Drama in Assen

EEN HORRORDROOM van menige ouder is werkelijkheid geworden in een buitenwijk van Assen. Het lichaam van een zevenjarig vermist meisje is gevonden in de kruipruimte van een woning in haar eigen straat. Een 45-jarige buurtgenoot is aangehouden en heeft bekend het kind bij de zandbak te hebben meegelokt en haar seksueel te hebben misbruikt en gedood. De man was na een vrijheidsstraf van drie jaar wegens een zedendelict sinds begin dit jaar op vrije voeten.

Deze laatste omstandigheid maakt het drama extra schokkend. Bij een first offender kan het gebeuren dat er geen merkbare voortekenen van het naderend onheil zijn. Bij een veroordeelde zedendelinquent ligt dat aanwijsbaar anders. Het is duidelijk dat iemand die zijn straf heeft geboet een nieuw begin moet kunnen maken. Maar er is ook de realiteit van recidivegevaar en de extra kwetsbaarheid van kleine kinderen tegenover buurtgenoten. Het drama in Assen versterkt dan ook de roep om pedofielen na ontslag uit gevangenis of inrichting te blijven volgen.

DAARBIJ WORDT in de eerste plaats gedacht aan het informeren van de jeugd- en zedenpolitie. Maar deze zal bij dreigend gevaar toch anderen moeten inschakelen. Met name in het buitenland zijn initiatieven genomen om lokale bestuurders of zelfs hele buurten te waarschuwen wanneer een voormalige zedendelinquent zich ergens vestigt. Het gevaar bestaat dat dergelijke mensen vogelvrij worden verklaard.

Daardoor dreigen op zichzelf interessante aanzetten om de maatschappelijke waakzaamheid te versterken over hun doel heen te schieten. Het kweken van desperado's maakt de gevaren voor kinderen alleen maar erger. Een morele paniek belemmert ook verstandige maatregelen ter preventie van seksueel misbruik, want die vergen een zekere mate van openheid. Terecht legde minister Korthals (Justitie) veel nadruk op preventieve maatregelen in een beleidsnota waarin hij voortborduurt op een Wereldcongres over seksueel misbruik van minderjarigen, vorig jaar in Stockholm.

Isolement en stigmatisering moeten worden voorkomen, waarschuwt Korthals. Toch gaat hij samen met openbaar ministerie, politie en reclassering praten over structurele informatievoorziening over vestiging of terugkeer van een zedendelinquent aan buurtgenoten. Volgens de minister moet een veroordeelde zedendelinquent kunnen worden gedwongen te verhuizen naar een andere omgeving. Sommige politiedeskundigen waarschuwen overigens dat dit het probleem alleen maar verplaatst.

IN ELK GEVAL komt gedwongen verhuizing alleen in aanmerking voor ,,individuele zware gevallen'. Dat impliceert een zekere selectie bij het monitoren en dat lijkt juist vanuit de door de minister gesignaleerde gevaren van isolement en stigmatisering ook gewenst. Het formuleren van behoorlijke selectiefactoren zal overigens niet eenvoudig zijn.

De grote vraag na Assen blijft: waarom doet iemand zulke vreselijke dingen? De wetenschap tast grotendeels in het duister, al lijkt er vaak een relatie te bestaan met seksuele trauma's die de dader zelf in zijn jeugd heeft opgelopen. Dat moge dubbel tragisch zijn, het is geen reden de maatschappelijke waakzaamheid te veronachtzamen. De bestrijding van seksueel misbruik komt uiteindelijk neer op het doorbreken van vicieuze cirkels in individuele mensenlevens.

Wereldcongres

In het hoofdartikel Drama in Assen (in de krant van vrijdag 13 augustus, pagina 7) werd verwezen naar het Wereldcongres tegen seksueel misbruik van kinderen in Stockholm. Dit werd niet, zoals vermeld, vorig jaar gehouden maar in 1996. Thema was de commerciële seksuele exploitatie van minderjarigen. De deelnemende landen moeten voor het jaar 2000 nationale actieprogramma's opstellen.