`Gasunie belemmert vrije markt'

De Nederlandse markt voor aardgas wordt niet vrij zolang de Gasunie het monopolie behoudt op de verkoop van vrijwel al het gas dat op Nederlands gebied wordt gewonnen. Die dominante positie wordt nog versterkt door de praktijk dat Gasunie uitsluitend op basis van lange-termijncontracten verkoopt. Daardoor blijft er in Nederland een aanbodgestuurde markt bestaan en is een spotmarkt zoals die in Groot-Brittannië bestaat, niet te verwachten.

Dat concludeert de EnergieGroep van het advocatenkantoor Trénité van Doorne in een gisteren gepubliceerd rapport `Naar een vrije gasmarkt?'

Gasunie had het rapport vanochtend nog niet ontvangen en kon geen commentaar geven.

De staat heeft groot financieel belang bij het handhaven van de ,,prijsgestuurde commercialisatie van de Nederlandse gasproductie en bij het zoveel mogelijk handhaven van de exclusieve rol van Gasunie'', want dan zijn de overheidsinkomsten het hoogst, aldus de EnergieGroep van Trenité van Doorne. In de nieuwe ontwerp-Gaswet die in de herfst door de Tweede Kamer wordt behandeld, stelt de regering zich ten doel de nu aanbodgestuurde gasmarkt in een vraaggestuurde markt te veranderen. Dat is onderdeel van de liberalisering van de energiemarkt die in Europees verband is overeengekomen en vastgelegd in een richtlijn die nu in de nationale wetgevingen van de EU-lidstaten wordt `vertaald'

Dat beleid is succesvol op de elektriciteitsmarkt, waar de productie en handel volledig vrij zijn. In Groot-Brittannië, de Scandinavische landen, Duitsland en Nederland die met het vrijmaken van de elektriciteitsmarkt vooroplopen, zijn de stroomprijzen fors gedaald.

Maar het rapport van Trenité van Doorne voorspelt dat hiervan op de gasmarkt zonder fundamentele veranderingen in het wetsvoorstel van minister Jorritsma (Economische Zaken) geen sprake zal zijn.

De dominante marktpositie van Gasunie blijft bestaan door drie elementen: de marketing van al het in Nederland geproduceerde gas uit bestaande velden, het prijsgestuurde tariefsysteem dat voor grote afnemers onvoordeliger uitpakt dan wanneer er ook een spotmarkt zou bestaan, en het gebrek aan regulerende bevoegdheden bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Tot het jaar 2007 moeten de regionale gasdistributiebedrijven het gas dat ze leveren aan kleinverbruikers en middelgrote bedrijven (tot maximaal 10 miljoen kubieke meter per aansluiting per jaar) exclusief blijven inkopen bij de Gasunie. Die afnameplicht wordt volgens Trenité van Doorne echter ,,niet gedekt door een wettelijke taakopdracht aan de Gasunie of aan de distributiebedrijven in het algemeen economische belang''.

De minister van Economische Zaken moet volgens het wetsvoorstel wel aantonen dat het economisch belang wordt gediend met die exclusiviteit. Kan ze dat niet, dan is het de vraag of de gedwongen winkelnering wel rechtsgeldig is conform het Verdrag van Rome en de Nederlandse Mededingingswet, aldus het rapport.

In haar nieuwe Commodity-tariefsysteem voor grootverbruikers dat de Gasunie vanaf volgend jaar toepast, geldt één prijsformule voor elke kubieke meter die wordt geleverd, ongeacht de hoeveelheid die wordt afgenomen. Wie 's zomers minder afneemt, moet een toeslag betalen, precies het omgekeerde van wat er in Groot-Brittannië gebeurt, waar op de spotmarkt goedkoop `zomergas' kan worden ingekocht. Maar de Gasunie heeft wel goedkeuring van de minister voor het systeem gekregen.

Ook blijft de gasprijs gekoppeld aan de olieprijs. De kosten voor transport en diensten worden apart in rekening gebracht. Daardoor blijft het tarief volgens Trenité van Doorne karakteristiek voor een aanbodgestuurde markt die beheerst wordt door het oligopolie van de gasexporterende landen, waaronder Nederland. Die houden gezamenlijk de oliepariteit in stand. ,,Terecht wordt daarom wel gesproken van het kartel van de gasexporterende landen.''

Een van de opstellers van het rapport, adviseur drs. R.D. Visser van Trenité, vat de situatie zo samen: ,,Eigenlijk zou je kunnen spreken van een samenspanning tussen de wetgever en Gasunie als uitvoerder. Formeel wordt de gasmarkt geliberaliseerd en voldoet men aan de EU-richtlijn, maar de eerstkomende tijd treedt er nauwelijks concurrentie in Nederland op en behoudt de staat de hoogst mogelijke inkomsten. Twee handen op één buik dus.''

    • Theo Westerwoudt