Indië in de vitrine

De waarheid ligt niet in een vitrine. Dat is een waarheid als een koe nu in de twintigste eeuw niet alleen de schoonheid maar ook de wetenschap haar gezicht heeft verbrand. Welke historicus gaat nog op bezoek bij het stokoude echtpaar opa Feit en oma Waarheid, als het veel leuker is om buiten te spelen met de neefjes Beleving, Ervaring en Herinnering?

Je ziet het bij tentoonstellingen over historische onderwerpen waar niet meer een verschijnsel zelf, maar de `herinnering' eraan wordt geëxposeerd. Aan de collaboratie bijvoorbeeld, of aan de slavernij. Juist bij zulke gevoelige zaken is het subjectiveren van de geschiedenis, het ruimte bieden aan talloze gelijkwaardige `verhalen', een aanlokkelijke strategie om elke verdenking van betweterij, paternalisme of ongevoeligheid in de kiem te smoren. Eén probleem: wat doen we met opa en oma?

Neem de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, waaraan het NIOD in het Rijksmuseum een expositie wijdt onder de eigentijdse titel `Nederlanders, Japanners, Indonesiërs. De Japanse bezetting van Nederlands-Indië herinnerd'. Alle betrokkenen mogen vertellen hoe zij die jaren hebben beleefd, herinnerd en verwerkt. In een van de laatste vitrines is de Nederlandse verwerking uitgestald. Twee boeken liggen naast elkaar: de roman Bezonken rood van Jeroen Brouwers (1981) en de essaybundel Het Oostindisch kampsyndroom (1992) van Rudy Kousbroek. Erboven hangen twee krantenknipsels. `De raaskallende leugenaar', brult Brouwers in het zijne over Kousbroek. `Acht jaar maagpijn' staat boven de repliek van Kousbroek. De neefjes huiveren even.

Kousbroek verweet Brouwers destijds dat hij in zijn roman de situatie in een Indisch interneringskamp veel wreder had voorgesteld dan ze in werkelijkheid was, en zelfs leugenachtig had gemodelleerd op Duitse concentratiekampen. Brouwers meende dat Kousbroeks gevoel voor werkelijkheid niet groter was dan `het uiteinde van een rechtgebogen paperclip'.

Wat heeft de expositie over deze netelige kwestie te zeggen, behalve het tonen van de boeken en de beledigingen? Hoe verliep de polemiek? Wat was er in het geding? En om meteen ook maar een paar opa-en-oma vragen te stellen: Wat waren de feiten? En (schaamrood kleurt de kaken) had er misschien iemand gelijk, of was het een kwestie van smaak?

Niets. De vitrine zwijgt.

Het is begrijpelijk dat een roodgloeiende polemiek in een museum op een lagere temperatuur wordt geserveerd. Niemand is erbij gebaat dat een bezoeker die wat verwerkte herinnering wil komen beleven, of een beetje herinnerde ervaring wil gaan verwerken, in het Rijksmuseum zijn mond brandt. Maar hier is de polemiek niet afgekoeld, hij is postmodern diepgevroren. Wat moet je uit deze verwerkingsvitrine opmaken? Dat twee schrijvers elkaar in de haren vlogen, dat het er heet aan toe ging, en dat de waarheid wel ergens in het midden zal hebben gelegen? Waar je haar trouwens toch maar het beste kunt zoeken zodra het moeilijk wordt?

Wie zal het zeggen. De neefjes in elk geval niet.

Een bespreking van het boek `Beelden van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië' staat op pagina 1 van de Boekenbijlage.