Grens-incident staat los van Kashmir

Het grensincident van eergisteren, waarbij India een Pakistaans marinevliegtuig neerhaalde, heeft weinig met de explosieve kwestie-Kashmir te maken. Maar helemaal uit de lucht vallen komt het incident ook weer niet.

India haalde afgelopen dinsdag een Pakistaans verkenningsvliegtuig neer boven Sir Creek, een bijna honderd kilometer lange inham van water, zoutvlaktes en modder waar de getijden vrij spel hebben en waar het grensgebied aan de mond van de Indus-rivier overgaat in de Arabische Zee. De gevoeligheid van het incident heeft te maken met het feit dat de grens in Sir Creek wordt betwist door beide landen.

De kwestie is dan ook op geen stukken na te vergelijken met de wederzijdse claims op het grondgebied van Kashmir, maar sluimert wel al tientallen jaren. Ze draagt bij aan de wederzijdse diplomatieke irritaties. India voert de kwestie op bij alle bilaterale besprekingen tussen beide landen.

Het oude grensgeschil kan de gretigheid verklaren waarmee beide landen in de nasleep van het incident van dinsdag stelden dat het toestel aan zijn kant van de grens ligt. Wie de waarheid spreekt is moeilijk na te gaan. Feit is dat het grootste deel van het smeulende vliegtuigwrak en de lichamen van de bemanningsleden door Pakistaanse soldaten werden bewaakt en dat de Indiase regering alleen beelden kon tonen van rennende militairen met stukjes van het vliegtuig. Dat zou kunnen betekenen dat de Pakistaanse beschuldiging – een Indiase bliksemactie op Pakistaans grondgebied, vlak na de beschieting – juist is. De wrakstukken, waaronder een deel van de cockpit, wat schoenen en het logboek van het vliegtuig, werden gisteren in New Delhi getoond aan de media.

Van de andere kant lijkt het duidelijk dat de Pakistanen een bilaterale overeenkomst uit 1991 hebben geschonden, als het toestel inderdaad op twee kilometer van de grens terecht is gekomen, zoals Pakistan zelf zegt. Volgens die overeenkomst mogen militaire toestellen niet vliegen binnen tien kilometer van de grens, tenzij er een waarschuwing aan vooraf is gegaan.

Wat de situatie volgens Westerse waarnemers vooral gevaarlijk gemaakt is dat de spanningen tussen India en Pakistan nauwelijks zijn verminderd sinds de honderden islamitische infiltranten hun stellingen in de bergen aan de Indiase kant van de bestandslijn in Kashmir een maand geleden verlieten, waarmee volgens de Amerikanen een totale oorlog tussen beide landen werd voorkomen. ,,We zijn wel wat gewend wat betreft vijandelijkheden tussen India en Pakistan, maar dit incident ging verder dan een dreigement', zegt een Westerse diplomaat in New Delhi. ,,Het neerschieten van een militair vliegtuig is van een andere orde. Bovendien gebeurde dit ver buiten Kashmir en daar komen dergelijke incidenten nauwelijks voor. Dit heeft de relaties beduidend verslechterd en het is moeilijk te voorspellen welke kant dit opgaat.''

Wat de situatie ook onvoorspelbaar maakt, is de golf van terroristische aanslagen die de laatste weken over de rest van het door India bestuurde deel van Kashmir sloeg. Daarbij kwamen zeker tachtig mensen om het leven. Ook in het roerige noordoosten van India, in Assam, vonden tal van aanslagen plaats op spoorwegen, bruggen en wegen, gepleegd door separatistische militanten die volgens New Delhi worden gesteund door de Pakistaanse geheime dienst ISI.

Dergelijke beschuldigingen zijn allerminst een uitzondering. Maar de aanslagen hebben er wel toe bijgedragen dat de legers van beide landen ook langs de grenzen buiten Kashmir, over een lengte van tweeduizend kilometer, in verhoogde staat van paraatheid zijn gebracht. Een onvoorziene beschieting of een incident als het neerhalen van het Pakistaanse verkenningsvliegtuig is in die gespannen situatie snel gebeurd, zeker boven een gebied waar de grens wordt betwist en vanuit de lucht niets anders is te zien dan een uitgestrekte vlakte van modder en water.

Dat India en Pakistan het geschil over de grens in Sir Creek nooit hebben weten op te lossen is typerend voor de vijandelijke relaties. Volgens een recente rapportage ontstond het geschil in het begin van deze eeuw over een stapel hout, waarover de toenmalige heersers van de staatjes Sindh (later Pakistan) en Kutch (India) het niet eens konden worden. De stapel hout lag op de oever aan de kant van Kutch, maar Sindh claimde de hele kreek, inclusief die oever, als zijn grondgebied.

Na de onafhankelijkheid zetten India en de nieuwe staat Pakistan het geschil voort. India schermt regelmatig met stokoude kaarten waarop de grens door het midden van de kreek is getrokken, Pakistan houdt vol dat de hele kreek binnen zijn territorium valt. Het feit dat de waterloop van deze zijarm van de Indus aan constante verandering onderhevig is maakt de zaak er alleen maar ondoorzichtiger op. De kwestie werd niet gemakkelijker toen onlangs werd gespeculeerd over de aanwezigheid van gas en olie onder het water.

Daarnaast heeft het grensgeschil consequenties voor de maritieme grenzen van India en Pakistan in de Arabische Zee, die nooit officieel zijn vastgelegd. Met de regelmaat van de klok worden vissers uit Gujarat en Sindh gevangen genomen door marineschepen, omdat zij in de verkeerde territoriale wateren zouden hebben gevist; honderden vissers zitten jarenlange gevangenisstraffen uit in de havensteden Porbandar (India) of Karachi (Pakistan).