Abonnee op nieuwe diensten is goud waard

Wat is de klant waard? Voor een abonnee op De Telegraaf wordt op de beurs zo'n tweeduizend gulden betaald. Een klant van het Britse Freeserve, dat gratis Internet aanbiedt, is vijfduizend gulden waard en een abonnee van Libertel bijna het dubbele.

Telecombedrijven die een jaar geleden zaktelefoons weggaven ter waarde van 400 of 500 gulden werden geconfronteerd met opgetrokkken wenkbrauwen. Zouden zij dat geld ooit terugverdienen? Intussen gaan mobiele telefoonabonnees, ook zij die zijn gelokt met een gratis zaktelefoontje, voor het meer dan twintigvoudige van de hand. Deutsche Telekom kocht vorige week het Britse mobiele telefoonbedrijf One2One. Omgerekend bedroeg de overnameprijs ruim 10.000 gulden per abonnee. De beurs waardeert abonnees van het Nederlandse Libertel op zo'n 8.500 gulden.

Alle klanten zijn geld waard. Maar klanten die sterk groeiende nieuwe diensten afnemen zoals een Internetaansluiting of een mobiel telefoonabonnement brengen een fortuin op. Ondanks een koersdaling van Internetfondsen in de afgelopen weken, betalen beleggers op de beurs nog grif 5.000 gulden voor elk van de 1,25 miljoen niet betalende abonnees van de Britse Internetaanbieder Freeserve.

Ter vergelijking: de Amsterdamse beurs waardeert de betalende abonnee van De Telegraaf (ruim 800.000) en bijbehorende regionale kranten (400.000) op minder dan 2.000 gulden. In dit sommetje komt de krantenlezer er nog goed af, omdat de tijdschriftenlezers en tv-kijkers (SBS6) van het Telegraafconcern niet worden meegeteld. De waarde van een lezer van NRC Handelsblad is niet met die van een Telegraaflezer te vergelijken. Uitgever PCM van deze krant heeft geen beursnotering.

Algemeen directeur P. Snijder van de Nederlandse gratis Internetaanbieder Wish (ruim 150.000 abonnees) stelt dat de spectaculaire beursgang van Freeserve, vorige maand, hem niet van zijn stuk heeft gebracht. ,,Het is allemaal wat onwerkelijk'', zegt hij. Toch bereidt ook Wish volgens Snijder een beursgang voor. De waarde van een gratis Internetabonnee lijkt hoog, maar valt in het niet bij de bedragen die een klant van een mobiel telefoonbedrijf in het laatje brengt. Deutsche Telekom relativeerde de 10.000 gulden per klant die het betaalde voor One2One met de aantekening dat een concurrent als het Britse Orange op dik 14.000 gulden per abonnee wordt gewaardeerd.

Analist R. van der Valk van de zakenbank Credit Suisse First Boston spreekt van ,,een redelijk volle, maar niet overmatige prijs''. Volgens hem wordt in Europa op dit moment gemiddeld 4.000 dollar (8.200 gulden) betaald voor een mobiele telefoonabonnee.

Analist H. Rood van telecomadviseur Stratix wijst erop dat de inkomsten van zaktelefoons enige opwinding rechtvaardigen. Een mobiele abonnee besteedt al gauw tachtig gulden per maand, iets minder dan duizend gulden per jaar. Rood: ,,Een puber die als mobiele abonnee wordt binnengehaald, genereert dus in één klap meer inkomsten dan de zes tot zevenhonderd gulden per huishouden die KPN al jarenlang met conventionele telefonie verdient.''

Ook de kabelmaatschappij UPC (het moederbedrijf van onder meer het Amsterdamse A2000) kan pronken met klanten die duizenden guldens waard zijn. Gerekend naar de huidige beurskoers is dat meer dan 3.600 gulden per abonnee. Die hoge waardering verklaart het adembenemende tempo waarmee het Amerikaanse bedrijf kris kras in Europa kabelnetwerken opkoopt. Bij de uitbreiding van het UPC-belang in A2000 van 50 naar 100 procent betaalde UPC 2.700 gulden per abonnee.

Zolang de waardering op de beurs uitsteekt boven de torenhoge overnameprijzen kan UPC bij beleggers zijn hand blijven ophouden om kapitaal op te halen voor verdere expansie. Analist G. van Hamel Platerink van de Amerikaanse zakenbank Salomon Smith Barney spreekt van ,,publiek-private marktarbitrage''. UPC koopt kabelnetwerken, vaak van organisaties die zijn gelieerd aan overheden. Op de beurs heeft de belegger voor diezelfde netwerken aanzienlijk meer over.

De Europese branchevereniging van kabelaars Ecca becijferde onlangs dat Nederlanders met een abonnement van gemiddeld twee tientjes per maand behoren tot Europa's minst betalende televisiekijkers. Het lijkt dwaas om zo diep in de buidel te tasten voor een klant die zo weinig opbrengt.

Maar net als bij Internet en mobiele telefonie betaalt de belegger voor een rooskleurig toekomstperspectief in de kabelwereld. Na investeringen in verbetering van het netwerk zullen tv-abonnees ook op grote schaal telefonie en Internet van UPC-kabelnetwerken gaan afnemen, zo is de verwachting. Van Hamel Platerink heeft becijferd hoeveel geld er gestoken moet worden in de kabelnetwerken en welke toekomstige opbrengsten daar tegenover staan.

Op grond van deze berekening is een waardering van omgerekend bijna 5.800 gulden per abonnee zijns inziens gerechtvaardigd. ,,Het aandeel UPC kan nog heel wat omhoog'', concludeert de analist.

G. Kemme, een adviseur in de kabelbranche die onder meer betrokken was bij de verkoop van A2000, is het niet met hem eens. Hij wijst erop dat abonnees in een land als Nederland veel dichter bij elkaar wonen dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. In Nederlands zijn gemiddeld minder kilometers kabel nodig om een abonnee te bereiken, de koper van een kabelnet in de Randstad krijgt dus minder netwerk voor zijn geld dan de koper van een netwerk op het Amerikaanse platteland.

Een andere reden voor verschil in waardering is dat de opbrengst van Europese kabelnetwerken vooralsnog ver achterblijft bij Amerikaanse tegenhangers. Maar als het ligt aan de ambitieuze managers van kabelmaatschappijen als UPC zal dat verschil niet lang voortbestaan. De Europese klant zal meer geld aan kabeldiensten gaan besteden, is hun overtuiging. Een zak geld aan de horizon moet de torenhoge beurskoers rechtvaardigen.