Bericht van het front

De Franse economie krabbelt overeind, gevolgd door de Duitse. Net nu de Verenigde Staten beginnen te vertragen, krijgt Europa de wind in de zeilen. Otmar Issing, topeconoom en rechterhand van Duisenberg bij de Europese Centrale Bank, ziet de toekomst zonnig in. `Het belangrijkste is dat Europa haar huiswerk goed doet'.

Otmar Issing, Duits chef-econoom bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt, is optimistisch. De economische stemming in Europa begint om te slaan. ,,Er komen steeds meer positieve en steeds minder slechte berichten van het economische front. De Europese conjunctuur is zich duidelijk aan het verbeteren'', zegt Issing.

De twee belangrijkste economieën van de euro-landen krabbelen overeind, Frankrijk sneller dan Duitsland. Stijgende investeringen, forse groei van de autoverkopen en herstel van de export kunnen in Frankrijk aan het eind van dit jaar volgens experts een economische groei van 2,7 procent opleveren.

In Duitsland, waar de vooruitzichten in januari nog allesbehalve gunstig waren en sommigen zelfs een recessie voorzagen, is het tij gekeerd. De exportorders zijn in juni voor het eerst sinds maanden krachtig gestegen, de particuliere consumptie was robuust en bedrijven plus consumenten blijken weer vertrouwen in de toekomst te hebben. Schat de rood-groene regering van kanselier Gerhard Schröder de groei voor dit jaar nog op een voorzichtige 1,5 procent, vele financiële specialisten sluiten niet uit dat de Duitse economie in 1999 een beter resultaat zal boeken.

,,De tweede helft van dit jaar zullen we zowel in Duitsland als in de andere euro-landen na een stabilisering een versnelling van de groei zien. Europa zal met een beduidend sterkere groei het jaar 2000 ingaan'', zegt Issing. Deutsche Bank, het grootste geldinstituut in Duitsland, heeft haar prognose al naar boven bijgesteld en rekent op meer dan 3 procent (3,1 procent) groei. Issing waagt zich niet aan een cijfer.

De groei in de euro-landen zal in 2000 in ieder geval ,,aanzienlijk hoger'' zijn dan de 2 procent, die de Oeso (de Parijse organisatie van rijke industrielanden) voor 1999 voorspelt. ,,Niet het cijfer is doorslaggevend, maar de opwaartse trend'', aldus Issing.

De 63-jarige econoom is in Duitsland een instituut. De voormalige wetenschapper geldt als `knappe kop' op het gebied van de internationale geldpolitiek. Zijn onvervalste accent verraadt zijn Beierse afkomst. Issing is niet alleen in Würzburg geboren, hij studeerde economie en taalkunde aan de universiteit van Würzburg (evenals in Londen en Parijs), was vervolgens aan dezelfde universiteit onderzoeker en later hoogleraar monetaire en internationale economie.

Bekend werd Issing in Duitsland vooral als directielid van de Bundesbank, de centrale bank die bij de Duitsers veel aanzien geniet. Niet alle Duitsers geloven in God, maar zij geloven allemaal in de Bundesbank, merkte de Fransman Jacques Delors, voormalige president van de Europese Commissie, eens op. Vorig jaar juni werd Issing lid van het zes leden tellende dagelijks bestuur (Executive Board) van de Europese Centrale Bank, die sinds januari waakt over de stabiliteit van de nieuwe Europese munt.

Issing is de rechterhand van Wim Duisenberg, de Nederlandse bankpresident. Hij geldt inmiddels als de belangrijkste econoom in Europa.

Dagelijks neemt Issing de temperatuur op in de euro-zône, waarvan elf landen deel uitmaken. Zorgvuldig analyseert hij de signalen die de toekomstige ontwikkeling van de koopkracht van de euro beïnvloeden, van de ontwikkeling van de geldhoeveelheid tot de wisselkoersen: de werkloosheid, de investeringen, de lonen, de consumptie, de activiteiten in de bouw, de automobielindustrie.

In het kantoor van de ECB in Frankfurt hecht Issing eraan te onderstrepen, dat de economische ontwikkeling in de euro-landen in ieder geval stabiel is. De koersdaling van de euro tegenover de dollar eerder dit jaar was volgens hem veel meer toe te schrijven aan de kracht van de Amerikaanse economie dan aan een crisis in Europa.

,,We hadden hier geen recessie. De Europese economieën mogen de laatste jaren niet zo stormachtig zijn gegroeid als de Amerikaanse, maar de groei in de euro-landen en de VS samen, die de helft van de wereldeconomie vormen, is zeer stabiel geweest. Europa had het beter knnen doen, maar 2 procent groei is in de wereldeconomie een stabiele factor.''

Nu het herstel van de Europese economie volgend jaar belooft krachtig door te zetten de euro wint inmiddels terrein terug op de dollar - is het niet denkbeeldig dat de invoering van de euro hand in hand gaat met een renaissance van het oude continent. Zal Europa de komende jaren de locomotief van de wereldeconomie worden, nu Amerika na zeven jaren bloei lijkt terug te vallen?

Issing is behoedzaam. ,,Het beeld van de locomotief kan ertoe leiden dat politici met verkeerde maatregelen proberen de economie te stimuleren, bijvoorbeeld door hogere tekorten en kunstmatige rentedalingen''. Daarin ziet de Europese econoom helemaal niets. Met een dergelijke politiek kan snel een strovuur worden uitgelokt dat tot inflatie leidt, wat weer tegenmaatregelen vereist. Issing wijst erop dat de economische misère in Japan ook is terug te voeren op het feit dat de Japanners telkens zijn aangezet tot de verkeerde conjunctuurprogramma's, waaraan miljarden werden verspild.

,,Het belangrijkste is dat Europa haar huiswerk goed maakt'', zegt Issing. ,,De Verenigde Staten heeft de lange periode van economische bloei niet geënsceneerd om de wereld een plezier te doen. Amerika heeft de eigen economie op orde gebracht door een gunstig investeringsklimaat te scheppen, lage belastingtarieven, matige loonontwikkeling en grote flexibiliteit in de economie.''

Een dergelijke situatie leidt tot stabiele economische groei en stabiele prijzen. Dat is ook in de euro-landen nodig, meent Issing. Zelfs met de positieve groeiverwachting voor volgend jaar, zal de structureel hoge werkloosheid in Europa volgens hem niet verdwijnen. De werkloosheid heeft voor zeker tachtig procent te maken met verstarringen in de economie, die verholpen moeten worden. Essentieel is volgens Issing dat er in Europa een klimaat wordt geschapen waarin investeringen en banen worden gestimuleerd en niet worden tegengewerkt.

,,Als de grote euro-landen eindelijk beginnen met hervorming van de kostbare sociale verzekeringsstelsels, grotere flexibiliteit op de arbeidsmarkt en verlaging van de belastingen dan krijgt de euro-zône vanzelf een rol als centrum van de groei in de wereld.'' Maar daarvan is Europa volgens de Europese bankeconoom nog ver verwijderd.

Duitsland dreigt de zieke man van Europa te worden als het dure sociale- en pensioenstelsel niet wordt aangepast, zei Issing eerder dit jaar tegen de Rheinische Merkur. Een half jaar later is hij hoopvoller gestemd over Duitsland, dat een derde van de euro-economie uitmaakt.

,,De tijden dat Duitsland het beste jongetje van de Europese klas was, zijn allang voorbij'', stelt Issing. Wat economische hervormingen betreft wordt zeker niet naar Duitsland gekeken, eerder naar kleinere landen zoals Nederland. Op dit gebied blijft de Bondsrepubliek ver achter bij de internationale partners.

,,Duitsland heeft de kans laten lopen de hereniging met Oost-Duitsland aan te grijpen om hervormingen in West-Duitsland door te voeren. Precies het tegenovergestelde is gebeurd. Het westerse systeem van sociale voorzieningen is naar Oost-Duitsland overgeheveld, waardoor de staatschuld drastisch is gestegen.''

De nieuwe regering van kanselier Gerhard Schröder had volgens Issing een uitgelezen kans economische hervormingen te lanceren toen ze vorig jaar oktober aan de macht kwam. ,,Ze had gemakkelijk kunnen zeggen: kijk, de schatkist is leeg, we moeten iets doen. Ook die kans bleef onbenut.''

Met de start van de rood-groene regering, die het handschrift droeg van de traditioneel linkse SPD-voorzitter en minister van Financiën Oskar Lafontaine waren de bankiers in Frankfurt bepaald niet gelukkig. Lafontaines aanval op de onafhankelijke koers van de Europese Centrale Bank, zijn pleidooi voor loonsverhogingen om de economie te stimuleren en het terugdraaien van de economische hervormingen (ziekte-uitkering, pensioenen) van de vorige regering, deden bij de centrale bankiers de haren rijzen over de economische koers van SPD en Groenen.

Issing: ,,De idee dat je tegen de achtergrond van een hoge werkloosheid, met loonsverhogingen de economie kan stimuleren is voor mij een van de meest absurde beweringen, die stamt uit de mottenballenkist van de verkeerde economische theorieën''. Het mag volgens hem zijn dat sommigen zo denken. ,,Beslissend is dat ze geen invloed hebben''.

Inmiddels zijn na het vertrek van Lafontaine in maart de economische kaarten in de coalitie opnieuw geschud. De nieuwe minister Hans Eichel heeft een fors bezuinigingsprogramma gepresenteerd om de schulden af te bouwen en de rentelast te verlagen. De kanselier heeft hervorming van het pensioen- en het sociale stelsel aangezwengeld. Dat geeft Issing hoop.

,,Duitsland loopt in ieder geval niet meer in de verkeerde richting.'' Het debat heeft volgens hem een nieuwe kwaliteit bereikt. ,,Inmiddels komen uit àlle partijen voorstellen om het belastingstelsel werkelijk te vereenvoudigen en de toptarieven te verlagen. Ook is vrijwel iedereen het erover eens dat het pensioensysteem onhoudbaar is zonder een hogere particuliere bijdrage. De regering heeft een duidelijke vermindering van het aandeel van de overheid in de economie als doel aangekondigd. Dat is een succes. Ik denk dat er in de hoofden van veel Duitsers een hoop in beweging is gekomen.''

Over de weerstand tegen Schröders plannen bij vakbeweging en SPD is Issing lakoniek. ,,Alles wat ertoe leidt dat de burgers zich gaan bezinnen op wat er te doen staat, moet je stimuleren. Het aantal Duitsers dat illusies koestert is nog schrikbarend hoog.''

De hevige strijd die is uitgebarsten over opening van de winkels op zondag, vindt Issing exemplarisch. ,,Over de winkeltijden wordt een absurd toneelstuk opgevoerd. Het is tegelijkertijd hoopgevend dat er tegen deze lachwekkende situatie eindelijk verzet is losgebarsten. Er zijn steeds meer krachten die het niet meer pikken. Dat zijn voor politici signalen dat ze meer lef moeten tonen. Daar kunnen Duitsland en de euro-landen slechts baat bij hebben.''