Euthanasie dient vooraf getoetst

Het euthanasiedebat is afgelopen week weer opgelaaid. J.M.G.A. Schols vindt dat een arts die euthanasie toepast minder te vrezen moet hebben van de juridische gevolgen van zijn handelen. B. van Klink meent dat euthanasie geen recht is van de patiënt, maar een gunst van de medicus.

Euthanasie als finaal en verantwoord gekozen sluitstuk van het medisch handelen zou al in een veel eerder stadium van het proces dat arts en patiënt doormaken, het predikaat `zorgvuldig' moeten verdienen. In het verlengde daarvan zou een arts, aan wie een patiënt de ultieme euthanasievraag voorlegt, dan ook reeds vóór zijn euthanatische handeling objectieve en brede steun in de rug moeten krijgen.

De sinds enige tijd actieve `multidisciplinaire' toetsingscommissies doen hun werk nog steeds achteraf. Zij komen in feite als mosterd na de maaltijd. Ook blijft het erop lijken dat de arts zich voor een `tribunaal' moet verantwoorden, wat demotiverend en drempelverhogend werkt en de kwaliteit van medische zorg schaadt.

Het ware veel beter geweest als de nog `jonge' regionale toetsingscommissies van meet-af-aan ingezet waren om `vooraf' te toetsen. De arts zou dan pas echt medische, ethische en juridische steun in de rug kunnen ervaren terwijl de arts-patiëntrelatie zich, met het oog op de actualiteit, veel veiliger en consistenter zou kunnen ontwikkelen.

Multidisciplinaire toetsing met verantwoorde adhesie vóóraf zou uiteindelijk ook het meldingsprobleem voor een groot deel kunnen oplossen. De arts zou er immers een goede, objectieve en brede second opinion voor terugkrijgen, hetgeen prima past bij de mores van het normale medisch handelen. Verandering van de wetgeving is hiervoor niet noodzakelijk.

De maatschappelijke discussie is er bovendien bij gebaat als de voortdurende strijd over de vraag waar het primaat van het euthanasievraagstuk hoort te liggen – op medisch, ethisch, danwel juridisch terrein – eindelijk eens een halt wordt toegeroepen. Euthanasie is iets dat zich primair tussen arts en patiënt afspeelt. Daarnaar moet dan ook alle aandacht uitgaan.

Een objectieve, brede toetsing vóóraf zou bovendien een hulpmiddel kunnen zijn om uiteindelijk een oplossing te vinden voor het probleem van euthanasie bij wilsonbekwame (demente) patiënten alsmede voor het probleem van de euthanasie bij jongeren, waarbij aan toetsing van de wil ook bijzondere eisen gesteld worden. Want de relatie tussen arts en wilsonbekwame patiënt vraagt echt om bijzondere aandacht en verdient alle geduld en zorgvuldigheid. Een arts die veel energie steekt in de verifiëring van de wil van een wilsonbekwame patiënt en vervolgens tracht die wil te reconstrueren, heeft dus juist die brede objectieve steun nodig en geen verlammende angst voor veroordeling achteraf.

Interdisciplinaire toetsing vóóraf is gewenst, want ratio vóóraf is beter dan angstige, verlammende of defensieve emotie achteraf. `Beoordeling achteraf' werkt bij de medische stand immers veelal als een `veroordeling'.

J.M.G.A. Schols is verpleeghuisarts en directeur patiëntenzorg van streekziekenhuis De Riethorst in Geertruidenberg.

    • J.M.G.A. Schols