Duitse hockey heeft last van bloedarmoede

Het Duitse hockey verkeert in nood. Routiniers haken af en aanstormend talent is nauwelijks voorhanden. ,,Ik ben jaloers op Nederland'', zegt coach Paul Lissek.

Opluchting was gisteren af te lezen van het gezicht van Paul Lissek. Een afstraffing bleef de Duitse hockeybondscoach bespaard in het duel met Nederland, reden waarom hij na afloop opgewekt vooruit blikte naar het komende Europees kampioenschap, volgende maand in Italië. ,,Unser Jungs haben sehr gut gespielt, dat belooft wat'', sprak Lissek tevreden na de 4-2 nederlaag bij het vierlandentoernooi in Amstelveen.

Duitsland waande zich gisteren de morele winnaar van het duel met de wereld- en olympisch kampioen en helemaal onterecht was dat niet. Vooral in de eerste helft beet het elftal van Lissek venijnig van zich af, met enkele razendsnelle counters waar de thuisploeg nauwelijks raad mee wist. Pas in de slotfase, dankzij twee rake strafcorners van Bram Lomans, ontdeed Nederland zich van de energieke Duitsers.

Lissek (51) geeft al acht jaar leiding aan die Mannschaft. Onder zijn bewind groeide de nationale ploeg uit tot een hecht collectief dat het schaakhockey tot kunst verhief. Hoogtepunt onder Lissek was de olympische titel, zeven jaar geleden in Barcelona. Vorig jaar, bij het wereldkampioenschap in Utrecht, won Duitsland brons.

Maar een alom gevreesde tegenstander is Duitsland tegenwoordig niet meer. Niet voor niets ontbrak de nationale ploeg twee maanden geleden bij de strijd om de Champions Trophy. Terwijl de zes sterkste hockeynaties het in Brisbane tegen elkaar opnamen, doodden Lissek en de zijnen de tijd met het spelen van oefenpotjes tegen twee andere hockeylanden op hun retour, India en Maleisië.

De afwezigheid in Australië was een direct gevolg van de degradatie vorig jaar in Lahore, waar het verval van de recordkampioen (zevenvoudig winnaar) schrijnend aan het licht kwam. Vier van de vijf duels gingen verloren, alleen tegen Zuid-Korea werd een puntje behaald. ,,Veel spelers waren toe aan rust en hadden maatschappelijke verplichtingen'', verklaart Lissek. ,,Omdat onze basis smal is moesten we noodgedwongen met een B-selectie naar Pakistan.''

Het Duitse hockey verkeert in een crisis. Routiniers haken een voor een af en aanstormend talent is niet of nauwelijks voorhanden. Lissek weet het als geen ander. ,,Het zijn de bekende magere jaren. We kunnen alleen maar hopen dat de schade meevalt.''

Terwijl Nederland het vertrek van de generatie-Bovelander moeiteloos opving, worstelt Duitsland met de naweeën van het afscheid van gezichtsbepalende spelers als Carsten Fischer, Volker Fried, Andreas Becker en Christian Blunck. Het elftal dat Lissek gisteren het veld instuurde, wemelt van de grijze muizen en telt nog slechts vijf spelers die drie jaar geleden in Atlanta actief waren. Zo groot is de misère inmiddels dat Lissek een beroep moet doen op een 16-jarige, Mathias Witthaus.

De laatste in de rij der afvallers is Jan-Peter Tewes, de 30-jarige centrale verdediger die ruim tien jaar leiding gaf aan de Duitse defensie. Zijn plotselinge vertrek is tekenend voor de bloedarmoede binnen het Duitse hockey. ,,Wij zijn geen semi-professionals, zoals Nederland die heeft'', zegt Lissek. ,,Onze bond heeft het geld hard nodig om de sport te promoten. Wij dragen de naam van Opel weliswaar op onze shirts, maar denk maar niet dat daar een behoorlijke vergoeding tegenover staat.''

Duitsland verdedigt volgende maand de Europese titel die het vier jaar geleden in Dublin na strafballen veroverde ten koste van Nederland. In tegenstelling tot de ploeg van collega-bondscoach Maurits Hendriks staat voor Lissek en de zijnen in Padova meer op het spel dan de titel. Bij winst verzekert de ploeg zich van deelname aan de Olympische Spelen.

Mocht die opzet mislukken, dan vreest Lissek het ergste. Het kwalificatietoernooi staat begin maart op het programma, uitgerekend op het moment dat de Duitse zaalhockeycompetitie zijn ontknoping beleeft en de veldcompetitie nog moet beginnen. ,,Ik zou echt niet weten hoe ik mijn spelers moet losweken uit de zaal'', zegt Lissek.

Anders dan in Nederland geniet het zaalhockey in Duitsland grote populariteit. Al jaren verzet Lissek zich tegen de overwaardering van het Hallenhockey. Maar de bedenkingen van de bondscoach vinden nauwelijks gehoor. ,,Iedereen beseft dat op het veld de prijzen worden verdeeld, maar niemand blijkt in staat de vicieuze cirkel te doorbreken. Vooral de clubs houden vast aan het zaalhockey, omdat het extra inkomsten oplevert.''

Hockey is een bescheiden sport in Duitsland. Lissek schat het aantal spelers op ongeveer 55.000. Ter vergelijking: de Nederlandse hockeybond telt ruim 129.000 leden. Lissek: ,,Ik ben jaloers op Nederland. Jullie trekken een blik spelers open en handhaven je vervolgens moeiteloos aan de top. Dat is knap frustrerend voor de rest.''