Lacrosse: het kleine broertje van oorlog

Lacrosse is een eeuwenoud spel bedacht door indianen in Noord-Amerika. Het gewelddadige spel, een mix van handbal en ijshockey, wordt steeds populairder onder niet-indianen.

Razendsnel vliegt het witte balletje van de ene speler naar de andere. Het gaat zo vlug dat je het soms nauwelijks kunt zien, toch wordt het telkens met grote behendigheid opgevangen. Iedere speler is uitgerust met een net ter grootte van een voet dat vast zit aan een stok van een meter lang. Twee teams van zes spelers rennen op een betonvloer met kleine doelen aan weerszijden. Het gepiep van hun rubber zolen wordt soms overstemd door galmend gejoel van het publiek, dat voornamelijk bestaat uit indianen uit de Amerikaanse staat New York en de Canadese deelstaat Ontario.

De plaats: de Anowarakowa Arena, een overdekt sportveld in Akwesasne, een indianenreservaat bij de Amerikaans-Canadese grens. De sport: lacrosse, een eeuwenoud spel dat is bedacht door Noord-Amerikaanse indianen in het gebied van de Grote Meren. Lacrosse, nog altijd populair onder de inheemse bevolking in de regio, ondergaat momenteel een revival onder niet-indianen in het noordoosten van het continent. De sport wint aan populariteit op universiteiten in Canada en het noordoosten van de VS en kent sinds vorig jaar een gezamenlijke professionele divisie – de National Lacrosse League, met teams in onder meer New York, Philadelphia, Baltimore en Toronto.

Lacrosse, zo genoemd door Franstaligen in Canada wegens de gelijkenis van het originele vanginstrument met de kruisvormige staf van een bisschop, combineert de spelstructuur van handbal met de dynamiek van ijshockey. Doel is zo vaak mogelijk de bal langs de keeper van de tegenpartij te werpen. Maar de spelers, evenals in ijshockey gewapend met sticks, hun bovenlijven en hoofden verpakt in beschermende kleding en getraliede helmen, hebben de neiging minder vriendelijk met elkaar om te springen. Gebruik van de bisschopsstaf ter zelfverdediging is zelfs toegestaan.

,,Op dit niveau gaat het er behoorlijk ruw aan toe'', verklaart Michael Mitchell, opperhoofd van de Mohawks van Akwesasne en president van het lacrosseteam Akwesasne Thunder. Zijn ploeg van indiaanse en blanke spelers neemt het deze avond in de hoogste Canadese competitie op tegen Brooklin Redmen. ,,In het begin waren we een beetje geïntimideerd door de ruwheid van het spel'', zegt hij. ,,Het drong al snel tot ons door dat als je geduwd wordt, je maar beter kunt terugduwen.''

Dat laten de spelers van Akwesasne Thunder dan ook niet na. Het geloei van het publiek zwelt aan, want voor het doel van de Redmen is een schermutseling uitgebroken tussen een aanvaller uit Akwesasne en een verdediger uit Brooklin. Een duw. Een stomp. Een mep met de stok. Beng, een hardere mep terug. Elleboogstoten, klappen naar het hoofd. De helmen vallen af terwijl beide spelers op elkaar in beuken. Een van hen valt op de grond, ploeggenoten beginnen zich ermee te bemoeien. De scheidsrechter probeert tussenbeide te komen door hard op zijn fluitje te blazen. De ruziemakers worden uit elkaar gehaald, de Redmen-speler bloedt aan het hoofd. Dat komt de Thunders te staan op twee strafminuten, speeltijd met een man minder. De scheidsrechter komt aanzetten met een handdoek en dweilt met zijn voet het bloed van de vloer op. Iedereen kalmeert, spelers worden gewisseld, het spel hervat.

Achteraf bagatelliseert Mark Burnam, middenvelder van de Thunders, het incident. Zijn bloedende tegenspeler kwam later in de ontmoeting terug en scoorde zelfs, zegt hij. ,,Buitenstaanders vinden misschien dat het wat minder hardhandig zou moeten, maar de meeste spelers denken daar anders over'', aldus Burnam, die zelf dit jaar moest worden geopereerd wegens een verwonding aan zijn knie. ,,Ik hou van het lichamelijke aspect. Je raakt eraan verslaafd. Het brengt je adrenaline op gang.''

De spelers van beide teams doen op deze manier de traditionele bijnaam van lacrosse eer aan. De indianen noemden het spel al voor de komst van Europeanen `het kleine broertje van oorlog'. Volgens de overlevering beoefenden indianenstammen de sport om geschillen om grondgebied te beslechten. Het spel kende in die tijd nauwelijks regels, een situatie die voortduurde tot het einde van de vorige eeuw. Toen werd lacrosse door blanke Canadezen hervormd tot nationale sport van hun jonge land. Zij vreesden dat het spel nooit op grote schaal zou doorbreken als geen paal en perk zou worden gesteld aan de scherpe kantjes.

Het ruwe aspect ging er echter nooit af, en wat supporters van Akwesasne Thunder betreft is dat maar goed ook. Een ,,beheerste rotzooi'' noemt toeschouwer Chris Emard zijn favoriete sport. ,,Het kan er beestachtig aan toe gaan, maar het wordt uiteindelijk altijd bedwongen.'' Reden van de snelheid van het spel is volgens Emard de `schotklok': elke dertig seconden moet een worp op het doel worden gedaan, anders krijgt de tegenpartij de bal. Hieraan dankt lacrosse haar moderne bijnaam: `het snelste spel op twee voeten'.

Na drie periodes van elk twintig minuten en verschillende stoeipartijen ziet het er somber uit voor Akwesasne Thunder. Bij het eindsignaal staat het 10-5 voor de Redmen. De reservebanken aan de lange kanten van de vloer stromen leeg en alle spelers van beide ploegen schudden elkaar in twee rijen beschaafd de hand. ,,Na de wedstrijd kun je best een biertje drinken met een tegenstander'', zegt Burnam, maker van twee doelpunten. ,,Maar de volgende keer ga je elkaar weer flink te lijf.''