet prikken. Die voorziening zou toch bijna nooit nodig zijn. Maar bij Young is het elke week raak. Er zijn externe bedrijven die daar een hulpstuk voor op de markt brengen. ``De muis van de iMac is afschuwelijk onhandig, maar gelukkig kun je die vervangen door een alternatief model van een ander bedrijf. Er wordt zelfs gefluisterd dat Jobs zulke dingen expres doet, zodat er een markt blijft voor andere bedrijven dan Apple zelf.''

Liesje Swane heeft zich intussen gestort op het ontwerpen van webpagina's. Hoewel dat, geheel in de geest van de Macintosh, tegenwoordig kan door de verlangde onderdelen van een pagina met de muis te `plakken' en te plaatsen in het vlak van de pagina in wording, heeft zij zich de opmaaktaal HTML eigen gemaakt. ``Mijn zoon heeft me dat geleerd. Hij was streng voor me, en zei: je leert eerst maar het met de hand te doen. Inmiddels gebruik ik geavanceerde software en doe ik het met klikken en slepen, waarna het programma de HTML-code genereert. Maar de HTML voor de pagina's die ik heb gemaakt, kan ik lezen en die neem ik altijd helemaal door. Zo is het toch een beetje programmeren gebleven. Dat ligt me wel.''