Roepia valt sterk terug na geweld Ambon

Bloedig geweld tussen christenen en moslims in Ambon, een bankschandaal en politieke moddergevechten hebben de afgelopen dagen geleid tot de grootste val van de nationale munt sinds maanden. Het slinkend vertrouwen in de economie van Indonesië werd weerspiegeld door een terugval van de roepia in drie dagen tijd van omstreeks 7.000 voor de dollar naar 8.000, een verlies van 12 procent.

De barometer van e Indonesische samenleving voorspelt zwaar weer. Het is volgens analisten niet gemakkelijk een hoofdoorzaak aan te wijzen voor de plotselinge anemie van de Indonesische nationale munt. Veeleer is er sprake van meerdere oorzaken, gecombineerd met het technische feit dat de rentestand in Indonesië, nu ongeveer 13 procent, als te laag wordt beschouwd.

Een van die oorzaken zou het nieuwe geweld in de Molukken zijn en de kennelijke onmacht van de Indonesische strijdkrachten om daar een eind aan te maken. Volgens kerkelijke bronnen in de stad Ambon hebben leden van de elite Strategische Reservetroepen (Kostrad) gisteren 24 christelijke jongeren in een kerk in het plaatsje Galala gedood. Een politiewoordvoerder spreekt dat tegen. Ook vandaag worden weer gevechten gemeld vanuit Ambon.

Sinds vorige maand zijn ten minste 86 mensen om het leven gekomen op de Molukken. Kerkelijke bronnen zeggen dat de laatste tijd veel wapens Ambon zijn binnengesmokkeld. Ook zouden er verschillende malen grote groepen provocateurs zijn aangekomen. Tijdschriften in Jakarta melden dat er in feite een geheime Jihad, heilige oorlog, gaande is op de Molukken. Tijdens demonstraties in de hoofdstad hebben moslimjongeren zich regelmatig bereid verklaard voor het geloof te gaan vechten in Ambon.

De relatief rustig verlopen democratische parlementaire verkiezingen op 7 juni hadden voor ongekend optimisme gezorgd. Economen als Kwik Kian Gie spraken de verwachting uit dat het `5.000 roepia-niveau' na de presidentsverkiezingen in november haalbaar was. Kwik is een naaste medewerker van Megawati Soekarnoputri, de aanvoerder van de Strijdende Democratische Partij van Indonesië (PDI-P), die vorige week officieel als winnaar werd aangewezen van de parlementsverkiezingen. De econoom geldt als de mogelijke nieuwe minister van financiën.

Velen brengen de val van de roepia ook direct in verband met het nieuwste bankschandaal waarbij 546 miljard roepia, ongeveer 160 miljoen gulden, van de Bank Bali als `commissie' belandde bij de directeur van een financieel bemiddelingsbureau, Setya Novanto. Aangezien Novanto tevens vice-penningmeester van de regeringspartij Golkar is, wordt aangenomen dat het geld bedoeld is voor het `succesteam' dat de herverkiezing van president Habibie moet bewerkstelligen. Deze aantijgingen zijn door Golkar-voorzitter Akbar Tandjung ontkend.

Bank Bali werd vorige maand overgenomen door het Indonesische Bank Herstructurering Agentschap (IBRA) toen gebleken was dat de bank niet in staat was aan zijn verplichtingen te voldoen. IBRA werd twee jaar geleden in het leven geroepen als onderdeel van een schuldsaneringsafspraak tussen de Indonesische regering en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Het agentschap moest het doodzieke Indonesische bankwezen weer gezond maken om het vertrouwen van internationale investeerders in de Indonesische economie te herstellen.

Bankrecht-expert Pradjoto, die vorige week de zwendel aan het licht bracht, stelt dat Novanto samen met een van de IBRA-directeuren Bank Bali `geholpen' heeft met het innen van uitstaande leningen aan inmiddels failliet verklaarde banken. In totaal zou het gaan om 3 triljoen roepia, waarvan Bank Bali op 2 juni de eerste tranche ontving ten bedrage van 900 miljard roepia. Meer dan 500 miljard moest vervolgens als `commissiegeld' worden uitgekeerd.

Oppositiepoliticus Amien Rais, leider van de Nationale Mandaatpartij (PAN), noemde het Bank Bali schandaal gisteren ,,slechts het topje van de ijsberg''. En dat is precies hetgeen investeerders zorgen baart. Instabiliteit aan het politieke front wordt, naast geweld en voortwoekerende corruptie, aangewezen als een de derde factor achter de depreciatie van de roepia. In november moet het Volkscongres de nieuwe president van Indonesië aanwijzen, maar de politici die daarvoor de voorbereidingen treffen, verenigd in de Commissie voor de Nationale Verkiezingen (KPU) houden zich, zo lijkt het, hoofdzakelijk bezig met het beslechten van onderlinge conflicten. Ruzie tussen de kleine partijen en de grote over onregelmatigheden tijdens het tellen van de stemmen was de oorzaak van het oponthoud de afgelopen maanden bij het vaststellen van de verkiezingsuitslag.

Op dit moment bakkeleien de leden van de KPU over de zetelverdeling in het parlement, met name over de toedeling van restzetels. Conflicten zijn ook uitgebroken over de aanwijzing van 137 regionale vertegenwoordigers en vertegenwoordiger van maatschappelijke groeperingen die zitting zullen hebben in het Volkscongres.