Barak verrast door seksueel geweld

Een op de drie vrouwen in Israel staat tijdens haar leven aan seksuele agressie bloot. Slechts een op de tien vrouwen die worden aangerand of op een andere manier seksueel worden lastig gevallen, doet aangifte bij de politie of zoekt hulp bij speciale opvangcentra voor vrouwen in nood. Vorig jaar hebben 11.699 vrouwen zich om hulp tot deze centra gewend.

Premier Ehud Barak heeft, tijdens een speciale regeringszitting over een serieverkrachter in Tel-Aviv en omgeving, geschrokken gereageerd op deze cijfers. Barak was zo onder de indruk dat hij onmiddellijk gelastte fondsen vrij te maken voor financiële hulp aan de opvangcentra voor vrouwen.

Het regeringsdebat vond plaats op initiatief van de vrouwelijke minister Yuli Tamir, die belast is met het immigratie-beleid en tot de vertrouwelingen van de premier behoort.

In een vraaggesprek met de krant Ha'aretz zegt zij vandaag dat de activiteiten van de serieverkrachter ,,een revolutie teweeg heeft gebracht in de manier waarop de Israelische samenleving met aanrandingen omgaat''.

Doordat de verkrachter door ramen huizen binnensluipt kan het seksueel geweld in dit geval volgens Tamir niet meer worden toegeschreven aan provocatieve kleding of uitdagend gedrag van Israelische vrouwen. ,,Vrouwen staan nu boven iedere verdenking'', zei ze.

Minister Tamir wees er tijdens het debat op hoe belangrijk het is dat er vrouwen in de regering zitten om dergelijke problemen aan te kaarten. Baraks regering telt twee vrouwen en een vrouwelijke onderminister, naar Israelische normen een doorbraak.

Vrouwelijke Israelische politici hameren er echter voortdurend op dat Israel een voorbeeld moeten nemen aan West-Europese democratieën waar vrouwen veel sterker in regeringen zijn vertegenwoordigd.