De waarheid

Een avond waarop men niets leert, is een verloren avond. Gisteravond was geen verloren avond. Ik zal niet beweren dat de vergaarde kennis mijn leven heeft verrijkt, maar wel dat ik haar niet licht zal vergeten. Zo zag ik voor het eerst de Belgische vocalist Helmut Lotti, die dermate belangwekkend is dat de TROS een concertregistratie uit 1997 op prime time herhaalde. Hoewel zijn opbeurend gezang bijna een uur duurde (en mijn gedachten in die tijdspanne af en toe afdwaalden), hebben we deel 2 nog tegoed. Bovendien zag ik voor het eerst de historicus Herman Beliën voor de NPS de Quiz van de Eeuw presenteren. Indien ik het goed begrijp, zal hij dit najaar ook een reeks historische programma's over het voorbije millennium voor het voetlicht brengen. Men mag vrezen met hetzelfde repertoire aan vrolijke noten als waarmee hij zijn quiz tot leven tracht te wekken. Ik juich het overigens toe dat academische historici hun professie uitdragen voor een groot publiek, en vakgenoten weten dat Beliën daarin behoorlijk is geoefend, alleen al vanwege de vele reisgidsen die hij tijdens zijn universitaire loopbaan publiceerde.

Zo had ik reeds iets geleerd terwijl de avond nog moest beginnen. Dit was wellicht de reden dat ik vol begrip voor het menselijk tekort De sterkste Man van Nederland wist te verdragen, geen vragen over de zin van het bestaan stelde tijdens het RTL-programma Straat op stelten (dat de volkomen platheid van nieuwe dimensies voorziet), mijn levensvreugde niet verloor bij een compilatie van hoogtepunten uit De week van Willibrord (men is benieuwd hoe de dieptepunten eruit zien!), en nauwelijks met mijn ogen knipperde tijdens de herhaling van het TROS-programma Pluk de Dag (hoewel een hevig verlangen opwelde naar de Dag des Oordeels). Zelfs bleef ik rustig tijdens de herhaalde Zembla-documentaire De Stressfactor, die dermate nerveus makend traag een waaier aan gemeenplaatsen ontvouwde dat het mij niet langer verbaasde dat een derde der WAO'ers wegens overspanning thuis zit (hopelijk niet voor de buis, want zulks lijkt mij uit therapeutisch oogpunt niet aanbevelenswaardig).

Hier beperk ik mij alleen tot de programma's die gebrek aan smaak een slechte naam bezorgen. De rest houdt u tegoed, als mijn proefschrift over de nakende teloorgang van het avondland nog op tijd afkomt. Het is waar, ik kan het niet ontkennen, als compulsieve tv-kijker bevangt mij soms enige twijfel aan het vermogen van de mens waarachtige vooruitgang te boeken. Ik bedoel: vanaf de steentijd is hij gekomen tot waar hij nu staat. En dat is niet ver.

Wellicht geldt als excuus dat de wereld niet meer is dan een gammel schouwtoneel, en dat men zich moet behelpen met spelers die hun rol niet kennen. Maar indien de televisie van gisteravond iets heeft geleerd, dan is het wel dat dit een laffe uitvlucht is. En hoewel lafheid een alleszins beschaafde levenshouding is, zal ik hier voor één keer de waarheid onder ogen zien.

Wat wij bekijken op de televisie, dat zijn wij zelf. Toegegeven, het is geen prettig gezicht, maar het is de geestelijke vorm waarin wij ons als natie vormgeven. De herhaling van het TROS-programma Telearchief met beelden uit 1969 deed gisteren de vraag opkomen hoe latere generaties over ons zullen oordelen. Nu reeds kan men vermoeden dat vergeleken met toen Nederland is geworden tot een paradijs voor proleten, en de proleten dat zijn wij.

Overigens is dit toe te juichen. Wat wij op de tv zien, is immers een samenleving met een weldadige tolerantie, in het bijzonder voor elkaars gebrek aan aspiraties en zelfkritiek. Bovendien is er geen enkele reden tot klagen, want het is nog altijd beter te kijken dan bekeken te worden. Gewapend met die kennis deed ik de televisie uit als een gelukkig mens.