Goodman vertolkt Brandenburgse concerten verfijnd

`Een purist', noemde dirigent Roy Goodman zich eens in een interview met deze krant. Wat dat betreft is hij bij de Amsterdamse Bach Solisten aan een onverwacht adres. Sinds 1985 beoogt het ensemble muziek van Bach en tijdgenoten uit te voeren op moderne instrumenten, hetgeen leidt tot vertolkingen die meer streven naar het treffen van de geest van de muziek dan naar de exacte letter van de partituur.

Misschien droeg juist om die reden de integrale vertolking van Bachs Brandenburgse concerten gisteravond in de Grote Zaal van het Concertgebouw wel zo'n divers en aanstekelijk karakter. Onder Goodman, die zijn veelzijdigheid bewees door zich achtereenvolgens te buigen over de algehele directie, het klavecimbel en de viool, realiseerden de Amsterdamse Bach Solisten een uitvoering waaruit verfijning en affiniteit met idioom weerklonken.

De Brandenburgse concerten presenteren elk een andere solobezetting waardoor een groot deel van de musici zich behalve als deel van het geheel ook solistisch kan profileren. Als ensemble bleek tot in alle schakels dat de Bach Solisten, uit orkestmusici samengesteld, elkaar vinden in een perfectionistische, intellectueel hecht doortimmerde aanpak die zowel technisch als muzikaal weinig te wensen overliet. De canonische opzet van het derde concert (BWV 1048) werd subtiel beklemtoond, de dansdeeltjes van het eerste concert (BWV 1046) behielden ook in de frivoolste huppelmotiefjes de gewenste helderheid.

De crux van een integrale vertolking van de zes concerten lijkt te schuilen in het probleem gedurende elk concert weer opnieuw concentratie te vinden en over te brengen, maar dat probleem bleek louter theoretisch. Uiteraard zijn de concerten op zich al zeer verscheiden, maar hier werd bovendien bij elk concert met zorgvuldige nuances en een warme totaalklank de kern van de inhoud getroffen en verslapte nergens de boog van het muzikaal betoog. Solistisch imponeerde Henk Rubingh, ook aanvoerder van de tweede violen van het Concertgebouworkest, met een wijd dragende toon die in het vierde concert (BWV 1049) welluidend versmolt met de twee solerende blokfluitisten Marjolijn Roon en Bert Honig.

In het algemeen werd gekozen voor rappe tempi, wat sporadisch leidde tot een kort moment van kortademigheid. Siebe Henstra betoonde zich onvermoeibaar sprankelend in de klavecimbelsolo van het vijfde concert en oogstte een bladstil gehoor. En dat is een zeldzame verworvenheid – zeker in een tot en met extra stoelen uitverkochte Grote Zaal tijdens een zomerconcert.

Concert: Amsterdamse Bach Solisten o.l.v. Roy Goodman. J.S. Bach, Brandenburgse concerten (integraal). Gehoord: 11/8, Concertgebouw, Amsterdam.

    • Mischa Spel