De rivalen van Bush krijgen hun laatste kans

Vandaag is een belangrijke dag voor Republikeinen die president hopen te worden in 2000. Een peiling kan het deelnemersveld uitdunnen.

In de Amerikaanse deelstaat Iowa loopt de verkiezingskoorts dit weekeinde hoog op, ook al duurt het nog vijftien maanden voor Amerika naar de stembus gaat om een nieuwe president te kiezen. De oorzaak van de opwinding is een informele peiling in het plaatsje Ames, waar de Republikeinse presidentskandidaten vanavond dingen naar de gunst van ruim 15.000 per bus aangevoerde inwoners van Iowa.

Officieel speelt de peiling geen enkele rol bij de nominatie, volgende zomer, van de Republikeinse presidentskandidaat. Wie dat wordt bepalen de kiezers pas in de voorverkiezingen, die in februari beginnen. De peiling in Ames was nooit meer dan een eerste, en bovendien onbetrouwbare aanwijzing van de voorkeur van de kiezers in de deelstaat die traditiegetrouw de eerste voorrondes houdt. Nog nooit heeft een winnaar in Ames vervolgens ook de presidentsverkiezingen gewonnen.

Maar deze keer is alles anders. De aanloop naar de verkiezingen is dit jaar in een stroomversnelling geraakt door de ongekend sterke positie van één kandidaat: George W. Bush. De gouverneur van Texas en zoon van de voormalige president heeft al zoveel geld in zijn campagnekas, zoveel steun van politieke kopstukken en zoveel naamsbekendheid, dat hij van de tien Republikeinse kandidaten de onbetwiste favoriet is. En volgens landelijke opiniepeilingen heeft hij ook de beste kansen om in november 2000 te winnen van de Democratische kandidaat: vice-president Gore of diens verrassend sterke rivaal Bill Bradley.

Vertwijfeld zien Republikeinen als Lamar Alexander en oud vice-president Dan Quayle aan hoe het succes van Bush fataal dreigt te worden voor hun campagnes, terwijl de officiële voorrondes nog niet eens zijn begonnen. Bush trekt zoveel geldschieters aan dat Alexander en Quayle nauwelijks genoeg fondsen kunnen inzamelen om in de race te blijven. Alleen een goed resultaat in Ames kan hun kwakkelende campagnes een impuls geven. Een slecht resultaat kan de nekslag zijn.

Ook voor andere Republikeinen staat er veel op het spel in Ames. De miljardair Steve Forbes heeft meer dan een miljoen dollar aan televisiespotjes besteed in de hoop dat hij uit de bus komt als het enige serieuze alternatief voor Bush, of althans als de enige vertegenwoordiger van de conservatieve vleugel die de financiële middelen heeft om het tegen de gedoodverfde winnaar op te nemen.

Minder rijke kandidaten als Pat Buchanan, Gary Bauer, senator Orrin Hatch en Alan Keyes strijden om dezelfde conservatieve kiezers, en zetten zich af tegen ,,de kandidaten van het grote geld''. En Elizabeth Dole, de enige vrouwelijke kandidaat, hoopt op een derde of vierde plaats, om met haar gematigde politieke ideeën te laten zien dat de Republikeinse partij zich niet heeft uitgeleverd aan christelijk rechts.

Alleen de eigenzinnige senator John McCain doet niet mee aan de peiling in Ames, die hij afdoet als ,,zwendel''.

Een objectieve peiling is de zogeheten straw poll (een peiling die als een strootje aangeeft uit welke hoek de wind waait) in elk geval niet. Wie zijn stem wil uitbrengen, moet voor 25 dollar een toegangskaartje kopen. De meeste campagnes doen hun aanhangers maar al te graag een kaartje cadeau, maar de armlastige Alan Keyes kan dat niet opbrengen en vraagt zijn volgelingen om zelf te betalen. Met gratis busvervoer uit alle hoeken van Iowa, lekkere barbecuehapjes, bekende sporters en ander amusement – de mormoonse senator Hatch heeft de Osmond Brothers weten te strikken – probeert iedere kandidaat zoveel mogelijk sympathisanten naar Ames te lokken.

Voor Bush zijn de verwachtingen inmiddels zo hoog gespannen dat hij niet met minder dan een eerste plaats genoegen kan nemen, liefst met ruime marge. Zonder zijn besluit om mee te doen, had het evenement nooit het politieke gewicht gekregen dat het nu heeft. Honderden journalisten uit binnen- en buitenland zijn naar Ames afgereisd om te zien of Bush de verwachtingen kan waarmaken.

In conservatieve hoek groeit ondertussen het ongenoegen over de snelheid waarmee de top van de Republikeinse partij zich achter Bush heeft geschaard. Niet alleen betwijfelen sommigen of hij wel conservatief genoeg is, ook staat ter discussie of hij wel genoeg politieke ervaring heeft voor het presidentschap. Voor hij in 1994 tot gouverneur van Texas werd gekozen, had Bush nooit een gekozen functie bekleed.

Een artikel over Bush in het nieuwe tijdschrift Talk heeft de onrust over zijn kwalificaties nog versterkt. Uit het stuk, dat is geschreven door de conservatieve columnist en Bush-bewonderaar Tucker Carlson, komt de politicus naar voren als iemand met branie die misschien niet ernstig en presidentieel genoeg is. Carlson tekende op dat Bush, een herboren christen, herhaaldelijk de krachtterm `fuck' in de mond nam. Bovendien deed hij lacherig over een omstreden besluit om een ter dood veroordeelde vrouw, Carla Faye Tucker, geen gratie te verlenen.

Bush vertelde Carlson dat hij geen van de mensen had gesproken die naar Texas waren gekomen om tegen de executie van Tucker te protesteren. Wel had hij op CNN het interview van Larry King met de vrouw gezien, zei hij. ,,Hij stelde haar echt moeilijke vragen, zoals: Wat zou je tegen gouverneur Bush zeggen'', herinnerde Bush zich. Toen Carlson vroeg wat de veroordeelde had geantwoord, kneep Bush zijn lippen spottend samen, terwijl hij fluisterde: ,,Alstublieft, maak me niet dood.'' In werkelijkheid heeft Tucker op CNN niets in die geest gezegd.

Voor de invloedrijke conservatieve commentator George Will was dit alles, naast de weerzin van Bush tegen ,,dikke boeken over overheidsbeleid'', genoeg om deze week te waarschuwen dat Bush misschien nog te onvolwassen is voor het presidentschap.

    • Juurd Eijsvoogel