`Bevelen waren voor mij het allerhoogste'

In Duitsland is deze week een tekst van Adolf Eichmann gepubliceerd die hij mogelijk heeft geschreven voordat hij aan zijn memoires begon. De hoogste SS-officier beweert zichzelf als onbeduidend ambtenaar te hebben gezien.

Hij heeft zich laten meeslepen. Hij was niet meer dan een onbeduidende ambtenaar die bevelen uitvoerde. Zo ziet Adolf Eichmann zijn rol in de Holocaust. Al tijdens het opzienbarende proces in het begin van de jaren zestig in Israel, dat eindigde in het uitspreken van de doodstraf, probeerde Eichmann zijn betekenis als hoogste SS-officier verantwoordelijk voor ,,de fysieke vernietiging van de joden'' te bagatelliseren.

In Israel is een debat ontstaan over de vraag of en hoe de memoires van Eichmann uitgegeven zouden moeten worden. De Duitse krant Die Welt heeft het antwoord niet afgewacht en is gisteren begonnen met de publicatie van een soort synopsis, die Eichmann vermoedelijk voor het werkelijke manuscript schreef. De tekst van waarop Die Welt beschikt telt 127 pagina's, het complete verhaal is ongeveer tien keer zo dik.

,,Bevelen waren voor mij het allerhoogste en dienden gehoorzaam te worden uitgevoerd'', laat Eichmann al meteen in het begin van zijn beknopte memoires weten. Hij suggereert ,,dat deze instelling veel Duitsers gegeven is''. Maar het is al de vraag of de ondergeschikte die de deur van de gaskamer sloot zich kan verschuilen achter het excuus `bevel is bevel'. En dat geldt zeker voor een van de organisatoren van de Holocaust.

De inleiding tot Eichmanns herinneringen druipt van de gehoorzaamheid. Het is hem, zo meldt Eichmann, met de paplepel ingegoten – veel meer dan zijn broers en zussen. Zijn moeder overleed toen hij nog vrij jong was en zijn vader werd voor hem een absolute autoriteit. Op basis van die opvoeding zegt Eichmann zijn verdere leven te hebben ingericht. Na zijn vader volgden zijn leraren, daarna zijn bazen en ten slotte zijn militaire superieuren. ,,Het zou denkbaar zijn geweest, dat de beroemde kameel door het oog van een naald kroop, maar het was ondenkbaar, dat ik een bevel niet zou hebben uitgevoerd.''

De precieze relatie tussen het manuscript waar Die Welt de hand op heeft weten te leggen en het document dat nog in de Israelische archieven wordt bewaard, is onduidelijk. Maar aan de authenticiteit wordt door bekende historici niet getwijfeld.

De tekst is gevonden in een justitieel archief in Ludwigsburg door Willi Dressen van het Duitse instituut dat zich bezighoudt met de vervolging van nazi-misdadigers. Dressen kreeg eerder deze week een telefoontje van Die Welt met de vraag of een kopie van de memoires, waarover in Israel tumult was ontstaan, misschien ook in Duitsland te vinden was. Dat bleek niet het geval, maar Dressen had nog wel iets anders voor Die Welt. Hij kopieerde de tekst en stuurde die naar de redactie.

Uit opmerkingen in de kantlijn blijkt dat het manuscript op 16 juni 1960 – een maand nadat de toenmalige Israelische premier David Ben-Gurion de arrestatie van Eichmann bekend maakte – aan de Israelische politie werd overhandigd. Er kopie ervan zou, als een onderdeel van documentatie over het proces tegen Eichmann in 1961 aan Duitsland zijn gegeven. Volgens Dressen is de tekst in Ludwigsburg weliswaar niet toegankelijk voor het gewone publiek, maar wel voor historici.

De eerste notities maakte Eichmann ,,vijftien jaar en één dag na 8 mei 1945''. Hij erkent in zijn verhaal dat hij na de Duitse nederlaag geheel van streek was. De autoriteiten naar wiens bevelen hij zijn leven had ingericht waren hem in één klap ontvallen. Voor het eerst begon hij na te denken over de zin van zijn leven. Hij moest toegeven dat een leven gebaseerd op gehoorzaamheid in feite tot gemakzucht had geleid.

Historici die Eichmanns manuscript eerder hebben gestudeerd zeggen dat het bestaande beeld van de Holocaust er op geen enkele manier door zal worden veranderd. De tekst is volgens hen eerder een verdediging dan een werkelijke herinnering aan de gebeurtenissen.

Verderop in de tekst beschrijft Eichmann hoe hij tijdens dienstreizen langs de concentratiekampen werd geconfronteerd met ,,lijken, lijken, lijken''. Hij probeert de indruk te wekken dat hij ervan walgde, maar dat hij geen keuze had. Met geen woord rept hij over de precisie waarmee hij zijn opdrachten uitvoerde, over de manier waarop hij klaagde als sommige kampen hun quota niet haalden en over zijn teleurstelling dat de nazi's er maar niet in slaagden om genoeg Franse joden naar de concentratiekampen te krijgen