Pensioen spekt bedrijfsleven met 6,5 miljard

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft vorig jaar meer dan 6,5 miljard gulden direct en indirect voordeel gehad dankzij de hoge rendementen van zijn pensioenfondsen, die officieel zijn afgescheiden van het ondernemingsbeleid.

Dit blijkt uit een inventarisatie door deze krant van de jaarverslagen van meer dan veertig pensioenfondsen, die samen meer dan tweederde van het vermogen van 800 miljard gulden van de pensioenbranche bezitten. Dit jaar moeten ongeveer 300 grote(re) pensioenfondsen voor het eerst een jaarverslag openbaar maken.

Het bedrijfsleven betaalde in 1997, het laatste jaar waarover cijfers van de Verzekeringskamer beschikbaar zijn, ongeveer 9 miljard gulden pensioenpremies.

De (in)directe voordelen komen hoofdzakelijk terecht bij (middel)grote bedrijven met een eigen pensioenfonds, zoals Unilever, Philips en de Nederlandse Spoorwegen, maar ook bij bouwers als HBG en Ballast Nedam, bij landbouwcoöperaties en de Nederlandsche Bank.

De voordelen voor ondernemingen bestaan uit verminderde pensioenpremies, teruggaaf van geld door pensioenfondsen, omzetting van dure vut-regelingen in vroegpensioen op kosten van het pensioenfonds en voorzieningen voor toekomstige financiële risico's. De meeste bedrijven maken in hun jaarverslag niet expliciet melding van kostenvoordelen in de pensioensfeer.

Dankzij lage inflatie, lage looneisen en een jarenlange hausse op de internationale effectenbeurzen heeft het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds de afgelopen tien jaar een rendement van meer dan 10 procent behaald, ver boven het gestelde minimum van vier procent.

Het profijt dat het bedrijfsleven heeft van de pensioenregelingen voor zijn werknemers is omstreden. Organisaties van gepensioneerden, die niet of nauwelijks meeprofiteren van de hoge beleggingswinsten van de pensioenfondsen, zijn tegen teruggave van overtollig pensioenkapitaal aan bedrijven.

De pensioenfondsen zijn aparte rechtspersonen, die los moeten staan van de werkgever. De fondsen worden gezamenlijk bestuurd door vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers.

De grootste voordelen zijn het afgelopen jaar door een klein aantal grote bedrijven behaald. Unilever en Philips betaalden bijvoorbeeld geen pensioenpremie en kregen ook geld terug van hun pensioenfondsen. Het Spoorwegpensioenfonds financierde een vroegpensioenregeling voor de NS.

Maar ook middelgrote ondernemingen, uiteenlopend van bouwer HBG tot de Nederlandsche Bank betaalden vorig jaar geen pensioenpremie. ABN Amro, ING en Rabobank kregen kortingen van honderden miljoenen guldens op hun pensioenpremies.

PENSIOENWEELDE pagina 14

    • Menno Tamminga