Taxatiefout (2)

De eerste aflevering van Taxatiefout stond op 12 november vorig jaar op deze pagina en begon aldus: ,,Het gebeurt weleens: nog voor een boek goed en wel verschenen, laat staan gelezen is, hebben mensen, vaak zij die denken verstand van het onderwerp te hebben, er een mening over.'' Dat was half jaren zeventig het geval toen de aanleiding voor het zogeheten China-debat, Ombres Chinoises van Simon Leys, nog in vertaling moest verschijnen (Frans was toen al moeilijk) terwijl China-watchers hier te lande elkaar al geruime tijd te vuur en te zwaard bestreden.

Zo fel gaat het er nu niet aan toe, maar het is geestig dat, nog voor iemand officieel is aangezocht de biografie te schrijven over Loe de Jong, sommigen al weten wat er in moet staan en vooral wat voor boek het niet moet worden. Volgens De Groene Amsterdammer is sprake van een `academische lobby' die zou vinden dat het boek vooral over het RIOD, nu NIOD geheten, moet gaan met natuurlijk ruime aandacht voor de eertijdse directeur en schrijver van het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Loe de Jong. Aan zo'n boek kleeft een groot bezwaar: ,,De rijksgeschiedschrijver wordt in een te nauw jasje geperst. De Jong is veel meer dan het instituut'', aldus De Groene die vindt dat `die instituutsgeschiedenis' maar even op zich moet laten wachten – waarbij de vraag kan worden gesteld wie, behalve betrokken ijdele zielen, op het zoveelste relaas over de wederwaardigheden van het NIOD zitten te wachten. Kan het zijn dat de `academische lobby' wordt gestuurd door gevoelens van jaloezie jegens De Jong die qua werkkracht, en niet alleen werkkracht, nogal uitsteeg boven zijn `academische' collega-historici? ,,Er moet een goede biografie komen over de lange mars van de joodse jongen Loe de Jong door zijn eigen joodse en door de Nederlandse gemeenschap'', vindt De Groene. Het valt te vrezen dat de uitgever, driftig op zoek naar geldschieters, het oor denkt te moeten laten hangen naar de `lobby', wat een jammerlijke taxatiefout zou zijn.

We laten iets uit de hand lopen, onderzoekers wordt gevraagd de problemen `in kaart te brengen', ze komen met oplossingen maar vervolgens gebeurt er niets. Nog steeds is de politie verstoken van middelen om agressievelingen hardhandig aan te pakken – bijvoorbeeld met pepperspray. Waarom laat de politiek, laat de samenleving, agenten in de steek die om het minste of geringste worden bedreigd of, letterlijk, in elkaar geslagen worden zoals hoofdagent G. van der Pluym die zijn relaas doet in Vrij Nederland. ,,Zonder dat de man een woord met mij had gewisseld haalde hij keihard uit. Mijn contactlens schoof weg, mijn neus begon te bloeden, mijn hele overhemd zat onder het bloed, het leek alsof ik uit een slachthuis kwam.'' Pas toen hij dreigde zijn pistool te trekken, bond zijn belager (,,er was drank in het spel'') in.

De spoorwegpolitie kan ook meepraten over agressie op de werkvloer – lees Elsevier. De Rus die een conducteur een kopstoot verkocht en in de arm beet alleen omdat hem naar zijn plaatsbewijs werd gevraagd. De jonge Surinamer die een conductrice molesteerde omdat ze deed waarvoor ze wordt betaald: plaatsbewijzen controleren. ,,Ik weet niet wat er aan de hand is in de samenleving, maar de agressie neemt duidelijk toe'', aldus een geïnterviewde hoofdagent. Hier past dus een duidelijk antwoord maar dat zal nog wel een tijd op zich laten wachten. En wel tot de situatie totaal uit de hand gelopen is en in de openbare ruimten een oorlog woedt van allen tegen allen. De politiek verantwoordelijken zullen dan zeggen `destijds', anno 1999, een taxatiefout te hebben gemaakt maar nu (2005) met een duidelijk antwoord te zullen komen om die welig tierende agressie te beteugelen. Werden de welig tierende taxatiefouten maar eens beteugeld.

    • Anna Visser