De `hele' Negende van Bruckner

Vorig seizoen begon Lawrence Renes zijn nieuwe betrekking als chefdirigent bij het Gelders Orkest. Met een uitvoering van de Negende Symfonie van Anton Bruckner hoopte hij een indrukwekkende start te maken en dus werd besloten Bruckners zwanenzang te brengen inclusief de finale, zoals die in 1993 op basis van nagelaten schetsen werd gereconstrueerd door de Duitse musicoloog Benjamin Gunnar Cohrs.

Het mocht niet zo zijn. De geplande concerten werden afgelast op instigatie van dirigent Hans Vonk, die het werk kort tevoren in de onvoltooide vorm met het orkest had ingestudeerd en vreesde dat Renes van zijn voorwerk zou profiteren. Pas vanavond zal Renes het Gelders Orkest voorgaan in de Nederlandse première van Bruckners Negende Symfonie in de voltooide versie en kunnen kenners en liefhebbers beslissen of de Negende nu eindelijk klinkt zoals het Bruckner voor oren moet hebben gestaan, of dat het werk in incomplete vorm beter af was.

Volgens de overlevering heeft Anton Bruckner (1824-1896) nog op de dag van zijn overlijden aan de Negende Symfonie gewerkt. Al in 1887 had hij de eerste maten neergeschreven, maar gekweld door een nooit aflatende onzekerheid ging een groot deel van zijn tijd op aan het herzien van eerdere symfonieën. Mede daardoor zou het slotdeel van de Negende nooit gereed komen, en duurde het tot 1903 voordat dirigent Ferdinand Löwe de eerste drie delen in première bracht. Voor die gelegenheid zette Löwe overigens wel eerst zelf flink het mes in Bruckners noten, in de hoop dat het werk zo meer in de smaak zou vallen bij het publiek.

De schetsen voor de Finale die Bruckner naliet werden in 1934 door Alfred Orel aaneengesmeed tot een reconstructie, maar nog steeds dook her en der meer origineel materiaal op. Orels ontwerp van het skelet van de finale kon daardoor nooit als een eindstation worden beschouwd, maar zijn werk diende wel als basis voor de vele latere pogingen tot reconstructie.

In 1983 maakten de Italianen Nicola Samale en Giuseppe Mazzuca een nieuwe start met de studie naar Bruckners schetsen, potloodaantekeningen en losse bladen. Drie jaar later volgde een concert met het vierde deel in zijn ontwikkelingsvorm. De versie Samale/Mazucca verscheen in druk en werd het uitgangspunt van de uitvoeringsversie van de finale die de Australische Bruckner-specialist John Phillips met zijn Duitse collega Benjamin Gunnar Cohrs samenstelde.

Het is aan Lawrence Renes om te laten horen of dit slotdeel de geest van Bruckner treft. Feit is dat het finaledeel dat vanavond na het wijdse Adagio zal klinken een klein half uur in beslag neemt, waardoor de gehele Negende Symfonie onvermijdelijk in een geheel ander licht zal worden geplaatst. De Negende in de versie die vanavond in Arnhem, morgen in Nijmegen en zondagavond in het Amsterdamse Concertgebouw zal klinken besluit met trompetklanken. Voor wie weet dat Bruckner zijn vrome natuur ook in zijn zwanenzang trouw bleef en het werk opdroeg aan `de lieve god' is dat in elk geval conceptueel een waardig en passend slot.

Het Gelders Orkest o.l.v. Lawrence Renes: Anton Bruckner, Symfonie nr.9 in d, inclusief gereconstrueerde finale. 13/8, Musis Sacrum, Arnhem. 14/8 De Vereeniging, Nijmegen. 15/8 Concertgebouw, Amsterdam, aanvang 20.15 uur.

    • Mischa Spel