Geschiedenisles?

Volgens tafeltennisster Bettine Vriesekoop beleven jeugdige talenten hun sport met weinig diepgang. Moeten trainers jonge beloften met theorielessen en verplichte examens historisch besef bijbrengen?

Michael Boogerd, wielrenner bij de Raboploeg: ,,In onze ploeg ben ik de enige die echt alles weet, al ben ik daar misschien erg overdreven in. Ik noem bijvoorbeeld zonder problemen de namen op van de wereldkampioenen wielrennen van de afgelopen vijfentwintig jaar, met de finishplaatsen erbij. Het valt me dan ook tegen dat veel jongens ook van de eigen sport heel weinig weten. Als je op topniveau wilt presteren, moet je ook van de geschiedenis van je sport op de hoogte zijn. Juist die historische kennis maakt je betrokken, stimuleert je beleving van de sport. Historisch besef kun je iemand echter niet opleggen door middel van verplichte theorielessen of tentamens, dan is hij het na een week weer vergeten. Het moet uit jezelf komen, het moet je interesseren.''

Floor Tebbe, 19-jarige tafeltennisster bij Cosmos/TTVV: ,,Ik heb geen zicht op de hoeveelheid sportkennis van andere speelsters, maar kennelijk is Bettine Vriesekoop daarvan wel op de hoogte. Ik weet zelf wel het een en ander van de geschiedenis van mijn sport, maar ik ken niet elk detail. Ach, een sporter moet wel iets van zijn eigen sport weten, maar ik betwijfel of hij er echt baat bij zal hebben. Als je een sport leuk vindt, ga je er trouwens vanzelf meer over lezen omdat je er meer van wilt weten. Een trainer hoeft dan heus geen verplicht examen af te nemen, dat is veel te extreem.''

Jacco Eltingh, sportcommentator en voormalig toptennisser: ,,De pure beleving van de sport is de laatste jaren veranderd. Logisch, want dezelfde trend zie je ook terug in de maatschappij. De mensen zijn toch steeds meer met zichzelf bezig. De echte passie voor het tennisspel was vroeger meer aanwezig, maar het gaat te ver te zeggen dat jonge talenten minder betrokken zijn bij hun sport. Om goed te presteren is het ook niet per se nodig om van de hele geschiedenis van je sport op de hoogte te zijn, al kan het bij sommige sporters helpen de beleving te vergroten. Je moet het dan wel speels brengen, niet met toetsen en verplichte lessen, anders gaat het misschien juist tegenstaan.''

Jean Nelissen, wielerverslaggever bij de NOS: ,,Ik stel dikwijls vast dat jongeren weinig diepgang hebben omdat hun memorie misschien zes tot acht jaar is. Als je over Abe Lenstra begint, weten ze niet over wie je het hebt. Dat komt ook doordat we de sport nu met zoveel nationaliteiten beleven. Er zijn voetbalclubs met dertien verschillende nationaliteiten in de selectie. Zie je het gebeuren dat Ajax-trainer Jan Wouters zijn spelers gaat vertellen over de Nederlandse voetbalhistorie? Ze zijn daar al blij dat ze elkaar in het veld begrijpen, die willen echt niet van ons rampenelftal in 1953 weten. Maar als sporter moet je op de hoogte zijn van de geschiedenis van je sport, anders mis je heel veel. De beschaving is gebouwd op het overdragen van kleine facts. Je kunt niet net doen alsof de grote voetballers nooit hebben bestaan.''

Co Adriaanse, trainer van de Tilburgse voetbalclub Willem II: ,,Er zijn maar weinig spelers die alles weten van hun sport, maar voetballers zijn over het algemeen erg betrokken. Ook andere sporten worden intensief gevolgd, van schaatsen tot volleybal. Historische sportkennis kan zeker een toegevoegde waarde hebben als daardoor het inzicht in een bepaald spelsysteem wordt vergroot. Ik pleit dan ook voor een beroepsopleiding voor voetballers waarin trainingen, minimaal twee per dag, worden gecombineerd met theorielessen. Het draait om het heden, maar het heden kun je vaak beter begrijpen als je ook van het verleden op de hoogte bent. Dan heb ik het niet specifiek over de geschiedenis van het Nederlandse voetbal, want dat is gezien het grote aantal buitenlanders weinig zinvol. Maar als ik de naam van bijvoorbeeld Cruijff of Eusebio noem, moeten de spelers dat natuurlijk wel in het juiste tijdvak kunnen plaatsen.''