`Echte islamiet wijst homo niet af'

Woedende Marokkanen protesteerden tegen berichten over de vermeende homoseksualiteit van hun nieuwe koning. Omar Nahas wil homoseksualiteit binnen de islam bespreekbaar maken.

Over het grootste taboe: ,,Er zijn drie oplossingen: naar de psychiater, naar de imam, of trouwen.''

Nederlandse media hebben de Marokkaanse gemeenschap dubbel op de ziel getrapt toen werd geschreven dat de nieuwe Marokkaanse koning Mohammed VI homoseksueel zou zijn, zegt Omar Nahas (35). ,,Ze zijn aangevallen op iets dierbaars: de koning. En ze zijn aangevallen op een voor moslims enorm taboe.''

Omar Nahas kan zich daarom ,,goed voorstellen'' dat tientallen Marokkanen afgelopen zondag in Utrecht woedend tegen de berichten over hun koning demonstreerden. Ofschoon hij zelf homoseksueel is, en islamiet. En mede-oprichter van de stichting Yoesuf in Utrecht, die homoseksualiteit binnen de islam bespreekbaar wil maken.

,,Sinds'' zijn geboorte in Damascus, Syrië weet Nahas dat hij homoseksueel is. ,,Toen ik het mijn ouders vertelde hebben ze me getroost.'' Dat hoeft voor islamieten géén opmerkelijke reactie te zijn, zegt hij met nadruk. Ja, de homoseksuele daad is volgens de Koran haraam, ofwel een van de allerstrengste verboden. ,,En ja, er wordt over geschreven op een wijze die alle deuren dicht doet.'' Die teksten zijn niet discutabel. Geen enkele erkende Koran-interpretator, hoe progressief ook, heeft de Koran ooit anders uit kunnen leggen dan dat homoseksualiteit volstrekt taboe is. ,,Ze verschillen alleen als het gaat om de vraag wat met de homoseksuelen te doen. Variërend van barmhartigheid, tot de doodstraf.''

Maar, zegt Nahas, binnen de islam is vergeving of vergelding niet aan welke mens dan ook. ,,Dat ligt in de hand van God. En dat maakt het draaglijk.'' ,,Echte'' islamieten wijzen daarom op de Koran maar keuren op eigen gezag niets af, zegt Nahas. Dat verklaart de reactie van zijn ouders. En van zijn familie, die hem niet afwees maar zijn mededeling ,,heeft doorgeslikt''. Hij kijkt als bij een hap uit een zure appel. Nahas bood op zijn beurt ,,respect en goed gedrag''. Aan de Koran tornen wil hij niet.

Het betekent dat hij ,,dag in dag uit'' zijn best doet om zijn geaardheid niet in de praktijk te brengen. Je mag zo zijn, maar je mag het niet uitvoeren. ,,Het lukt niet altijd, dat geeft een constant schuldgevoel.'' Maar hij zou het niet in zijn hoofd halen zijn homoseksualiteit of de Koran te ontkennen. ,,Ik streef naar een evenwicht tussen mijn persoon en mijn godsdienst.''

Hij wijst op het verschil tussen een islamiet en een moslim. Alle islamieten zijn moslim, dat ben je van geboorte. ,,Maar niet iedere moslim is gelovige, islamiet. Islamieten die volgens de leer leven zijn daarom toleranter tegen homoseksuelen – het oordeel is aan Allah – dan moslims die alleen vanuit hun cultuur het taboe op homoseksualiteit kennen.''

Een moslim heeft drie oplossingen voor een homoseksueel kind, zegt Nahas. ,,Naar de psychiater, naar de imam, of trouwen.'' Mislukt dit, dan volgt in de regel totale sociale isolatie. De praktiserende moslim-homoseksueel wordt in de regel door zijn familie verstoten. Nahas ziet het aan de mensen die bij de stichting om hulp aankloppen. ,,Meestal gaan ze tegelijkertijd ook naar de Riagg en naar de imam en naar zoveel mogelijk andere hulpverleners tegelijk. Voor hun coming-out zoeken ze de beste specialisten. Dat je er met je familie over praat is ondenkbaar.''

De moslim-homoseksuelen die de gespreksgroepen van de Stichting Yoesuf bezoeken nemen dan ook meestal een hulpverlener mee.

Yoesuf organiseert themadagen. Over homoseksualiteit en barmhartigheid, wetten, mensenrechten. Over tekst en werkelijkheid. Daar komen internationaal vermaarde imams uit het buitenland spreken om publiek te trekken. Alle moslim-organisaties worden geïnviteerd onder het motto: `Begrijp ons, en verwerp ons dan pas.'

De laatste keer gingen ruim honderd uitnodigingen de deur uit – er kwamen twee personen, van wie er één uitsluitend zijn onvrede uitschreeuwde. De overige 26 bezoekers waren hulpverleners. ,,Maar ik ben zeer, zeer geduldig geworden'', zegt Nahas.

Mensen moeten niet denken dat zijn stichting er alleen voor homo's is, zegt hij. ,,Wij zijn voor het midden. Wij willen ook bereiken dat moslims een eigen manier vinden om met homoseksuelen in Nederland om te gaan. Vergeet niet dat moslims sinds hun vroegste geschiedenis nooit meer een minderheid zijn geweest. We moeten nog leren dat andere opvattingen bestaan.''

Nahas wil aandacht voor ieder verband tussen de islam en homoseksualiteit. ,,Neem de moslimjongens die zich voor Nederlandse mannen prostitueren. Daarop rust in Nederlandse media óók een taboe.'' En hij wil bereiken dat een moslimvader in Nederland zijn kinderen over zijn homoburen uitlegt: `Dat zijn twee mannen. Homoseksualiteit bestaat. Bij ons mag dat niet, maar dat wil niet zeggen dat je hen lastig moet vallen of veroordelen.'

Vooralsnog, zegt Nahas, krijgt hij vanuit de moslimgemeenschap slechts te horen dat hij zijn mond moet houden. ,,Maar in de Koran staat dat de Koran voor alles een uitweg biedt. Die hoopt onze stichting te vinden.''