Het Duitse geweten

Ignaz Bubis vergist zich, zei de Israelische ambassadeur in Duitsland, Avi Primor, onlangs over de leider van de joodse gemeenschap. Bubis, die gisteren na een korte ziekte overleed, was terugkijkend op zijn voorzitterschap van de Centrale Raad voor Joden in Duitsland zeer pessimistisch over wat hij had bereikt.

Bubis had de afzondering tussen Duitsers en joden ongedaan willen maken. Hij had gehoopt dat ze anders over elkaar zouden gaan denken. Tevergeefs. ,,Ik heb niets, bijna niets voor elkaar gekregen'', zei hij verbitterd in een recent interview in Stern.

Daarmee deed hij zichzelf tekort, reageerde Avi Primor. De voorzitter van de Centrale Raad heeft door zijn openheid er aanzienlijk toe bijgedragen dat de relatie tussen joden en niet-joden minder verkrampt is geworden. ,,In tien jaar zal men oogsten wat Bubis heeft gezaaid'', voorspelde Primor.

Het was het mooiste compliment dat Ignaz Bubis kon krijgen. Bubis, die 72 jaar is geworden, gold als het geweten van Duitsland. ,,Waar je ook komt, Bubis is er al of hij is net weg'', merkte de vorige president Roman Herzog eens over hem op.

In alle hoeken van de samenleving dook Bubis op om zijn mening te geven. Of het nu ging om de laksheid waarmee de politie tegen rechts-radicalen optrad, om de uitholling van de asielpolitiek, om het Holocaust-monument in Berlijn of om uitlatingen van de schrijver Martin Walser, die hij ,,geestelijke brandstichting'' verweet na diens pleidooi om de herinnering aan Auschwitz te ,,normaliseren''. Een beschuldiging, die menigeen te ver ging, maar vrijwel niemand waagde het op dit delicate punt met Bubis in debat te gaan.

Ignaz Bubis nam geen blad voor de mond. De leider van de joodse gemeenschap heeft zich altijd een ,,Duits staatsburger met een joods geloof'' genoemd. Al 54 jaar woonde hij in Duitsland. Bubis was er zelf verbaasd over dat hij het zolang heeft volgehouden als slachtoffer te wonen in het land van de daders. ,,Hoe heb ik dat voor elkaar gekregen'', zei hij eind vorig jaar in een gesprek met deze krant. Hij doelde op zijn leven in een land met eindeloze televisieseries over de Waffen-SS, over de Hitler-terreur en telkens weer debatten over herinneren en wegkijken.

Kijken deed hij nooit naar die televisieseries over de Holocaust en de kampen. Ook Bubis verdrong de ellende, omdat het hem nog altijd te diep raakte. Tot zijn dertiende jaar was het gezin Bubis intact. Hij was geboren in het Duitse Breslau, dat nu Wroclaw heet en in Polen ligt. Zijn moeder overleed aan kanker, zijn vader werd voor zijn ogen gedeporteerd naar het vernietigingskamp Treblinka. Hij zag hem nooit meer terug. Ook zijn broer en een zus overleefden de nazi-terreur niet.

Zelf overleefde Bubis het getto en de arbeidskampen. Toen de Russen hem op 16 januari 1945 bevrijdden, stond hij als achttienjarige alleen op de wereld. Hij keerde terug naar Duitsland.

In de jaren zestig en zeventig raakte hij in Frankfurt als onroerend goedmagnaat in de clinch met de krakerswereld, waarin de groene minister Joschka Fischer (Buitenlandse Zaken) en Daniel Cohn-Bendit destijds de toon aangaven. En het was dezelfde Bubis die model stond voor de `joodse speculant' in het stuk van Fassbinder Der Müll, die Stadt und der Tod. Puur antisemitisme, vond Bubis, die vergeefs probeerde het stuk te verbieden.

Bondskanselier Gerhard Schröder noemde Bubis een onvermoeibaar strijder voor verzoening, die er belangrijk toe heeft bijgedragen dat joden in Duitsland weer acceptabel kunnen leven. De joodse gemeenschap, die Bubis leidde als opvolger van Heinz Galinski, groeit opvallend. Sinds de val van de Berlijnse muur in 1989 is het aantal joden van 29.000 tot 70.000 gestegen dankzij de komst van veel Oost-Europese joden. Bubis zag het als zijn taak juist deze veelal armere joden in de Duitse samenleving te integreren.

Hoewel Bubis zich Duitser voelde en Berlijn en Stuttgart, waar hij heeft gewoond, als zijn thuis zag, wil hij toch in Israel worden begraven. Bubis voelde er niets voor dat zijn graf door neo-nazi's werd opgeblazen, zoals bij zijn voorganger Galinksi is gebeurd, bekende hij in Stern, in wat zijn laatste interview zou worden.