Voor coffeejunks

Het Hollandse bakkie leut sterft een langzame dood. Coffee op z'n Amerikaans heeft de toekomst: in allerlei smaken, zonder schoteltje en met een koekje dat geld kost. In Amsterdam schieten de koffiebars links en rechts uit de grond. Laat zien dat je niet van de straat bent en bestel zonder haperen een `long iced double shot caramel Americano'.

Koffie in Nederland: na een zware dag natgeregend thuiskomen waar de partner al liefhebbend het brouwsel laat pruttelen in een melange van Hollandse gezelligheid en huiselijke geborgenheid. Pruttel, pruttel, koffie klaar, kusje, wat houden we toch van elkaar. Niet dus: het Hollandse bakkie leut sterft een langzame dood. Koffie heet opeens coffee, koekjes kosten geld, het schoteltje verdwijnt en smaken verstropen.

Uiteraard dampen in het overgrote deel van Nederland nog de roodmerken uit de Melitafilters. Ook de punten worden nog wel trouw geknipt, maar de drank die zo lang voor iedereen hetzelfde was, verandert. Niet langer één natie, één koffie. Wat ooit een uniforme bak troost was – of je het nu bestelde in het Amstelhotel of de voetbalkantine, het leek allemaal verdacht veel op elkaar – is verworden tot een consumptiemiddel waarmee je eens goed kan laten zien dat je niet van de straat bent. Bestel een long iced double shot caramel Americano in de koffiebar en niemand weet nog waar het over gaat. Of een Macademia gourmet Syrup Light my fire cortado, een dubbele ristretto of een Kenya Massi met relaxsiroop.

De belangrijkste verandering ligt al weer enige jaren achter ons: de opkomst van de inmiddels volledig ingeburgerde espresso en cappuccino. Het deed een beetje koffieliefhebber beseffen dat Nederland al die jaren daarvoor niet bepaald een prominente positie heeft ingenomen op de koffielandkaart. Maar met de uitstekende Italiaanse koffiemerken Illy, Segafredo en Lavazza inmiddels in de schappen van de supermarkt, wisten we tenminste dat het altijd nog erger kon: Amerika! Een slap en in de verte op koffie lijkend waterig brouwsel dat uit enorme bekers wordt gedronken. Coffee USA is zoiets als een hamburger in Italië of supermarktbrood in Nederland: veelal smaakloos en nog maar net consumeerbaar.

Toen kwam Starbucks uit Seattle. Waar McDonald's de hamburger symboliseert, daar doet Starbucks dat voor koffie in de Verenigde Staten. De bedrijfsvoering is niet veel anders: razendsnelle bediening en een enorme keuze uit Amerikaanse filterkoffie, Italiaanse varianten en koffiemelanges uit landen waarheen Amerika in het verleden nog wel eens een paar Huey-helikopters stuurde om orde op zaken te stellen. Het bedrijf telt inmiddels meer dan 2.200 vestigingen wereldwijd.

Aangezien de economische wind in Nederland nogal vaak uit het westen waait, is nu Amsterdam aan de beurt. Geen Starbucks weliswaar (althans nog niet), maar het idee van de koffiebar is geland. Wie vandaag door het centrum van de stad loopt, kan op verschillende plaatsen koffie op z'n Amerikaans drinken. Prominent aanwezig is het Nederlandse bedrijf Coffee Company met vier vestigingen. Drie op de vier koffiebars kennen voornamelijk staanplaatsen, ze voeren alle een uitgebreid koffieassortiment en thee is er – als blijk van waardering voor de ware koffiemasochist - in zijn geheel niet te krijgen. Ook een ander Nederlands bedrijf, Hot `n Cold, doet mee aan de koffiehype. In vergelijking met de Coffee Company is de keuze aan koffie minder groot, maardat wordt gecompenseerd door een groot aanbod van Amerikaanse snacks, waaronder klassiekers als de cream-cheese bagel, de B.L.T. (Bacon, Lettuce, Tomato sandwich) en de Sloppy Joe. Dezelfde mix aan Americana is te vinden bij het populaire Gary's Muffins, waar de nadruk ligt op muffins en brownies, maar waar wel degelijk een frozen cappuccino te bestellen is.

Koffie bestel je in de Coffee Company als bier in een Engelse pub: je specificeert. Koffie bestaat niet, alleen maar coffee en dan in verschillende hoedanigheden. Allereerst op zijn Zuid-Europees: espresso, de cappuccino classico, de latte (verkeerd), de americano (espresso met water aangelengd), de macchiato (met een klein cremelaagje), cortado (opgespoten melk en cremelaagje), bambino (met chocolademelk), panna montata (met melk en slagroom) en ga zo nog even door. Meest indrukwekkend is de zeer sterke ristretto, de heroïne voor de coffeejunk.

Wie denkt dan wat te drinken te krijgen, vergist zich. We zijn er nog lang niet: welke coffee drinken we eigenlijk? Zo is er de Bossanova uit Brazilië, de Violet Volcano uit Guatemala, de Latin Lover uit Colombia of de Blue Orchid uit Costa Rica. Of helemaal verstandig, biologische Forest Freshness, een naam die eerder associaties oproept met een toiletverfrisser dan met koffie. Van mild tot pittig, van slap tot sterk: je kan het krijgen zoals je het wilt.

Met de Latin Lover bijna aan de mond is er echter nog een stap mogelijk en dat betreft de Amerikaanse bijdrage bij uitstek aan de koffiecultuur: smaakjes! Wie wil kan de koffie verrijken – of om zeep helpen, al naar gelang je smaak – met de toevoeging van siroop. Er is onder meer macademia, caramel, kaneel en cocosnoot. Sambuca, Grappa of Kahlua zijn helaas niet aanwezig.

De meest Amerikaanse der koffietenten in Amsterdam is echter de Coffee Connection (`A little bit of Italy and a whole lot of Seattle', heet het op de deurmat). De voertaal in het kleine pandje aan de Nieuwezijds Kolk is Amerikaans Engels. Coffee Connection wordt aanbevolen als de beste coffeebar in Amsterdam door de Amerikaanse leden van comedyclub Boom Chigago. En uiteraard is het binnen geheel rookvrij. `Cigarettes and Coffee' van Otis Redding stamt uit een ver, ver verleden.

De vaste klanten van de Coffee Connection gooien er bij het bestellen zonder aarzelen de meest bizarre combinaties uit. Iced double this, Long single shot that. Om het leven voor nog wat onwennige Nederlanders te vergemakkelijken, hangt er een zesstappenplan om een koffie te bestellen. In het kort: 1. choose your size (short/long), 2. your style (zeven mogelijkheden, van black tot caffé latte), 3. your strength (single, double of triple shot), 4. your flavor (zes opties), 5. any extras? (slagroom, met ijsblokjes) en tot slot: for here or to go? Kansbereking leert dat het mogelijk is elke dag van het jaar een andere koffie te bestellen. Ook dagelijks een andere bagel behoort tot de mogelijkheden.

Terwijl je denkt aan Hollandse koffie – die van Douwe Egberts of Van Nelle bijvoorbeeld – springt ook de vriendelijke waardin in gedachten die aan je tafeltje in je stamkroeg vraagt of je nog een lekker bakkie wil. Welnu, move over tante Bep. Coffee anno 1999 wordt niet meer bezorgd door een vriendelijke bardame, een onderbetaalde werkstudent of een tergend trage ober: we moeten onze coffee zelf halen.

Het grote voordeel van zelf halen is uiteraard de verkorte wachttijd. Tot voor kort was de combinatie haast en trek in koffie een bijna onmogelijke: wachten op de ober, bestellen, wachten op de koffie, koffie drinken, afrekenen en wegwezen. Minimaal tien minuten was je wel kwijt. Dat is niet veel maar in de 24-uurseconomie met `snel, sneller, snelst' als sleutelwoorden is het een mensenleven. Nee, dan de Coffee Company: loop naar de bar, leg tijdens het bestellen een koffiestrippenkaart neer, sla staand de ristretto achterover, hoor het inwendig donderen en ga weer weg. Geklokt op twee minuten.

Het is echter niet de ober die het meest prominente slachtoffer van de Amerikaanse koffie-invasie wordt. Die eer is weggelegd voor het schoteltje. Het goede oude schoteltje is nergens meer te bekennen. Verdwenen en wegbezuinigd, vervangen door glazen en papieren bekers. In het kielzog: het koekje! Nog wel te krijgen, maar tegen betaling en dan heet het waarschijnlijk chocolate-chip-cookie.

Nu kent Amsterdam wel meer trends en hypes die al dan niet overwaaien. Met een beetje goede marketing kan ook dropwater nog wel een loyale aanhang krijgen. Maar er is meer aan de hand als Albert Heijn zich er mee gaat bemoeien. Als de Zaandammers willen dat we Cajunreepjes eten op woensdag, dan lijkt minimaal een kwart van de clièntele dat ook te willen – mits er genoeg bonuspunten op zitten. En zo ziet Hollands culinair geweten inmiddels ook een markt in het smaakcarnaval van de koffie. In de AH-vestiging achter de Dam, waarschijnlijk de drukste supermarkt van het universum, is de Perla Plaza ingericht. Lekker klein, snelle bediening en alleen huismerk Perla ademt lekker Hollands. De koffiesmaken doen dat zeker niet. Buiten een selectie aan melanges, van Brasil Santos tot Guatemala Antigua, kent AH ook zijn eigen smaakjes. Zo is daar de Luxury – ,,een luxe siroop voor het verwenmoment''. Wie zich hevig laat verontrusten door de vraag wat een verwenmoment zou kunnen zijn, kan zichzelf kalmeren met de `Relax', een koffiesiroop met ananas en kokos. Of doe wild en gooi wat `Nomad' door de Kenya Massi, de siroop met een hoog `hoor wie klopt daar kinderen'-gehalte: gember, kruidnagel, peper en drop. Dus toch echt Hollands.