Slapen met de vijand

De definitieve biografie schrijven van iemand met het charisma van een messias, de roem van een heldenfiguur en de glamour van een superster, is even moeilijk als vrijen met een olifant. De lawine aan informatie, de velerlei uitgangspunten, de verleiding om de sensatie te zoeken – het doet bij elkaar denken aan een kameel die door het oog van een naald wil.

Anthony Sampson, gepokt en gemazeld als historisch onderzoeker, wist met zijn ervaring de heroïsche klus te klaren. En hij heeft een boek geschreven dat een gevoel achterlaat of je uit een badkuip vol ziedende olie bent gestapt. De stijl is de helderheid en leesbaarheid zelve, zodat het doorploegen van deze goudmijn aan geleerdheid, verstrooiing, inzicht en hartstocht een waar genoegen is. Het is fascinerende lectuur, niet in de laatste plaats omdat het verhaal van Mandela geschreven had kunnen zijn voor Hollywood.

Het is een klassiek verhaal van iemand die oprijst uit het niets, wordt gevormd door de loop der dingen en gelouterd in een oven waar de goudklompjes vrijkomen die inspireren en illumineren. We hebben het niet over heiligen, we hebben het over helden die zijn begonnen met de onschuld van heiligen en ondanks de zwaarste ontberingen zijn opgeklommen tot duizelingwekkende hoogten van verdienste. Sommigen hebben Mandela's leven een sprookje genoemd, een Afrikaans sprookje waarvan er slechts weinig zijn, een internationale droom – en dat is het ook, maar meer nog is het een parabel over de tol die het leven op die hoogte eist, het klassieke dilemma van iemand die met zijn ene been in de hemel staat terwijl het andere in de hel wordt geroosterd.

Mandela's verhaal begint in Transkei, ver weg in de slaperige dorpen waar traditionele stamhoofden regeerden, waar polygamie schering en inslag was, waar jongens hun mannelijkheid verkregen door besnijdenis. Het enige verschil was dat Mandela stamhoofdenbloed in de aderen had, dat in hem een vlammetje van vage ambitie ontstak. Hoe dat licht tot stralen zou worden gebracht mocht vooralsnog de Duivel weten. Hij groeide op in koninklijke kring en ging later naar school, waar discriminatie tot het geregelde leven hoorde. Hij was groot, nors en onzeker, keek tegen anderen op wanneer hij zijn onzekerheiden niet achter arrogantie verborg. Hij werd van school gestuurd en toen zijn weldoener hem vroeg zijn excuses aan te bieden en terug te keren, weigerde hij. Zo maakten zijn koppigheid en arrogantie zich kenbaar.

Om aan de knellende banden van het dorp te ontsnappen vluchtte hij naar de stad en sloot zich aan bij de groeiende horde zwarten die rondtrokken op zoek naar een kans in het leven. Tot zijn verbolgenheid bleek de stad geen egards te betonen aan hoofdmanszonen zonder geld om hun aanspraken kracht bij te zetten. Hij sprak zijn laatste reserves aan om aan onderdak, werk, eten te komen. In de sloppen van Orlando en Soweto kwam hij in contact met andere stammen, andere rassen. Mandela bezat één voornaam pluspunt: hij kon luisteren naar wie hij respecteerde. En sedertdien was hij aangewezen op mensen als Walter Sisulu en Oliver Tambo, die hem als toekomstig leider zagen.

Wreedheid

Mandela ging pas laat in de politiek, vooral wegens de toenemende wreedheid van het politieoptreden, politieke onderdrukking, de steeds somberder vooruitzichten voor zwarten onder het apartheidsregime. In de sloppen zag hij stakingen en betogingen, waaraan hij later als advocaat zou meedoen en als activist zijn steun zou betuigen. Het moet worden vermeld dat toen de politieke acties begonnen, hij noch zijn vrienden wisten waaraan ze begonnen, of hoe lang de strijd zou voortwoeden. Zij hoopten dat hun morele kapitaal hun gang naar de gelijkberechtiging zou bekostigen, maar dat gebeurde niet. En het ANC zelf onderging een pijnlijke metamorfose ter voorbereiding op zijn veranderde taak, het luidkeels opeisen van de vrijheid. De communisten,primaire bondgenoot van het ANC, bleken een gemakkelijk doelwit voor hun vijanden voor wie de Koude Oorlog een heilige oorlog was. Naarmate de temperatuur opliep zag het ANC, dat was begonnen met passief verzet à la Gandhi, zich in de jaren zestig gedwongen de wapens op te nemen, daar het regime niet schrok van zwarten met scherpe tongen en lege vuisten. Door die ommezwaai belandde Mandela wegens landverraad achter de tralies.

Interessant is dat tijdens het proces bijna niemand geloofde dat de aanklacht zou standhouden. Maar dat gebeurde toch, en de veelgeplaagde top van het ANC werd onthoofd, en Mandela levenslang naar het Robbeneiland gestuurd, na door gratie van de strop te zijn gered. Van hier af maakt het boek grote sprongen en krijgt het de vaart van een kogel uit een kanon. De vroegere advocaten en activisten werkten nu in een brandend hete steengroeve, zonder pet of zonnebril, en de zon verblindde langzaam hun ogen. Vernederingen stapelden zich op als stenen in een korf en alleen dankzij zijn vrienden is Mandela niet gebroken of in de gevangenis gestorven, of eruitgekomen als een zwak oud mannetje dat met glazige ogen daas de wereld inkeek.

De fout die het apartheidsregime beging was dat het de gevangenen bijeenhield, zodat ze elkaar een energie en vertroosting konden bieden die hen onbreekbaar maakte, die de verbittering op een afstand hield en die hen de kracht gaf om de strijd voort te zetten en tot grote hoogten te stijgen. In de gevangenis werd Mandela van Saulus tot Paulus, verdiepte zich zijn toewijding, verbreedde zich zijn visie die verder reikte dan belangstelling voor zichzelf en het ANC. Hij kwam tot het inzicht dat de Afrikaners konden worden verdeeld, getemd en in zijn kamp gelokt.

Tot verbazing van velen sprak hij met zijn bewakers, sloot vriendschap met hen,daagde hen uit, leerde hun taal, las hun poëzie, ontzenuwde hun mythen en legenden. Dat was de Mandela-methode, verzoening omwille van het land. Waardoor hij zich onderscheidde was het besef dat wapens en bommen het pleit niet konden winnen zonder dat het land van bloed doordrenkt en in de as gelegd zou worden. Het idee om met de regering te gaan praten, een compromis te zoeken, kwam van hem, en hij hield eraan vast, ook toen zijn vrienden hem verdachten van heulen met de vijand.

Houdini

Al lezend vraagt men zich af hoe Mandela heeft weten te ontsnappen aan krankzinnigheid, instorting, hartaanvallen en beroerten waaraan anderen onder minder zware druk zijn bezweken. Voor een man die eenzaam was, die 25 jaar lang zijn vrouw niet mocht aanraken, geen verlof had gekregen zijn moeder of zijn zoon te begraven en tot een heilige, een duivel of een spook was geworden, afhankelijk van degeen met wie je sprak, is het verbazingwekkend dat hij gezond en wel de gevangenis uit is gekomen.

Je kunt zeggen dat Mandela een hedendaagse Houdini was, die zich van zowel innerlijke als uitwendige valstrikken en dwangmiddelen wist te bevrijden om ten slotte te zegevieren. De enige aan wie niet te ontsnappen viel was hij zelf, want hij leefde in de nauwe engte tussen zege en wanhoop. Op de dag dat hij werd vrijgelaten, liep hij de gevangenispoort uit hand in hand met zijn vrouw, als een toonbeeld van opperst geluk. Dat was schijn. Hij droeg 27 jaren aan schuld met zich mee, het verzengende besef dat hij zijn gezin had verwaarloosd en verruild had voor roem en eer. Hij had met geen van zijn kinderen een zinvolle relatie gehad, en een aantal van hen onderhieldn in het geheel geen contact, terwijl anderen sporadisch schreven.

En bovenal had hij de klassieke fout gemaakt van mannen die het gezelschap van vrouwen zoeken zonder vrouwen goed te kennen: hij had de verkeerde vrouw gekozen. Winnie was een vergissing. Ze was zestien jaar jonger, wild als een leeuwin, driest als een stier met een spies in zijn kont. Vier maanden na hun trouwen was ze al niet meer hanteerbaar en ging ze betogen tegen Mandela's verbod in. Daarmee begonnen de narigheden. Mandela's zwakte, zijn gebrek aan gezag over haar, zou hem blijven achtervolgen. De wetenschap dat men door haar te vervolgen hem kon martelen was een vreselijk wapen in handen van het regime. Het feit dat zij nooit toegaf, nooit haar mond hield, was voor het regime een zegen. Ze sloten haar op in een isoleercel, joegen haar op als een dolle hond en lieten haar niet meer los. Die druk ontketende duivels die al sinds haar jeugd in haar gekluisterd zaten, en die kwamen gillend naar buiten en ontstaken de lont van haar zelfdestructie. Ze dronk onmatig, was promiscue, verduisterde ANC-gelden, en de vrouw die op zeker moment de luidste stem van het ANC was, veranderde in een heks. Het bleek dat ze Mandela sinds het moment van zijn vrijlating nog met geen asbesthandschoenen had aangeraakt. Dezelfde dag nog was ze gaan zuipen en naaien, om de volgende ochtend waggelend als een kaarsvlam op de tocht thuis te komen. De wereld omhelsde Mandela, plaatste hem op gouden voetstukken, verwelkomde hem in paleizen en overlaadde hem met eer, terwijl zij al dieper wegzakte in de eenzaamheid. Na Winnie te hebben geïdealiseerd, gebruikt als lichtend baken op zijn weg naar de vrijheid, bleef hij achter met de as van een angstdroom. Mandela, de beroemdheid, de god, de bespottelijke cocu, knakte niet. Winnies oude zonden, haar betrokkenheid bij bendes en moorden, marteling, ontvoering en intimidatie van getuigen leidden uiteindelijk tot een scheiding.

Opluchting

Wanneer Mandela vervolgens zijn huidige vrouw (met wie hij op zijn tachtigste trouwt) ontmoet, slaakt de lezer dan ook een diepe zucht van verlichting: hij heeft het geluk gevonden, een oase die zijn diepgevroren gevoelens kan doen herleven.

Vriend en vijand van Mandela kunnen het over één ding eens zijn: zonder Mandela zou Zuid-Afrika een ander land zijn geweest – een berg puin en as. Hij als enige bezat de gave om de Afrikaners naar een bondgenootschap te manoeuvreren en zo de democratie te doen ontstaan. Hij is het levende bewijs dat succes de beste revanche is. Hij is een van de zeer weinigen die zich de vriend van zowel Kaddafi als Castro als Clinton mag noemen. Hij heeft zich uitgesproken, zijn gelederen aangevoerd. Nu is hij teruggetreden, niet door zijn roem in de luren gelegd. Zijn favoriete citaten zijn: `Kinderen noemen me een lelijke oude man', `Twee blanke vrouwen wilden eens een handtekening van me en vroegen toen wie ik was', en `Ik word vaak voor Nelson Mandela aangezien'. Hij is een kameleon die met de vijand verkeerde zonder zijn morele fatsoen, zijn eer of zijn doelstellingen te verzaken; de rest, zijn fouten, zijn mislukkingen, zijn de zwakten van een koppige oude man.