Britten heroverden Athene straat voor straat

Het is vakantie! Toeristen zwermen weer uit, campings en hotels zitten vol. Onze correspondenten hebben deze zomer een hotelkamer geboekt met uitzicht op de geschiedenis. Vandaag: Athene 1944.

Sinds zijn opening in 1874 is Grande Bretagne het voornaamste hotel in Athene. Gelegen aan het centrale Plein van de Grondwet, tegenover het voormalige Koninklijk Paleis, na 1933 parlementsgebouw, herbergt het door de jaren heen bezoekende koningen en koninginnen, presidenten en premiers.

Het hotel is `voornaam' gebleven zonder protserig te zijn, alles is in stijlvolle soberheid uitgevoerd, veel marmer, veel blanke gordijnen, bij het diner in de fraaie, houtomzoomde GB-Corner geen achtergrondmuziek maar wel menselijke gesprekken met het personeel over de rijke geschiedenis van het hotel. Over premier Karamanlis, die hier na zijn terugkeer in 1974 een paar maanden woonde, maar soms uitweek naar een oorlogsschip, want de gelederen van de verslagen kolonelsjunta waren nog op wraak uit. En dan komt het gesprek al gauw op de enige grote staatsman die, hoewel Athene bezoekend, niet in het hotel verbleef: Churchill.

Het gaat om december 1944. Ook als je uitkijkt over het Grondwetsplein - nu opgebroken voor de werkzaamheden aan de metro, die op de laatste dag van dit millennium gaat rijden - en opkijkt naar de Akropolis die soeverein boven de stad staat, gaan je gedachten uit naar wat de Grieken nog altijd met huiver `Ta dekemvrianá' noemen, de gebeurtenissen uit de laatste winter van de wereldoorlog waarvan het hotel het middelpunt was.

In oktober 1944 had het allemaal nog zo mooi geleken: de hoofdstad was, vrijwel ongeschonden, door de Engelsen bevrijd en de Griekse vlag was weer gehesen op de Akropolis door Jorgos Papandreou, premier van een regering waarin ook communisten en andere linksen zitting hadden genomen. Maar van het begin af broeiden er kwesties die onhoudbaar bleken: die van de koning en die van de ontwapening van het linkse partizanenleger Elas, dat nog zowat heel Griekenland onder zijn controle had.

George II had zich in 1936 geleend voor de fascistisch georiënteerde dictatuur Metaxas die tot in de wereldoorlog aan de macht was gebleven en die veel communistische gevangenen aan de bezetter had uitgeleverd. Links wilde onder geen voorwendsel de terugkeer van de koning, die in Londen verbleef. Helaas was er iemand die dat wel wilde doordrijven: Churchill. Hij zag in het koningschap een vaste garantie dat Griekenland in het geallieerde kamp zou blijven.

Premier Papandreou, verre van koningsgezind, bepleitte een referendum, maar daar wilde noch Churchill, noch George iets van weten. Onderwijl werd de kwestie van de ontwapening van het linkse partizanenleger steeds nijpender. Op zondag 3 december, nadat de communistische ministers uit de regering waren getreden, organiseerde de EAM, de politieke arm van de Elas, een protestdemonstratie tegen de ontwapening op het Plein van de Grondwet, hetgeen gepaard ging met een algemene staking. De regering verbood deze meeting, maar duizenden families trokken toch in lichtelijk feestelijke stemming naar het plein. Buitenlandse correspondenten, verzameld in Grande Bretagne, zagen tot hun ontzetting hoe vanuit het tegenoverliggende hoofdbureau van politie - nu afgebroken - plotseling op de menigte werd geschoten. Mannen, vrouwen en kinderen lagen dood of gewond op het plein. Later werden 23 lijken geteld. Politiechef Angelos Evert, vader van de huidige rechtse politicus Miltiades Evert, ontkende opdracht tot de schietpartij te hebben gegeven. De heersende indruk in Athene was dat de Engelsen erachter zaten.

De slachting werd het begin van een weken durende confrontatie tussen de Griekse partizanen en het Britse leger onder generaal Scobie. Vrijwel heel Athene was aanvankelijk in handen van de linkse militanten, met uitzondering van de Akropolis die een Britse vesting was geworden, én het hoofdkwartier van de Griekse marechaussee in Makroyanni aan de voet van die heilige rots, dat geheel was omsingeld en het toneel werd van een `rechts epos' dat nog jaarlijks door uiterst rechtse groeperingen wordt herdacht.

Athene moest straat voor straat - nog altijd zijn kogelgaten in oude huizen te zien - op de linksen worden heroverd, waarbij honderden slachtoffers vielen. Links maakte zich schuldig aan het gijzelen van burgers die in droevige colonnes uit de stad werden gevoerd. Later werden veel graven ontdekt.

Onderwijl was het hotel het toneel geworden van bizarre toestanden. Daar zetelde Scobie met zijn staf, evenals de Griekse legerleiding en de minister-president. Spoedig kwam het in het tjokvolle hotel tot tekorten, water moest worden gedistribueerd, men moest zijn waswater ook als scheerwater gebruiken. Tussen de Britse en Amerikaanse journalisten ontstond een eigenaardige spanning: eerstgenoemden mochten niet op straat, de Amerikanen - toen nog populair bij de Grieken - wel.

De merkwaardigste figuur in het hotel was de Russische kolonel Popov, hoofd van de militaire Sovjet-missie, die onverstoorbaar boekjes zat te lezen en Engels blikvoedsel zat te verorberen. Noch uit zijn mond, noch uit Moskou kwam ook maar één woord van kritiek op het Britse optreden. Twee maanden eerder had Churchill met Stalin het Verdrag van Moskou gesloten, op het inmiddels beroemde vodje papier waarop de invloedsferen tussen de landen overeen waren gekomen: Griekenland 90 procent voor Engeland, 10 procent voor de Sovjet-Unie, Bulgarije net omgekeerd, Roemenië fifty-fifty. In linkse ogen was er - toen nog - sprake van een onbegrijpelijke passiviteit van de kant van de Sovjet-Unie - men wist nog niets van het vodje papier.

In de loop van de maand verloor de Elas veel terrein en rond Kerstmis achtte Churchill de tijd rijp om zelf poolshoogte in Athene te nemen. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken leidde Churchill een wat spookachtige conferentie bij lantaarns - er was geen elektriciteit - met alle Griekse leiders, die uitliep op een wapenstilstond en later op het aantreden van een nieuwe premier, de populaire oud-generaal Plastiras. De dekemvrianá bleken echter slechts een voorbode van de volgende fase van de burgeroorlog (1946-1949) die buiten Athene werd uitgestreden.

Churchill logeerde in de Britse ambassade, dus niet in het hotel. Als laatste krachtsinspanning hadden de linksen via het ondergronds tunnelstelsel in de kelders een grote partij dynamiet weten te deponeren die het hele gebouw had moeten opblazen. Het werd tijdig ontdekt - volgens sommigen op tips van communisten die het er niet mee eens waren - maar Churchill en zijn minister van Buitenlandse Zaken Eden hebben er toch maar geen voet gezet.