Op de Vries

Toen ik de brug over de Maas overfietste, zag ik op een bankje op de dijk twee dames sokken stoppen. Toen ik Loenen aan de Vecht aandeed, zag ik twee jongens strijden om een been. Toen ik bij zessen bij Wijk bij Duurstede bij de Lek arriveerde, liep mijn achterband leeg. Aan de oever van de aanvallige Dommel viel ik gisteren in slaap. Nederlandse riviernamen hebben een snauwende bevelstoon. Maas! Vecht! Lek! Dommel! Eis stroom! Roer! Reest! Dregt! Ik vermijd de rivier de Drecht. Maar bij het naderen van de IJsel dacht ik geen moment dat het zou gaan ijzelen.

Mijn enige bezwaar tegen het schaatsen is dat het altijd zo koud is als er eindelijk schaatsijs is. Schaafijs is mij ook te koud om te eten. Nu hebben ze tegenwoordig schaatsen op wieltjes, maar dat is net als met de opblaasbare seksbom, de eclipsbril en de draagfoon; de laatste generatie is er kennelijk blij mee, maar ik ben van de generatie van Marilyn Monroe, van door je oogharen kijken, en van schreeuwen. De charme van ijsschaatsen was nu juist dat je niet over straten en lanen gleed waar je ook al op kon lopen of autopetten, maar over sloten en plassen reed waar je anders nooit kwam en vanwaar het uitzicht heel anders was. Ik kan me niet herinneren ooit op een rivier geschaatst te hebben, of het moest de Amstel zijn in de barre winter van `62-'63, toen de ijsbreker niet verder kwam dan de IJsbreker.

Bij het bordje `IJsbaan' dacht ik eerst: dat bordje staat er nog van van de winter, een weiland met lantaarnpalen. Maar toen ik een kassa zag met een heuse zelfopgeblazen kassabom, toen begreep ik dat het om een kunstijsbaan ging. Deze was echter niet overdekt. Hij gebruikt het stukje van het riviertje de Vries dat tussen de sluis van Vriezenveen en de samenvloeiing met de IJsel toch niet bevaren wordt. Ik huurde Friese doorlopers, want het was te warm om echt hard te klapschaatsen en even later zwierde ik over de bochtige Vries.

,,Waarom maken jullie niet meer reclame?'', vroeg ik de vurige kassière bij het inleveren van mijn ijzers. ,,Omdat dan de toegangsprijs omhoog moet.'' ,,Maar er zijn vast kranten die over deze unieke rivierbaan willen schrijven.'' ,,We hebben de krant een keer gebeld, maar de sportredactie was in Frankrijk.'' ,,Bel dan een andere krant.'' ,,Hoezo? Is er dan nog een andere krant dan De Telegraaf?'' ,,Ja, en ik schrijf erin, de Nieuwe Rotterdamse Courant het Algemeen Handelsblad.'' ,,Dat geloof ik niet.'' ,,Het is toch zo, ik zal u mijn stukje sturen.'' ,,Maar zullen de mensen u wel geloven?'' ,,Dat zal wel moeten, want ik schrijf er alleen de waarheid in.'' ,,Dus u vond het leuk?'' ,,Leuk? Oja, leuk, leuk woord. Ja, ik vond het ijskoud leuk, maar het is wat warm.'' ,,Ja, wat denkt u, wij bevriezen de hele rivier, dan wordt de lucht natuurlijk wel wat warmer, u kent de derde wet van de thermodynamica toch wel?'' ,,Natuurlijk.'' ,,Er zijn er anders maar twee, en u schrijft alleen ware stukjes?'' ,,Ik ben'', zei ik laf, ,,natuurlijk afhankelijk van de waarheidsgezindheid van de woordvoerders van de kunstijsbanen.'' ,,Wij zijn geen kunstijsbaan, wij zijn Kunstijsrivier De Vries.''