De teloorgang van de tattoo

In het verschijnsel tatoeage zit aardig de klad. Het begon ermee dat steeds meer mensen ze namen. In plaats van een icoon dat aan de drager de schijn van maatschappelijke marginaliteit verschafte, of de indruk wekte dat hij zeeman of bajesklant was, is de tatoeage de afgelopen vijftien jaar steeds meer een algemeen geaccepteerd verschijnsel geworden. Iedere kantoorbediende loopt ermee, bij wijze van spreken. Manchetknopen uit, tatoeages in.

Een van de aardigste aspecten van de tatoeage was zijn eeuwigheid, die zeker een deel van de spanning bij het laten zetten uitmaakte. Wie op een vrolijke avond – liefst dronken – `ANNIE' op zijn borstkas liet tatoeëren, kon er immers vrijwel verzekerd van zijn dat de inktletters een langer leven was beschoren dan de verhouding met Annie zelf.

Een economie als de Westerse, gebaseerd op een snelle circulatie van waren en waarden, kan met eeuwigheid natuurlijk niet veel aanvangen. De wetenschap heeft dus alles op alles gezet om een middel te vinden om tatoeages weg te halen. En ja hoor: de laserstraal biedt uitkomst. Een paar weken bestralen en de inkt in de epidermus, waar de tatoeage zit, verliest zijn kleur. Op deze manier begon de tatoeage al aardig saai te worden, maar het kon nog erger: de plakplaatjes-tatoeage. Daarbij werd de inkt niet langer, zoals bij de tatoeëerder, ónder de opperhuid aangebracht, maar er óp. De afbeelding kan dan, afhankelijk van de kwaliteit van de inkt, meteen of na een paar dagen met water en zeep worden verwijderd.

Tegelijk met deze ontwikkelingen zijn tatoeages grafisch steeds minder interessant geworden. Een goede tatoeëerder – het wemelt in de branche tegenwoordig overigens van beunhazen – kan elke gewenste afbeelding tatoeëren. Tot in de jaren zestig gebeurde dat – in de tatoeage-winkel van elk zichzelf respecterend havenkwartier – meestal uit het hoofd, want de klanten wilden steeds dezelfde: een hart met MAMMA erin, of de allegorische voorstelling met flessen drank, speelkaarten en vrouwenborsten die bekend stond als Man's ruin.

Totdat in de jaren tachtig de bohème zich voor tatoeages (inmiddels vaak met het Engelse woord tattoo aangeduid) ging interesseren zijn er echter ook heel wat juweeltjes van volkskunst het graf ingedragen – zoals de bezoeker van het onvolprezen maar binnenkort te sluiten Tatoeage-museum in Amsterdam (Oudezijds Achterburgwal 130) kan zien. Ook in de jaren tachtig is er nog inventiviteit getoond, met de ontwikkeling van al die abstracte ornamenten bijvoorbeeld, die als New Tribalism bekend staan. Maar met de toenemende massaliteit, waarbij je in de tattoo-shop achteraan moet aansluiten als ware het een kapperszaak, lijkt alle inventiviteit verdwenen. De klanten kiezen een kant-en-klaar plaatje uit een boek, dat er dan in een kwartiertje even ingekwakt wordt.

Van deze treurige teloorgang is de cd-rom Temporary Tattoo Studio een exponent. Het schijfje bevat honderd prentjes – van abstract tot lollige poesjes, draakjes etc. – die je naar eigen inzicht een ander kleurtje kunt geven, laten draaien, vergroten of verkleinen etc. De grafische mogelijkheden van het programma blijven echter achter bij die van het gemiddelde tekstverwerkingsprogramma: je kunt er niet mee tekenen en evenmin tekst laten golven, om in een banier te plaatsen bijvoorbeeld. Het lijkt van oorsprong meer bedoeld om er T-shirts, visitekaartjes enzo mee te bedrukken, maar dan wel hele saaie. Als je er afwasbare tatoeages mee wilt maken, moet je het ontwerpje per e-mail aan de Amerikaanse uitgever van de cd-rom sturen en dure plakplaatjes bestellen. Niet doen dus.

Temporary Tattoo Studio. Macmillan Digital Publishing USA. Voor Windows 95/98, prijs 71 gulden.