Zielige aardappelen

De boer tobt. Hoe moet dat met zijn aardappelen? Al een paar weken is er amper een druppel regen gevallen. De planten staan er slapjes bij. En eind augustus, begin september begint normaal de aardappeloogst. Maar als de planten het nog veel langer zonder water moeten stellen, gaan ze misschien wel dood. En de pech is, de boer mag geen slootwater gebruiken om zijn planten te beregenen. Dat is verboden, in dertig gebieden in Nederland. Onder andere in Midden-Friesland, West- en Oost-Groningen, Zuid-Drenthe en de kop van Noord-Holland. De kans bestaat namelijk dat het slootwater in deze gebieden is besmet met de bruinrotbacterie. Als de boer besmet slootwater over zijn aardappelen sproeit, worden zijn planten ziek.

Bruinrotbacteriën dringen een aardappelplant meestal bij de wortels binnen. Op een plek waar een klein wondje zit. De bacteriën komen terecht in de transportvaten, die water en voedingsstoffen door de plant pompen. Via die vaten verspreiden de bacteriën zich snel over de hele plant. Ze belanden in de stengel, in de bladeren en in de knol. Daarna beginnen de bladeren te verwelken. In de aardappelknol ontstaan rotte, bruine plekken. En wie wil er nou rotte aardappelen kopen?

Het is erg lastig om de bruinrotbacterie uit te roeien. Dat komt omdat hij niet alleen aardappelen kan besmetten. Hij leeft ook in andere planten, bijvoorbeeld de bitterzoet. Die groeit in vochtige bossen en aan waterkanten. Een bruinrotbacterie die een bitterzoet heeft geïnfecteerd, zit vaak vlakbij het water. De bacteriën kruipen uit de plantenwortel en ploens, ze belanden in de sloot. Ze drijven in het water en verspreiden zich langzaam over honderden, of zelfs duizenden meters.

Je zou natuurlijk kunnen proberen om alle bitterzoet langs de slootkanten weg te halen. Want als er geen bitterzoet is, raakt het water ook niet besmet. Maar dat is onbegonnen werk. Er zouden mensen moeten zijn die voortdurend alle slootkanten controleren. Als er ergens een bitterzoet de kop opsteekt zouden ze die meteen uit de grond moeten trekken. Maar het is natuurlijk onmogelijk om alle slootkanten continu in de gaten te houden. Daarom wordt het probleem van de bruinrotbacterie anders aangepakt. De boeren krijgen een verbod om slootwater te gebruiken.

Voor aardappelboeren in het oosten en het midden van het land is dat nog geen ramp. Ze pompen grondwater op, dat enkele meters diep onder het land zit. Grondwater is niet besmet met de bruinrotbacterie. Maar veel boeren in het noorden en het westen van het land kunnen dat grondwater niet gebruiken. Die gebieden liggen namelijk dichtbij zee. Het grondwater daar is veel te zout. Dus: grondwater kùnnen ze niet gebruiken en slootwater mògen ze niet gebruiken.

De boeren zien het met lede ogen aan. Als de aardappelen te lang droogstaan kunnen ze last krijgen van schurft. Die ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel. De boeren moeten dus kiezen tussen twee kwaden. Rotte of schurftige aardappelen. Wat moeten ze doen? Ze kunnen alleen maar hopen op beter weer. En dat betekent: regen, regen en nog eens regen.