Indische Nederlanders op zoek naar hun wortels

Indische Nederlanders zijn geen opvallende minderheid meer. Juist daardoor groeit de belangstelling voor hun verleden en identiteit. Maar wat is Indisch en wat niet?

Met meer dan anderhalf miljoen mensen is het de grootste, maar ook de minst uitgesproken minderheid van Nederland. De Indische Nederlanders (om in koloniale termen te spreken: Indo-Europeanen) zijn het product van drie eeuwen Nederlands-Indonesische huwelijken. In het postkoloniale Nederland zijn ze inmiddels zo geïntegreerd dat ze lijken op te lossen in de multiculturele samenleving van de jaren negentig.

Morgen gaat voor het eerst de vlag uit om te herdenken dat er met de overgave van Japan op 15 augustus 1945 pas echt een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Want met het verdwijnen van de Indische Nederlanders als aparte bevolkingsgroep neemt de belangstelling voor en de erkenning van het Indisch verleden toe. Voortaan heeft 15 augustus dezelfde status als 4 en 5 mei, zo besliste het kabinet in april. En wie volgend jaar het Indisch Monument in Den Haag bezoekt, kan rechts afslaan, het pad langs de vijver volgen en de helling oplopen naar het Indisch Herinneringscentrum aan de rand van het Van Stolkpark.

,,Met het openstellen van het Indische Huis in 2000 hebben de migranten van de eerste generatie eindelijk een eigen plek in Nederland'', zegt Edy Seriese. Ze is directeur van het Indisch Wetenschappelijk Instituut en verantwoordelijk voor alles wat met de inhoud van het herinneringscentrum te maken heeft. ,,Maar het moet ook een plaats worden waar mensen die het Indische verleden niet hebben meegemaakt, een idee kunnen krijgen hoe het was. We willen het verleden niet reconstrueren, maar suggereren. De oorlog neemt hierbij een centrale plaats in. Om te kunnen overleven, pasten mensen zich aan. Dat is iets wat Indische Nederlanders altijd hebben gedaan, en nu nog doen. De oorlog is daarmee een metafoor voor de overlevingsstrategieën van volkeren binnen vreemde culturen.''

,,Steeds meer mensen van de derde generatie gaan op zoek naar hun Indische wortels'', zegt Esther Captain. Voor haar afstudeerscriptie analyseerde ze de dagboeken van de Nederlands-Indische mensen in de interneringskampen, en na haar studie schreef ze een boek dat was gebaseerd op interviews. ,,Voordat ik het wist was ik mijn eigen verleden aan het oplepelen.'' Voor haar promotieonderzoek vergelijkt ze nu dagboeken van Indische geïnterneerden met de memoires van na de oorlog. Het onderwerp bedrukt haar wel eens, zegt ze. ,,Eigenlijk bezit ik niet eens de woorden, de taal, om de goede vragen te stellen aan het verleden. Per slot van rekening ben ik opgegroeid als Nederlander. Maar ik ben óók Indisch. Om de verhalen uit Indië te kunnen opschrijven, moet ik er helemaal inspringen.''

Edy Seriese werd in 1950 in Nederland geboren en daarmee van de tweede generatie. ,,Maar mijn moeder was zwanger toen ze naar Nederland kwam. Ik ben dus dáár verwekt.'' Daar waar de eerste generatie probeerde om zo geruisloos mogelijk in de Nederlandse samenleving op te gaan, merkte de tweede generatie in de jaren zeventig en tachtig dat de `witte' Nederlanders hen desondanks nog steeds als `anders' beschouwden.

Seriese: ,,De eerste generatie heeft vooral geprobeerd te overleven. De tweede generatie ging vragen stellen: wie ben ik?'' Meteen gevolgd door: en wat ben ik allemaal niet?

Esther Captains overgrootvader liet zich in 1885 op Java als `Europeaan' registreren. Esther is van de derde generatie in Nederland. Ze werd geboren in 1969 in Uden uit een Indische vader en een Nederlandse moeder. ,,Mijn vader heeft vanaf de jaren vijftig vooral geprobeerd om Nederlander, om wit te zijn. Bij zijn generatie zie je dat de geruisloze integratie zijn keerzijde heeft gehad. Stress op het werk, slechte relaties. Mijn vader realiseert zich dat. Nu is hij samen met mij op zoek naar zijn identiteit.''

Edy Seriese: ,,Ik heb mijn hele jeugd het gevoel gehad dat ik niet wist wat de Nederlanders écht van mij verwachtten. Het was net alsof er een geheime code bestond die alleen de witte Nederlanders kenden.'' Esther Captain: ,,Jij wist niet goed hoe je Nederlands moest zijn. Ik wist niet hoe ik Indisch moest worden.''

Maar wat is Indisch, en wat niet? De Nederlands-Indische cultuur in Indonesië was vooral een mengcultuur. Bovendien heeft het woord `Nederlands-Indisch' in Nederland zijn betekenis verloren. De migranten van de eerste generatie wensten helemaal geen onderscheid te maken tussen henzelf en de Nederlanders. `Indisch' was vooral niet Indonesisch: de term onderscheidde hen – een gemengde, halfblanke middenklasse – van de inlandse bevolking. Esther Captain: ,,In de koloniale maatschappij was het duidelijk wat er onder Indisch verstaan werd. Maar hoe je `Indisch' zou moeten omschrijven in de postkoloniale samenleving is veel ingewikkelder.''

Soms ook zijn het de `witte' Nederlanders die het moeilijk maken voor de derde generatie om hun Indische identiteit te profileren. Esther Captain: ,,Laatst gaf ik een lezing in Delft. `Maar je ziet er helemaal niet Indisch uit', zei iemand. Dat brengt je op de één of andere manier weer aan het twijfelen.'' Edy Seriese: ,,Dat was juist troostend bedoeld, joh, zo van: je hoort er helemaal bij, wij zien helemaal niets aan je. Maar ze zien het heus wel.''

Vroeger zat Esther Captain in een Indonesische dansgroep. Ze trok een sarong aan en knoopte haar lange zwarte haar in een knot. Dat haar heeft ze inmiddels afgeknipt. ,,Ik heb er een tijd over gedaan om me te realiseren dat ik me niet hoef te gedragen naar de stereotypen die over Indische mensen bestaan, zoals elegant, mysterieus, teruggetrokken en bescheiden.'' Edy Seriese: ,,Het vervelende van stereotypen is, ze zijn ook wáár. De tweede generatie wilde juist nooit aan die stereotypen voldoen.''

Esther Captain: ,,En gek genoeg heb je ze op een bepaalde manier nodig om Indisch te kunnen zijn. Want terug naar Indië, dat kan niet. Die wereld is verdwenen.''