De rechten van een twaalfjarige

Kinderen van twaalf jaar en ouder krijgen steeds meer rechten, ook ten opzichte van hun ouders. Volgens het ontwerp voor de nieuwe euthanasiewet mogen ze zelf beslissen over hun dood.

Wanneer is een klein kind groot? Dat hangt ervan af waar het om gaat, zo blijkt uit de `leeftijdsladder' van de kinderrechtswinkel in Utrecht. Een kind van twaalf is te klein om zelf een middelbare school te kiezen, zich op te geven voor een cursus parachutespringen, om een girorekening of een telefoonaansluiting te nemen. Maar hij kan wel een rechter vragen zijn gescheiden ouders ter zitting te roepen voor een nieuwe omgangsregeling. En als het ontwerp voor een nieuwe euthanasiewet wordt aangenomen, mag een kind van twaalf tot zestien zelf beslissen over het moment van zijn dood. Een arts kan zijn wens volgen, ook als die tegen de wil van de ouders in gaat.

Kinderen krijgen steeds meer rechten, ook ten opzichte van hun ouders, constateert L. Punselie, docent jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. Al sinds 1995 heeft een twaalfjarige het recht mee te beslissen over een medische behandeling die hij moet ondergaan, en kan een arts zijn wens stellen boven die van de ouders. ,,In de praktijk werkte dat al langer zo'', zegt Punselie. ,,Als een meisje van vijftien ongewenst zwanger is en een abortus wil, terwijl haar ouders tegen zijn, dan gaat de mening van het kind voor.'' Ook komt het voor dat kinderen weglopen van huis omdat ze het niet uithouden in de geloofsgemeenschap van hun ouders. ,,Dan kan de vrijheid van godsdienst van het kind reden zijn voor uithuisplaatsing'', aldus Punselie.

In 1995 ratificeerde Nederland het VN-verdrag voor de rechten van het kind, waarin onder meer het recht op vrijheid van meningsuiting en op bescherming tegen geweld zijn vastgelegd. Ook staat hierin dat kinderen moeten worden gehoord in administratieve en juridische procedures. Sinds 1995 is een rechter in Nederland verplicht in echtscheidingszaken kinderen van twaalf jaar en ouder om hun mening te vragen, bijvoorbeeld over de vraag bij wie ze willen wonen. Ook kunnen kinderen zelf om een omgangsregeling vragen of om een verandering daarvan. Het gaat dan om kinderen vanaf een jaar of twaalf, die zoals dat heet het oordeel des onderscheids hebben bereikt.

Hoewel kinderen hierbij nog altijd afhankelijk zijn van de welwillendheid van de rechter, komt het voor dat zij hun ouders als het ware `voor het gerecht slepen'. ,,Als een kind zo'n verzoek doet, moet een rechter van goeden huize komen om geen zitting te organiseren'', aldus Punselie. ,,En de ouders moeten dan ter zitting komen. Het is niet zo dat een rechter een omgangsregeling meteen zal stopzetten als een kind zegt dat het zijn vader niet meer wil zien. Maar als hij ervan overtuigd raakt dat er zwaarwegende redenen zijn, en dat het kind geen spreekbuis is van de andere ouder, dan kan dat wel degelijk de uitkomst zijn.''

In tegenstelling tot sommige andere landen heeft Nederland geen speciale ombudsman voor kinderen. Wel zijn er elf kinderrechtswinkels, bemand door vrijwilligers. Deze worden jaarlijks zo'n tweeduizend keer gebeld met verzoeken om hulp of informatie. Ook dat gaat vaak over echtscheiding. Maar ook komen kinderen bijvoorbeeld met vragen over de onderhoudsplicht van ouders of hun rechten bij een uithuisplaatsing door de kinderbescherming. Dit jaar ontvangen de kinderrechtswinkels voor het eerst in hun vijftienjarig bestaan subsidie van de overheid.

Toch, een doorslaggevende stem hebben kinderen nog altijd zelden. ,,Eigenlijk alleen bij adoptie'', zegt emeritus hoogleraar orthopedagogiek J. de Savornin Lohman. ,,Daarover staat in het wetboek dat de wens van het kind gevolgd móet worden.'' De Savornin Lohman vindt dat nodig onderzocht hoe het in de praktijk is gesteld met de rechten van minderjarigen. Ze heeft jarenlang tevergeefs te geprobeerd geld te krijgen voor zo'n onderzoek. ,,Dat zulk onderzoek er vrijwel niet is, heeft er ook mee te maken dat ouders er toestemming voor moeten geven. Ik ben het daar niet mee eens; een kind heeft vrijheid van meningsuiting. Maar als je probeert via scholen de kinderen te bereiken krijg je geen poot aan de grond – die zijn dan heel bang dat de ouders dat niet willen.'' Een van de weinige dingen die wel zijn onderzocht is het zogenoemde `klachtvereiste'– dat kinderen tussen de twaalf en zestien jaar bij een verdenking van ontucht door de politie moeten worden gehoord. ,,Daaruit bleek dat de politie de kinderen wel hoorde, maar dat de stem van de ouders toch de doorslag gaf. Dat is niet de bedoeling.''

Het ontwerp voor de nieuwe euthanasiewet leidt vooral in confessionele kring tot protest, zowel wegens het `tegen Gods wil' beëindigen van het leven als wegens `aantasting van het ouderlijk gezag'. Elders wordt het vooral gezien als `codificatie' van een bestaande praktijk. Punselie, die de overtuiging heeft ,,dat je kinderen niet wezenlijk anders moet behandelen dan volwassen'', is evenals de meeste kinderartsen tevreden over de nieuwe wet. ,,Er is geen enkele reden om een minderjarig die weloverwogen een keus kan maken, dat niet te laten doen. Kinderen zijn niet het bezit van hun ouders. Het is niet zo dat de ouders tot in het ultieme de laatste stem hebben als het om hun kind gaat.'' Volgens artsen komt het vrijwel nooit voor dat terminaal zieke kinderen tegenover hun ouders komen te staan. Punselie erkent dat het gruwelijk zou zijn als dit wel zou gebeuren, en een arts zou tegen de wil van de ouders besluiten een kind te laten overlijden. ,,Maar niet gruwelijker dan wanneer een arts maar doorgaat met allerlei chemokuren omdat de ouders het willen, terwijl het kind zegt dat het niet meer kan.''

Wie kinderen serieus wil nemen, kan eigenlijk niet anders, vindt Punselie. ,,Anders zeg je: Je mag wel schreeuwen, maar als we het niet meer willen horen doen we onze oren dicht.''

    • Joke Mat