Conflict maakt gasproject in West-Afrika onzeker

Op het laatste moment voor de ondertekening is gisteren een overeenkomst voor levering van Nigeriaans aardgas aan de buurlanden Benin, Togo en Ghana op losse schroeven komen te staan door een onverwachte actie van Nigeria. Dat heeft de Dow Jones Nieuwsservice gisteren gehoord van een deelnemer aan de gesprekken over het project.

Vijf partners in een consortium dat door oliemaatschappij Chevron wordt aangevoerd, waaronder de Koninklijke/ Shell Groep, zouden een overeenkomst tekenen voor de aanleg van een pijpleiding van Nigeria naar Benin, Togo en Ghana. Chevron treedt op als projectleider. In een verklaring zegt de oliemaatschappij een politieke overeenkomst te hebben gesloten met Nigeria, Ghana, Benin en Togo, die het consortium het recht geeft om de offshore-pijpleiding te ontwikkelen. Binnen drie jaar zouden de leveranties van Nigeriaans gas dat bij de oliewinning vrijkomt en nu nog wordt afgefakkeld, beginnen.

Maar gisteren eiste de Nigeriaanse overheid plotseling het projectleiderschap voor zich op. Daarop weigerden de joint-venturepartners de overeenkomst te tekenen. De status van het project is nu onduidelijk. Een woordvoerdster van Chevron toonde zich evenwel optimistisch dat de problemen binnen enkele dagen kunnen worden opgelost. De pijpleiding die 400 miljoen dollar gaat kosten, zou 3,4 miljoen kubieke meter gas per dag gaan transporteren. Het project zou Nigeria helpen om het affakkelen (verbranden) van gas te verminderen. Nu wordt nog 70 procent van het aardgas in dat land afgefakkeld. (AP)