VISPASTEI

In Suriname zijn verschillende vissoorten geschikt om er een pastei van te maken. De bekendste zijn kandratiki, grauwmurg en ban-ban die in zee worden gevangen. In Nederland is voor dit recept kabeljauw een goede vervanging van kandratiki.

Week twee sneetjes oud brood in wat melk. Breng in een pan 1 liter water aan de kook, samen met een ui, een teen knoflook, 3 piment korrels en een scheutje azijn. Azijn zorgt er voor dat het visvlees steviger wordt. Doe nu de schoongewassen vis in het kokend water en kook nog circa 10 minuten.

Haal vervolgens de vis met een schuimspaan uit de pan. Smelt 1 eetlepel boter, fruit hierin 1 fijngesneden ui, 2 fijngesneden tomaten, 2 takjes fijngesneden peterselie, 1 eetlepel tomatenpuree, 1 bouillonblokje en een halve eetlepel kappers.

Voor een pittige smaak mag u een Madame Jeanette-pepertje in fijne stukjes snijden en erbij doen. Maak de vis met een vork los, doe de geweekte en goed uitgeknepen sneetjes brood erbij, het ei, het gefruite mengsel en citroensap naar smaak. Meng alles goed door elkaar.

Verwarm de oven op 300 graden. Beboter een vuurvaste schaal en doe het vismengsel er in. Doe hier en daar wat klontjes boter erop en schuif de schaal in het midden van de oven.

Bak de vispastei in 20 minuten zodat er een korstje ontstaat. Ik gebruik voor deze vispastei geen paneermeel. Dien de vispastei met gebakken aardappels, een groente naar keuze en een salade van zoetzure bietjes op.