ECB duwt daggeldrente omlaag

De Europese Centrale Bank (ECB) duwde in de afgelopen week de daggeldrente met 4 basispunten omlaag tot 2,53 procent. Dit deed ze door genereus toe te wijzen op de herfinancieringsfaciliteit in de beginfase van de nieuwe kasreserveperiode. De banken kregen toen een 20 miljard euro ruimere herfinancieringsfaciliteit toebedeeld. Hoewel het vrij normaal is dat de daggeldrente 5 tot 10 basispunten boven het officiële tarief (de refi-rente) van 2,5 procent ligt, geeft de ECB aan dat ze nu een daggeldrente prefereert die dicht bij de refi-rente ligt. Mogelijk is dit om het zogenoemde majoreren terug te dringen. Majoreren houdt in dat banken voor een groter bedrag inschrijven op de herfinacieringsregeling dan zij nodig hebben, in de wetenschap dat vaak maar een gedeelte wordt toegewezen.

Problemen kunnen echter ontstaan wanneer banken zo hoog inzetten dat bij volledige toewijzing niet voldoende onderpand aanwezig is. Ze dienen namelijk voldoende onderpand aan het ESCB ter beschikking te stellen om de herfinanciering te dekken. Door het verschil tussen daggeldrente en refi te verkleinen wordt de winstmarge van de banken, door geld aan te trekken via de herfinancieringsregeling en uit te zetten op de interbancaire geldmarkt, verkleind. Hierdoor zal het majoreren mogelijk wat afnemen.

Dat het bankwezen er warmpjes bij zit blijkt uit het feit dat de gemiddelde aanhouding op de kasreserverekening (105,8 miljard euro), na een afname van bijna 4 miljard, nog ruim boven verplichte aanhouding van 103,0 miljard euro ligt. De afname geeft wel aan dat de geldmarkt afgelopen week verkrapt is. Dit kwam doordat vakantiegangers binnen de EMU de bankbiljettencirculatie met 2 miljard euro verhoogden. Dit had een verkrappend effect op de geldmarkt. Op de tweede plaats nam het schatkistsaldo af met 17 miljard euro. Deze afname werd voornamelijk veroorzaakt door de reguliere aflossing op vervallende overheidsleningen van met name de Italiaanse overheid. Daarnaast speelde ook het terugkopen van staatsobligaties door de Spaanse overheid een bescheiden rol bij de afname, waardoor de ruimte op de geldmarkt werd vergroot. Ten slotte nam de kredietverlening door het Eurosysteem af met 19 miljard euro. Deze afname valt uiteen in een 18 miljard kleinere nieuwe herfinancieringsfaciliteit van 76 miljard euro en een afname van het beroep op de marginale beleningsfaciliteit van 1 miljard euro.

Bron: ING Economisch Bureau