Muur maakte meer slachtoffers

In het voormalige Oost-Duitsland zijn 943 mensen gedood bij pogingen over de Berlijnse Muur naar het Westen te vluchten.

Dit is gisteren in Berlijn bekend gemaakt door de Arbeitsgemeinschaft 13. August in het Muurmuseum bij Checkpoint Charlie met het oog op de 38ste herdenking van de bouw van de muur vandaag. Op 13 augustus 1961 begon het communistische regime met het optrekken van een muur tussen Oost- en West-Berlijn om te voorkomen, dat de DDR zou leeglopen. Enkele miljoenen hadden het land na de communistische machtsovername al verlaten.

Volgens voorzitter Rainer Hildebrandt van het Muurmuseum is het aantal doden dat bij een vluchtpoging is omgekomen door een nieuwe telling met 5 mensen gestegen. Bij de 943 `muurdoden' waren 40 kinderen. In tegenstelling tot de Justitie telt de werkgroep ook DDR-vluchtelingen mee, die tijdens hun vlucht in de Oostzee zijn verdronken of bij ontdekking zelfmoord pleegden. Ook omgekomen DDR-soldaten en Sovjet-deserteurs worden door de muurwerkgroep meegeteld. Volgens Hildebrandt zal het aantal slachtoffers de komende jaren nog tot 1.000 stijgen. Voor de werkgroep zijn de doden, die gevallen zijn als gevolg van de muur, moeilijk te achterhalen. Vele documenten zijn tijdens en na de val van de muur op 9 november 1989 verdwenen. Hildebrandt is bezorgd over het verdwijnen van de muur. Van de 43,1 kilometer lange `anti-fascistische beschermingswal' in Berlijn staan nog slechts enkele delen overeind. `Het beste van de muur is, dat ze niet meer bestaat', schreef de Berlijnse Tagesspiegel vandaag. Monumentenzorg spant zich in om de vijf of zes stukken muur, die nog overeind staan, te behouden.