De voet van Cellini

Vijfhonderdvijftig dagen bijna vóór het derde millennium (dat aanvangt in 2001, nietwaar?), mag ik al roepen wat het mooiste kunstwerk is dat het tweede duizendtal voortbracht.

Achttien maanden van misschien uitzonderlijke meesterwerken worden zomaar terzijde geschoven. Prima, want de hele twintigste eeuw mag meeschuiven – daar zit je als product van die laatste honderd jaar veel te dicht op en zelfs nog op de honderd jaren van de negentiende eeuw.

Dat weloverwogen doorstrepen van de laatste tweehonderd jaar heeft als voordeel dat je niet over fotografie, film of jazz hoeft te oordelen, laat staan over legendarische locomotieven, glanzende motoren, antieke automobielen of sierlijke vliegmachines; techniek dus: voor velen dé kunstvorm van de twintigste eeuw.

En niet alleen terwille van het evenwicht schrap ik de eerste tweehonderd jaar van ons millennium ook door. Wat weten we van die tijd van de elfde en twaalfde eeuw? Relatief weinig. Er hoeven dus nog maar zes eeuwen doorgekeken te worden: op de gebieden van de muziek, de literatuur, de schilderkunst, de beeldhouwkunst en de architectuur. Sla ik dan niet wat kunsten over? Zeker, maar wat wil je met duizend jaar?

Muziek, literatuur en schilderkunst: als ik uit deze drie maar één keer mag kiezen, verwerp ik tientallen composities en boeken en honderden schilderijen die me alle even lief zijn. Dat kan ik niet.

Blijven over bouwkunst of beeldhouwkunst: ofwel Il Campo – het onvergelijkelijke plein van Siena, of de voet van Cellini. Die uitzonderlijke oesterschelp met z'n tientallen parels van Siena is me iets te groot en de voet van Cellini is niet te klein. Cellini dus.

Dat China, Japan, India, Indonesië of een ander land uit het Verre of Nabije Oosten gemakshalve gepasseerd werden, is de lezer natuurlijk niet ontgaan. Maar in de beperking toont zich de meester, daarom mochten Afrika, Zuid- en Midden-Amerika, Australië en Oceanië ook niet meedoen. Je moet je mooiste kunstwerk wel zelf gezien, aangeraakt en gevoeld hebben.

De voet van Cellini. Waarom z'n voet? Waarom niet z'n handen, z'n buik, z'n billen die aan vrouwen toebehoren. Erg expressief zijn billen alleen niet en borsten al helemaal niet, zelfs niet als ze heel mooi zijn.

Handen kunnen veel uitdrukken, maar erotisch zijn ze zelden en voor voeten lijkt dat laatste nog uitdrukkelijker te gelden.

Arme voeten. Ze moeten veel dragen en verdragen en daardoor is veel lelijks hun deel. En toch. Wat is aardser dan een voet, een blote voet? Wat is erotischer dan een aantrekkelijke, wellustige, welgevormde voet? Hoe prachtig kan zo'n voet, kunnen voeten, over het natte strand lopen, of door het mulle duinzand of over de aarde van welk land ook? Hoe kunnen ze zijdezacht tegen je aan liggen in het gras, of op een bed. Hoe kan hun elastische, zachte onderkant de bovenkant van andere minderbedeelde voeten strelen? Hoe kunnen voeten bij kaarslicht of schijnbaar niets verhullende kroonluchters onder een aangenaam gedekte tafel voor 24 personen hun speelse, ondeugende en geheime weg zoeken?

Mooie voeten zie je niet vaak, ook niet bij vrouwen. En modefotografen zien ze nooit, getuige de aantrekkelijke vrouwelijke modellen met hun hoogst onaantrekkelijke voeten die bijna week in week uit de vaderlandse pers binnenstrompelen. Te grote voeten, te kleine, ingezakte hielen, dwarsliggende wreven, knobbels, opspelende aders, rare tenen, smerige nagels, verkeerd geknipt, fout gelakt en soms zelfs afgekloven. Je gelooft je ogen niet.

Dan de voet van Cellini, de voet van zijn Medusa op wier lichaam Perseus weinig triomfantelijk zijn gevleugelde linkervoet heeft gezet. Zijn zwaard in de rechterhand en in zijn linker het hoofd, háár hoofd, dat hij zojuist van haar lichaam scheidde.

Hij lijkt te staren naar de bijna onsterfelijke hals van de vrouw die hij nooit zal mogen aankijken. Op straffe van verstening. Uit haar hals spuit bloed.

Maar wie goed kijkt, ziet dat de held met licht gebogen hoofd vanuit zijn ooghoeken gluurt naar die ene ontblote voet van zijn stervende Medusa. Hij kán niet anders, want dat is de voet van Cellini: de voet van een vrouw, gemaakt door een man. Een voet die haar verrukkelijke tenen zó verleidelijk krult dat Perseus zich tot het uiterste moet beheersen zich niet diep voorover te buigen om voor altijd zijn lippen er tegen aan te drukken.

En misschien is hij wel tot brons – een stuk toegeeflijker dan steen – geworden, omdat hij zich vergrijpen wilde aan die voet die alleen voor goden bestemd moet zijn, niet voor de halfgod Perseus. Mét hem verstarde Medusa, immers haar leegstromende lichaam torst de voet van de verbronzende held. Zo veranderde haar goddelijke voet in brons, zonder ook maar iets van haar onweerstaanbare kracht te verliezen.

Een voet zó adembenemend mooi en aanlokkelijk dat je de aarde zou willen zijn die haar droeg en tussen haar tenen omhoog woelde, dat je wilde dat je het zeewater was dat met zijn zout in die tenen beet, dat je de lucht mocht zijn die zich door deze onsterfelijke voet liet doorklieven, het vuur dat zich door haar liet kalmeren...

Maar een mythe vertelt ons dat de Florentijn Benvenuto Cellini, geboren in 1500, in het hart van de toenmalige (kunst-)wereld, die voet geschapen heeft en daarmee en daardoor elke kunstenaar overtrof niet alleen in de vijf eeuwen die zijn geboortejaar voorafgingen, maar ook in de vijf jaar die er op volgden...

Die wonderschone voet heb ik beschreven vanuit mijn herinnering. Een kwart eeuw geleden zag ik haar voor het eerst en sindsdien stormt ze door mijn geheugen, mij in verwarring brengend als ik een heel enkele keer een voet tegenkom die aan haar doet denken.

Is het duizelingwekkende gevoel dat de eerste aanblik van die voet opriep geen eigen leven gaan leiden? Wervelt er een mythe van brons door mijn brein die in Florence teleurstelt?

Waar zijn de foto's die ik van Cellini's Perseus maakte? Zoek! De kleurennegatieven zijn er nog wel, drie. Ik laat ze vergroot afdrukken en zie dat de essentie puntgaaf in mijn geest bewaard is gebleven.

Het zijn niet alle tenen die zo `verleidelijk krullen'. Het is er maar één, de grootste: de andere vier liggen er licht gebogen naast – onweerstaanbaar, nét niet tegen elkaar aan. Ook de kleinste draagt met recht haar naam en is geen onaanzienlijke, zielige achterblijfster.

De extase ligt in de grootste van die vijf heerlijke tenen. In de uitzonderlijke erotische spanning van haar kromming, waar het leven uít spat – voor millennia.

Het kan dus nog kleiner: de teen van Cellini!