Een verslag uit de veestapel

Na de verschijning van zijn autobiografie in 1789 was Olaudah Equiano vijf jaar lang een bekende Londense Afrikaan. Het verhaal van zijn jeugd in Nigeria en van de avonturen en misère nadat hij op zijn elfde jaar naar West-Indië was vervoerd en in slavernij verkocht, paste in de publiciteit van 1790, tijdens de campagne tegen de slavenhandel. Na 1794 veranderde de Engelse stemming echter, onder invloed van de Franse revolutie. De mensenrechten werden niet langer in overweging genomen; het leek nu duidelijk dat zij tot landverraad voerden. De abolitionists moesten zich rustig houden, anders werden zij vereenzelvigd met de Parijse Jacobijnen.

Van Equiano's in eigen beheer uitgegeven boek waren toen duizenden exemplaren verkocht. In 1792 trouwde hij met een Engelse die wat geld meebracht; bij zijn dood liet hij een bescheiden vermogen na aan zijn dochter. Van het boek werd vervolgens weinig meer gehoord, al kwam in 1837 nog een Amerikaanse editie uit.

Sinds de jaren zestig is Equiano teruggekeerd uit de vergetelheid, nu het Afrikaanse verleden met meer respect wordt bestudeerd dan vroeger. Zijn boek, The Interesting Narrative of the Life of Olaudah Equiano, is alweer een paar keer opnieuw uitgegeven. Standaardeditie is nu de Penguin van 1995, verzorgd door Vincent Carretta.

James Walvin van de Universiteit van York heeft als eerste een complete biografie van Equiano geschreven. Zijn leven brengt de lezer vaak in beroering, soms van schrik over de gevaren die hij liep en vaker nog van ontsteltenis over de behandeling die hij ondervond, als slaaf en later als zwarte man die zijn vrijheid gekocht had. De biograaf heeft minder te bieden, omdat het meeste al verteld is in Narrative. Er is geen correspondentie en zelfs in zijn Engelse gloriejaren heeft niemand de moeite genomen meer over hem te vertellen. Walvin heeft dat tekort aan gegevens niet kunnen compenseren, al heeft hij veel informatie toegevoegd.

Maar ook in onvolledige staat biedt het beeld van Equiano voldoende stof tot nadenken. Dat de zwarte slaven uit Afrika vervoerd werden als stukgoederen en behandeld werden als vee was bekend, maar het bijzondere is dat dit lid van de veestapel het allemaal zelf heeft beschreven. Equiano was een man met vele talenten en taalbeheersing was er één van. Hij onderscheidde zich daar als tiener al mee van zijn medeslaven en op zijn vijfenveertigste, toen hij in Engeland woonde, schreef hij zijn herinneringen op in voorbeeldig formeel Engels, compleet met citaten uit de literatuur.

Dat zijn proza soms stijf klinkt, neemt niet weg dat hij in staat is zijn verhalen te dramatiseren met een elan dat zijn biograaf niet evenaart. In 1766 had hij zich vrijgekocht op het Westindische eiland Montserrat. Het bewijs daarvan, een document dat was ondertekend door zijn voormalige eigenaar Robert King, droeg hij bij zich. Equiano wilde het liefst terugkeren naar Londen, dat hij vier jaar eerder met een vorige eigenaar had leren kennen, maar uit vriendelijkheid tegenover King bleef hij zijn werk doen in de West, als zeeman op de scheepvaart tussen het Caraïbisch gebied en de havens van Virginia en Georgia. Meteen moest hij weer gevaren en bedreigingen doorstaan. Een schip waarop hij onderweg was naar Savannah liep op een rots bij de Bahama`s, de bemanning belandde op een onbewoond eiland zonder water en werd op het nippertje gered. Een paar dagen later raakte Equiano met zijn volgende schip in levensgevaar toen het in een storm op een zandbank liep. Terwijl de overige schepelingen toekeken, lukte het twee van de mannen in een roeibootje een vast punt te bereiken en een touw vast te maken zodat hun schip losgetrokken kon worden.

Eindelijk aangekomen in Savannah, bood de ex-slaaf twee wachters op de kade punch aan, waarna hij werd gearresteerd. Hij had licht aangehad na negen uur, zeiden ze, een vergrijp dat bij zwarten werd bestraft met een geldboete of zweepslagen. Equiano bracht de nacht door in de cel en hoorde de volgende morgen een vrouw gegeseld worden, waarna zijn beurt zou komen. Op het laatste ogenblik kon hij zich er uitpraten, doordat hij een blanke inwoner van Savannah bleek te kennen. Het sarren, mishandelen en oplichten van zwarten, zelfs als zij hun vrijheid hadden gekocht, was zo gewoon dat Equiano er zich in zijn herinneringen niet over opwindt.

Het tweede sterke talent van Equaino was dat voor de handel. Hij verdiende veel geld, en als hem weer eens wederrechtelijk iets werd afgenomen hield hij genoeg over om door te gaan. Zo heeft hij zich in Londen altijd kunnen redden, en tegen het eind van zijn leven werd hij, mede dankzij zijn boek, zelfs een welvarend man.

Equiano schreef zijn boek, omdat er nu eindelijk een publiek voor was en om de zaak van de afschaffing van de slavenhandel te dienen. Hij publiceerde in het boek ook een brief die hij in 1788 aan Charlotte had gestuurd, de vrouw van koning George III: `Ik smeek Uwe Majesteit om medelijden voor miljoenen van mijn Afrikaanse landgenoten die zuchten onder de tirannie in West-Indië.' Of hij politieke invloed heeft gehad, is niet te bepalen. In 1807 werd de slavenhandel door het Britse parlement verboden, zonder dat zijn boek ter sprake kwam. Wel staat vast dat hij nog tweehonderd jaar later tot de verbeelding van zijn lezers kan spreken. Hij stimuleert het besef dat allerlei episodes uit de menselijke geschiedenis onvergeeflijk zijn, en dat er steeds nieuwe episodes van dezelfde aard aan toegevoegd worden. Equiano had rancuneus kunnen worden van dat besef, of misschien juist niet meer, omdat de wreedheden die hij had moeten verduren ver over de rancunegrens heen waren gegaan. Hij koos een andere richting: hij werd een vroom Methodist, na lange bezinning en diepe gesprekken: `O, happy hour, in which I ceas'd/ To mourn, for then I found a rest!/ My soul and Christ were now as one/ Thy light, O Jesus, on me shone!'

Ook dat heeft hij in zijn Interesting Narrative opgenomen. Zelfs een ongelovige lezer zal er na dit levensverhaal begrip voor voelen.

James Walvin: An African Life.The Life and Times of Olaudah Equiano 1745-1797. Cassell, 205 blz. ƒ99,95