Short kansloos tegen superieur koffiehuisschaak

Slechts twee schakers wisten zich gisteren in het wereldkampioenschap in Las Vegas voor de vijfde ronde te plaatsen: Alexei Shirov en de Armeniër Vladimir Akopian. Nigel Short en de Bulgaar Kiril Georgiev liggen er uit en de andere twaalf spelers moeten vandaag een tiebreak spelen.

Net als op de eerste dag van de vierde ronde viel er gisteren maar één beslissing. Akopian won met kalme techniek een voordelig eindspel van Georgiev. Aan de andere borden ging het vaak heel voorzichtig toe, alleen Nigel Short was gedwongen om tot het uiterste te gaan, want hij moest winnen van Shirov om in de strijd te blijven op het WK.

Hij trok hard van leer door met het Koningsgambiet te openen. Net als Fedorov in een vorige ronde tegen Timman, en toen was het helemaal verbazend, omdat Fedorov het deed op een moment dat hij aan remise genoeg had. Short had meer reden om het avontuur te zoeken.

De avonturen kwamen inderdaad. Na Shorts pionoffer in de opening offerde Shirov een kwaliteit en Short had deze actie misschien weer moeten beantwoorden met een speculatief stukoffer. Hij deed dat niet en probeerde in het eindspel te winnen, wat net niet lukte.

Een beetje zuur voor Short, die in de sensationele eerste partij tegen Shirov een gewonnen stelling had gehad en ook nu weer hoop op een overwinning kon hebben. Van Shirov was natuurlijk verwacht dat hij ver zou komen in dit toernooi, maar het gaat hem wel moeizaam af. Eerst werd hij bijna uitgeschakeld door Sokolov, toen had hij grote moeite met de Braziliaan Milos en tegen Short moest hij het hebben van superieur koffiehuisschaak.

De andere favoriet in het toernooi, Vladimir Kramnik, heeft nog geen heftige emoties moeten verwerken. In de vorige rondes maakte hij met zwart steeds op simpele manier remise en met wit won hij rechtlijnig.

Het zag er even naar uit alsof hij dat gisteren ook tegen Veselin Topalov zou doen. Topalov heeft een slecht jaar achter de rug. Als enige was hij bij alle toptoernooien van dit jaar present, en bijna overal scoorde hij onder de maat. Kramnik kreeg voordeel na de opening, zoals bijna altijd als hij wit heeft, en Topalov werd door velen al opgegeven, maar ten onrechte. Hij rechtte de rug, bouwde een verdedigingsstelling op en Kramnik is dan niet iemand die zich gedwongen voelt om ijzer met handen te breken.

Zvjaginsev-Polgar en Fedorov-Movsesian waren spannende partijen. Een rare speler is die Fedorov. In de eerste partij had hij in een vlijmscherpe stelling achteloos twee volle tempi weggegeven en vervolgens redde hij zich uit de nood door een stukoffer dat eigenlijk pure bluf was. Gisteren won hij met swingend aanvalsspel al heel snel de dame voor toren en paard. Een kwestie van techniek was het verder, maar de techniek bleek niet zijn sterkste punt.

Judit Polgar viel fel aan, bracht een mooi stukoffer en kon er niets aan doen dat het uitliep op een gelijk eindspel.

Bij Gelfand-Chalifman en Dreev-Adams leek het alsof de spelers hun verantwoordelijkheid zo zwaar namen dat ze niet meer in staat waren om echt te schaken. Ze zetten hun stukken keurig neer en hielden er toen opeens mee op, bij Dreev-Adams al na veertien zetten.

Ivantsjoek en Nisipeanu hielden het iets langer vol, maar ook daar werd de strijd voortijdig gestaakt. Ivantsjoek stond beter, leek het. Deze geweldige speler is een trillend riet. Niettemin knap van Nisipeanu, de enige die niet bij de top honderd hoort, dat hij zo goed stand houdt.