Een kwestie van waardering

Deze weken doen veel Nederlanders nieuwe kennissen op. Ze ontmoeten landgenoten op een camping in de Cevennen, of lopen ze tegen het lijf in een hotel in Toscane. Het aanbod van vaderlandse kranten is beperkt. Mensen met een eigen huis die een soms al dagen oud exemplaar wisten te bemachtigen voelden het vakantiegevoel verdampen. Een vakvereniging van kaderpersoneel rapporteerde dat de vaste lasten voor bewoner-eigenaars van gemeente tot gemeente sterk verschillen. Oud nieuws. De Atlas van de lokale lasten die elk jaar wordt gemaakt door het Centrum voor Economie van de Lagere Overheden van de Rijksuniversiteit Groningen bevat meer en gedetailleerder informatie, waarover het afgelopen voorjaar al uitgebreid in de media is bericht. Maar in deze slappe tijd stortten de media zich als uitgehongerde wolven op het magere aas.

Verschillen in polderlasten en gemeentelijke belastingen zijn een dankbaar onderwerp. Iedereen wil wel in de goedkoopste gemeente (Putten) wonen. Een deel van de tariefverschillen laat zich echter goed verklaren, bijvoorbeeld doordat het voorzieningenniveau in gemeenten flink uiteenloopt. De ene gemeente werkt natuurlijk ook doelmatiger dan de andere. Burgers van dure gemeenten kunnen druk uitoefenen op leden van de gemeenteraad om de prestaties van de eigen gemeente af te meten aan die van min of meer vergelijkbare gemeenten. Dat kost meer tijd en energie dan vrijblijvend mopperen. Wie dat er niet voor over heeft, tilt kennelijk niet zo zwaar aan geconstateerde lastenverschillen.

Vakantiegangers lazen ook dat de hypotheekrente in twee maanden tijd met een vol procent is gestegen. Wie voor de rentebui binnen was genoot misschien extra van zijn vakantie. Minister Zalm zal minder blij zijn. De stijgende rente zorgt voor een budgettaire tegenvaller van formaat, omdat hogere rentebetalingen volledig aftrekbaar zijn bij de berekening van het belastbaar inkomen. De hypotheekrente is toch al met stip aftrekpost nummer één. Dat komt ook doordat de huizenprijzen de afgelopen jaren omhoog zijn geschoten en de banken steeds soepeler worden bij hun kredietverlening. Nota bene een Kamerlid voor de VVD zette de afgelopen weken vraagtekens bij de vrijheid van nieuwbakken huizenbezitters zich diep in de schulden te steken. Het zal de hitte zijn geweest.

De rente-aftrek wordt nooit meer rustig bezit. De econoom Koen Caminada, werkzaam bij de Rijksuniversiteit Leiden, berekende een miljardentegenvaller als gevolg van de geëxplodeerde renteaftrek. Kamerleden buitelden over elkaar heen om eraan te herinneren dat huizenbezitters daar tegenover ook heel veel belasting betalen: inkomstenbelasting over de huurwaarde van hun eigen woning, soms vermogensbelasting, zes procent overdrachtsbelasting bij aankoop van een eigen woning, successierecht wanneer het huis vererft. Geen Kamerlid zei er bij dat de grote winsten bij verkoop van het eigen huis geheel onbelast blijven. En waar staat dat huizenbezitters als groep niet hoeven te helpen bij het vullen van de schatkist?

Woningbezitters kunnen hun borst natmaken voor de volgende schok. Gemeenten zijn bezig met de herwaardering van alle zes miljoen woningen. Dat moet elke vier jaar gebeuren. De nieuwe peildatum is 1 januari 1999. De nieuw vastgestelde waarde zal een stuk hoger uitvallen dan die op de vorige peildatum, 1 januari 1995. De hogere waardering heeft gevolgen voor de aanslag in een reeks belastingen: inkomstenbelasting (hogere bij te tellen huurwaarde), vermogensbelasting, polderlasten (waarde bebouwd) en niet te vergeten de gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen.

De vorige waarderingsronde heeft vele tienduizenden bezwaarschriften opgeleverd. De taxateurs moeten de waarde bepalen `in het economisch verkeer', dat is de prijs die bij een normale overeenkomst van koop en verkoop uit de bus komt. Maar de vorige keer begrepen veel mensen niet hoe de waarde van hun huis was bepaald. Achteraf staat vast dat taxateurs ook fouten hebben gemaakt. Dat is niet verwonderlijk; het naar waarde schatten van zes miljoen huizen blijft mensenwerk. Toch zou de waardebepaling een stuk eenvoudiger kunnen plaatsvinden, met behulp van een procedure die de overheid aanzet tot uiterst zorgvuldig optreden. Burgers zouden het recht moeten krijgen hun huis tegen de getaxeerde waarde aan de overheid te verkopen. De ambtenaren laten het dan wel uit hun hoofd te hoog te taxeren. De medaille heeft een keerzijde. Wanneer belanghebbenden bezwaar maken, zou de overheid het recht krijgen het pand tegen de getaxeerde waarde van de eigenaar te kopen. De eigenaar-bewoner die zegt zoveel last te hebben van laag overkomende vliegtuigen en daarom de vastgestelde waarde van vier ton met een kwart verlaagd wil zien, loopt dan het risico dat de gemeente Haarlemmermeer zijn huis voor vier ton overneemt en het opnieuw in de verkoop doet. Wie een huis op vervuilde grond heeft, terwijl de overheid met die waardedrukkende factor onvoldoende rekening houdt, heeft anderzijds een prachtige kans het tegen de getaxeerde waarde aan de overheid te slijten. De overheid mag dat aanbod dan niet weigeren.

Dank zij de geschetste procedure zou de stroom bezwaarschriften tegen door taxateurs uitgevoerde waarderingen snel opdrogen. Onder campingbezoekers en hotelgasten is de geestdrift niet groot. Laten we het houden op een kwestie van waardering.

    • Flip de Kam