Kamer voor gesprek over de rol van topambtenaren

Het signaal over het beperken van de ministeriële verantwoordelijkheid, zoals gegeven door topambtenaar Geelhoed, wordt in Tweede Kamer serieus genomen.

De klassieke reactie `ambtenaar, terug in je hok' blijft vooralsnog uit in de Tweede Kamer. Kamerleden van verschillende fracties zien weliswaar helemaal niets in het voorstel van topambtenaar Geelhoed om de ministeriële verantwoordelijkheid, de hoeksteen van de parlementaire democratie, te beperken, maar ze nemen diens signaal wél serieus.

,,Duidelijk is dat binnen de ambtelijke top de ministeriële verantwoordelijkheid als een probleem wordt gezien'', zegt het Tweede-Kamerlid Brood (VVD). ,,Dat is op zichzelf een reden om een gesprek te voeren.'' Ook het Kamerlid Rehwinkel (PvdA) zegt: ,,Het is een taak van de politiek om zich hierop te bezinnen. Ik wil daar niet meteen afwijzend op reageren.''

Secretaris-generaal Geelhoed (Algemene Zaken) heeft in maart vorig jaar in een interne notitie gepleit voor beperking van de ministeriële verantwoordelijkheid. Volgens Geelhoed is de Tweede Kamer zich steeds meer met incidenten gaan bezighouden, waarbij vaak onmiddellijk de vertrouwenskwestie wordt gesteld. Geelhoed pleit er voor om alleen ambtenaren verantwoordelijk te laten zijn voor incidenten in de beleidsuitvoering. Pas bij structurele tekortkomingen zou de ministeriële verantwoordelijkheid in het geding komen.

Kamerleden zien daar niets in. Brood noemt het ,,een ondoordacht idee dat het hele staatsrecht op zijn kop zet''. Brood voelt ook niet voor een Kamerdebat over de notitie, zoals het CDA, GroenLinks en D66 willen. ,,Niemand heeft volgens mij wat aan een hoogvliegend politiek debat of een staatscommissie.'' Volgens Brood is het verstandiger als het kabinet en topambtenaren achter gesloten deuren een gesprek voeren.

Volgens het Kamerlid Balkenende (CDA) moet je ,,heel voorzichtig zijn met tornen aan de ministeriële verantwoordelijkheid''. Maar hij vindt het ,,geen gek idee'' om de ambtelijke verantwoordelijkheid beter te definiëren. ,,Dat zou een manier kunnen zijn om ambtelijke processen beter te laten lopen. Maar de minister moet wel het directe aanspreekpunt blijven.'' Het Kamerlid Scheltema (D66): ,,Het zou de kwaliteit van het ambtelijk bestuur ten goede komen om daar een zelfstandige controle op los te laten.''

Rehwinkel wil zelfs wel – onder de politieke verantwoordelijkheid – met ambtenaren debatteren in de Kamer. ,,Het is nu soms zo dat een minister ongeïnspireerd een technisch verhaal zit voor te lezen, terwijl de ambtenaar die van de hoed en de rand weet er naast zit en zijn mond moet houden. Het is voor de Kamer veel spannender om met die ambtenaar in debat te gaan.''

Holt de Kamer te veel achter incidenten aan en wordt te gemakkelijk de vertrouwenskwestie gesteld, waarbij er `koppen moeten rollen'? Daar scheiden zich de wegen van de paarse fracties en de oppositie. Balkenende (CDA) wijt die sfeer aan de `excuus-cultuur' van paars. ,,De vertrouwensregel is sleets geworden. Het probleem is veel meer de politieke cultuur van paars dan de staatsrechtelijke regels.'' Volgens Balkenende is het ,,ook in de richting van het ambtelijk apparaat moeilijk te verkopen dat tegen ambtenaren maatregelen worden genomen, maar dat de politici steeds blijven zitten''.

Brood (VVD) stelt dat ministers bij incidenten vaak terecht maatregelen nemen tegen ambtenaren (de top van de Militaire Inlichtingendienst stapte op), maar soms wordt er te snel gereageerd (het ontslag van Docters van Leeuwen als voorzitter van het college van procureurs-generaal). Brood: ,,In de eerste verontwaardiging worden soms overhaaste beslissingen genomen. Het is niet onvoorstelbaar dat dat in sommige gevallen tot frustraties bij ambtenaren leidt.''

Volgens Kamerleden van de coalitie heeft Geelhoed een punt als het gaat om de vertrouwenskwestie. Brood: ,,Soms wordt er in de Kamer veel te snel over de vertrouwenskwestie gesproken. Het gevolg daarvan is dat er waarschijnlijk minder boven water komt dan wanneer er niet zo zou worden gereageerd.'' Scheltema (D66): ,,Je moet niet bij elk foutje van het ambtelijk apparaat hijgerig over de ministeriële verantwoordelijkheid beginnen.'' Rehwinkel (PvdA) pleit voor bezinning. ,,Je zou je erop kunnen bezinnen of er niet bepaalde stelregels zijn te formuleren, voor hoe je moet optreden bij incidenten. Dat hoeft niet per se met de Kamer als geheel. Je kunt dat ook per fractie doen.''