Het raam naar de Iraanse droomtuin is dichtgegooid

Het Iraanse parlement heeft de weg naar meer politieke openheid geblokkeerd. Maar de samenleving accepteert dat niet. Zij wil meer vrijheid en openheid zonder dat haar moslimcultuur daardoor wordt aangetast.

Qassems móet zijn hart luchten tegen een buitenstaander. En hem vragen of er misschien toch nog enige hoop is voor hemzelf en zijn geliefde Iran. Een retorische vraag waarop hij geen antwoord verwacht. Maar die vraag geeft wel aan hoe wanhopig hij is.

Hij heeft net gehoord dat het Iraanse parlement een compromis heeft verworpen tussen conservatieven en hervormingsgezinden om Iran iets democratischer, iets opener te maken – en daarmee de kans dat het in februari te kiezen parlement wat hervormingsgezinder zou zijn. De bijna almachtige Raad van de Wachters, het uiterst conservatieve orgaan van zes hooggeplaatste theologen en zes eminente juristen, zou namelijk voortaan schriftelijk rekening en verantwoording moeten afleggen waarom bepaalde kandidaten ongeschikt waren om aan de parlementsverkiezingen deel te nemen. Bovendien zouden de afgewezenen tegen hun uitspraak hoger beroep kunnen aantekenen. De Raad zou wél nog steeds moeten controleren dat alle kandidaatsparlementariërs voor het ambt `competent' waren en alle door het parlement aangenomen wetten overeenkomstig de grondwet en de conservatieve uitleg van de islam.

Bij voorgaande verkiezingen had de Raad van de Wachters veel kandidaten, waaronder zelfs hoge geestelijken, zonder uitleg of verklaring als ongeschikt afgewezen. Zo werden vorig jaar oktober 214 van de 400 kandidaten voor de 86 man tellende Vergadering van Deskundigen (die de Hoogste Leider benoemt of afzet) al bij voorbaat gediskwalificeerd. Vooral aanhangers van president Khatami. Deze wil de Islamitische Republiek in stand houden door haar instellingen aan te passen aan de vereisten van de moderne tijd.

De verwachting was dat het parlement met dat compromis akkoord zou gaan. Maar een week geleden sprak de Opperste Leider, Ayatollah Khameneï, zich uit vóór handhaving van de macht van de Raad van de Wachters. En dus schitterden 80 onafhankelijke parlementsafgevaardigden die de laatste tijd met de hervormingsgezinden meestemden, woensdag door afwezigheid.

De wet, die de absolute macht handhaaft van de Raad van de Wachters, werd met 116 tegen 60 stemmen en 13 onthoudingen aangenomen. Een pro-Khatami-krant, een van de weinige die ontsnapt is aan de repressieve maatregelen van de afgelopen maanden tegen kranten, uitgevers en journalisten, schreef dat minder dan 43 procent van de parlementsleden vóór had gestemd. De krant vroeg zich af: ,,Wat is de toekomst van de Islamitische republiek die zonder het volk naar de toekomst gaat?''

Een maand geleden schreeuwden boze studenten in Teheran: ,,Of islam en de wet, of een nieuwe revolutie!''. Velen vergeleken de taferelen van toen met de Islamitische Revolutie van 1978/'79. Maar daar was geen sprake van. Omdat slechts duizenden de straat opgingen om te protesteren tegen het gebrek aan vrijheid, en niet honderdduizenden zoals twintig jaar geleden. En omdat eigenlijk niemand een revolutie wil, ook niet de ontevreden en zeer boze jongereren.

Het merendeel van hen, na de Islamitische Revolutie van 1979 geboren, vertoont geen van de revolutionaire neigingen van hun ouders. Zij worden niet gedreven door de links-seculiere of de radicaal-islamitische motieven van destijds. Zij willen niet anders dan een beter leven, het recht om zich vrij te uiten en kranten te lezen die niet alleen het regeringsstandpunt verkondigen. Zij willen reizen, ook naar het vervloekte Amerika. En zij willen naar Westerse popmuziek luisteren. Al vijf jaar geleden vroeg een functionaris van het ministerie van Islamitische Begeleiding mij om advies hoe men de `culturele aanval' van het Westen kon tegenhouden. Misschien door islamitische popmuziek?

Die `normaliseringstrend' begon tien jaar geleden, na afloop van de zo vernietigende Eerste Golfoorlog tegen Irak. Als gevolg van de urbanisering en de modernisering van Iran werden de jongeren het tegendeel van `de islamitische jeugd' die de Islamitische Revolutie dacht te kunnen vormen. Niet alleen stroomden de afgelopen twintig jaar miljoenen mensen van het platteland naar de steden, maar ook op het platteland drong de stedelijke cultuur door. In de dorpen waar vroeger absoluut niets te beleven viel en de plaatselijke mullah, zoals vroeger in Limburg meneer pastoor, alles voor het zeggen had, deden verharde wegen, kranten, gezondheidscentra, elektriciteit, middelbare scholen, badhuizen en televisietoestellen hun entree. Want het regime had zich tot taak gesteld zoveel mogelijk hulp te bieden aan de mustazafin, de verworpenenen op aarde en de ruggegraat van de Islamitische Revolutie.

Zij kregen een voorkeursbehandeling bij het middelbaar en hoger onderwijs. Het aantal studenten verdrievoudigde binnen twintig jaar tijd. De jongeren van lage komaf kregen gemakkelijk toegang tot het hoger onderwijs waar zij kennis maakten met nieuwe ideeën. Daardoor veranderde, met name in de dorpen, de sfeer van absolute gehoorzaamheid aan de vaders, de mullahs en de onderwijzers. Het traditionele respect voor de ouderen maakte plaats voor eerbied voor scholing en deskundigheid.

Blijkens de volkstelling van 1996 had slechts een van de 12,2 miljoen huishoudens geen televisie in huis. 83 procent van de jongeren blijkt in hun vrije tijd naar de televisie te kijken, slechts vijf procent naar de religieuze programma's die de staatstelevisie in overvloed aanbiedt. En van de 58 procent die boeken leest, heeft slechts zes procent belangstelling voor religieuze literatuur.

In vrijwel alle islamitische landen nemen ontevredenen hun toevlucht tot de radicale islam om hun gehate overheden omver te gooien. In Iran gebeurde het omgekeerde. Daar snakken de ontevreden jongeren naar normaliteit, minder dwang en meer openheid. Niet om het systeem te veranderen, maar om het bij te stellen. Men wil zijn islamitische cultuur combineren met individuele vrijheid en meer democratie. Het politieke boegbeeld van dat streven werd president Khatami.

Zij die op grond van hun politieke en financiële belangen een verandering van de maatschappelijke status quo levensbedreigend vinden, doen alles om Khatami en zijn aanhang uit de weg te ruimen. Maar dat is vrijwel onmogelijk. Te veel Iraniërs staan op dit moment achter hem. Daarom zal Khatami volgens Gholam-Ali, één van zijn aanhangers en een onverbeterlijke optimist, bij de komende verkiezingen zo veel kandidaten stellen dat het de Raad van de Wachters onmogelijk wordt gemaakt om hen allen ongeschikt te verklaren.

Maar zijn vriendin Setareh, een journaliste die het niet meer ziet zitten, beschrijft door haar afgeluisterde telefoon de situatie als volgt: ,,Het is hier veertig graden, heel droog, heet en onplezierig vanwege de luchtverontreiniging. We wachten op beter weer, net zoals we op de Mahdi wachten. Misschien komt die over zes maanden. Maar ik ben daar niet zeker van. Ik verwacht iets verschrikkelijks. Dat het wordt als in Afghanistan.''

Haar collega Safa is cynischer. ,,De anderen weten dat zij al hun zetels kwijt zullen raken. Daarom proberen ze ons monddood te maken en de kranten te sluiten. Ze zijn sterker. En ze proberen alle hoop bij ons weg te nemen, opdat we onverschillig worden. Ze zullen de kandidatuur van bepaalde mensen verbieden. En wij zullen dan allen naar huis gaan en zwijgen.''

Haar linkse vriendin Parivash, eens voorvechtster van de Islamitische Revolutie die tegen het imperialisme streed, zegt: ,,Ik en mijn vrienden zijn heel erg ongelukkig. De ene dag vergeet je je angst, de andere dag ben je weer bang. Dat is het grote verschil met drie jaar geleden. Toen dacht je: `Je kan het geluk wel vergeten'. Daarna was het alsof er een raam openging naar een prachtige tuin, heel dichtbij. Maar vervolgens probeerde iemand dat raam dicht te doen. Veel mensen duwen nu tegen dat raam. En het gaat het erom wie de meeste kracht heeft. Dat maakt de situatie zo gevaarlijk. Het is alsof er twee karren op een smalle weg rijden, elk de andere kant op. Je hebt ze niet in de macht en je weet zeker dat het tot een botsing komt.''