`Stena Discovery had nooit mogen uitvaren in storm'

De catamaran Stena Discovery had nooit mogen uitvaren en voer met een te hoge snelheid, volgens de Raad voor de Scheepvaart.

De catamaran Stena Discovery, die op een golf van tien meter hoog klapte, had nooit uit mogen varen en voer met een te hoge snelheid. Dat concludeert de Raad voor de Scheepvaart anderhalf jaar na het ongeluk. Wel heeft de bemanning van de veerboot goed gehandeld, nadat de neus van het schip afbrak, waardoor ze een ramp heeft kunnen voorkomen.

Het vaartuig vertrok in de nacht van 3 op 4 juli van Hoek van Holland naar Harwich in Engeland. Het werd in een zware storm geraakt door een hoge golf. Een groot gat ontstond in de kunststof boegspoiler, de neus van het schip. De veiligheid van de opvarenden is echter nooit in gevaar geweest, mede dankzij het handelen van de bemanning. Het personeel dirigeerde de negenhonderd passagiers naar de achterkant van het schip, zolang onduidelijk was wat er precies aan de hand was. De schade bleek mee te vallen, waarna het schip de reis veilig en met een lagere snelheid kon vervolgen.

De Raad voor de Scheepvaart concludeert in het eindrapport van het onderzoek naar de bijna-ramp dat de Discovery in eerste instantie helemaal niet uit Harwich had mogen vertrekken, ,,dan wel terug had moeten terugkeren''. Dat onderzoek heeft zestien maanden geduurd. Bij golven hoger dan vier meter mag het schip niet uitvaren. Bij zowel het KNMI in Hoek van Holland, als bij de walmanager van Stena Line was bekend dat de golven hoger waren, maar beide verzuimden de kapitein van het schip hierover in te lichten. De gezagsvoerder vertrouwde er op dat hij zou worden gewaarschuwd bij te hoge golven, maar had volgens de raad zelf kunnen bellen met de meteorologische dienst. Volgens de raad was er geen sprake van kwade trouw.

Eenmaal op zee was het schip slecht bestuurbaar ,,vanwege afgebroken stuurkielen''. Om het schip zo goed mogelijk te kunnen sturen voer de Discovery harder dan de golfsnelheid – de catamaran voer 55 kilometer per uur – met achterin komende golven. Dit is volgens de raad een gevaarlijke situatie, omdat de kans dat hierbij de kwetsbare neus van het schip in de golven duikt, groot is.

Hoewel het niet de bedoeling is dat het waterdichte schot achter de neus in aanraking komt met hoge golven, blijkt uit het incident dat dit onder bepaalde omstandigheden toch kan gebeuren. Daarom wil de raad dat er een nader onderzoek moet komen naar de waterdichtheid van dat schot.

Directeur W. de Lange van Stena Line laat weten dat de rederij alle aanbevelingen die de raad nu doet, vrijwel direct na het ongeluk zelf al heeft ingevoerd. ,,Natuurlijk is het de taak van de raad om onderzoek te doen naar het ongeval, maar de uitkomst ervan brengt voor ons niets nieuws.'' De Discovery heeft na het ongeval de spoiler aangepast. Ook de operationele procedures voor de bemanning, in geval er zwaar weer op komst is, zijn aangepast.

Aan het waterdichte schot heeft Stena Line echter geen wijzingen gebracht. De rederij geeft toe dat het schot niet op grote golfkrachten berekend is. Maar daar het schot acht meter boven het water zit is De Lange ervan overtuigd dat de Discovery niet meer in een dergelijke situatie terecht zal komen.