`Premier Barak kan de man zijn die de vrede brengt'

De Arabische-Israeli Hashem Mahameed is lid van de prestigieuze Knesset-commissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie. ,,Barak is de enige die de integriteit heeft om vrede met de Palestijnen te sluiten.

Minuten lang wriemelt Hashem Mahameed in de werkkamer in zijn villa in de Arabische stad Umm-al-Fahm aan zijn faxapparaat. Via een andere lijn spreekt de eerste Israelisch-Arabische parlementariër die in de prestigieuze parlementaire commissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie is opgenomen met een jonge joodse Israeli die weigert in Tsahal, het Israelische leger te dienen.

De 18-jarige jongeman uit Jeruzalem schreef hem dat hij niet in het leger wil omdat het de arm is die het Palestijnse volk onderdrukt. Terwijl Hashem Mahameed vliegensvlug de fax leest realiseert hij zich plotseling dat het de eerste keer is dat een joodse dienstweigeraar bij hem te rade gaat. Hij is op deze kleine gebeurtenis in zijn lange strijd voor de rechten van de Israelische Arabieren en Palestijnen even trots als op zijn lidmaatschap van de Knesset-commissie.

,,Mijn leven is er door veranderd'', stelt hij vast. Israelische soldaten behandelen hem nu bij grensoverschrijdingen naar de Palestijnse gebieden met meer respect. Vragen aan instanties die vroeger, toen hij nog een gewoon parlementslid was voor de communistische Hadash-partij, vaak werden genegeerd worden nu snel beantwoord.

De communistische partij heeft hij intussen verruild voor de Verenigde Arabische Partij (5 zetels). Hoe belangrijk zijn benoeming in de Knesset-commissie ook is voor de 54-jarige Mahameed, de ,,mooie jongen'' van de Arabische politiek, hij is toch maar half tevreden. ,,Premier Ehud Barak had een Arabier tot minister moeten benoemen'', zegt hij bits. ,,Barak kreeg 95 procent van de Arabische stemmen. Dat was voor zijn verkiezingszege van doorslaggevend belang. Bij het coalitieoverleg vergat hij ons (Arabische partijen) volkomen alsof we niet bestonden!''. Bij veel Arabieren heeft dat kwaad bloed gezet. Toen dat tot Barak doordrong heeft hij snel twee Arabische parlementariërs in de belangrijke Knesset-commissie geplaatst en werd een andere Arabische politicus, Nawaf Mazalha, tot onder-minister van Buitenlandse Zaken gepromoveerd.

Hoewel ook Mahameed zich door het gedrag van Barak gekwetst voelt, heeft hij groot vertrouwen heeft in de vredespolitiek van de onervaren premier. Aan een gesprek met Barak, vlak voor de verkiezingen, bij Mahameed thuis heeft hij goede herinneringen.

,,Als hij wil kan Barak de man zijn die de vrede brengt. Hij is de enige die de integriteit heeft om vrede met de Palestijnen en de Arabische landen te sluiten. Bovendien is er in de Knesset een meerderheid voor vrede'', zegt hij. Mahameed – die ooit zei dat Hezbollah en de Palestijnen het recht hebben naar de wapens te grijpen - laat zich niet door Barak's zogeheten rode vredeslijnen (geen terugkeer naar de grenzen van 1967, Jeruzalem hoofdstad Israel, enz.) van de wijs brengen.

Hij ziet in de Israelische geschiedenis na de oorlog van 1967 een gestage afbrokkeling van politieke dogma's. Zei Golda Meir niet dat er geen Palestijns volk is en gaf Israel voor vrede met Egypte niet de hele Sinai-woestijn op? Wie had ooit kunnen denken dat de Israeli's de stad Yamit (in de Sinai) zouden vernietigen. Stapte Israel in Oslo niet over het taboe van onderhandelingen met de PLO heen?

Volgens deze logica is het nu aan Barak om dit historische proces af te maken door op basis van de ,,grenzen'' van 1967 en het accepteren van een Palestijnse staat naast Israel vrede te brengen. ,,Ik ben tegen verwoesting van de nederzettingen'', zegt hij. ,,Daar kunnen na het vertrek van de Israeli's Palestijnen wonen''.

Mahameed heeft zich in zijn lange politieke carrière verzet tegen wat hij noemt de ,,racistische Israelische onderdrukking van de Israelische Arabieren en voor de Palestijnse rechten''. Hij ontmoette Yasser Arafat toen dat volgens de Israelische wet mog verboden was en gaf ook ruchtbaarheid aan het gesprek met de Palestijnse leider in 1991. Kort daarna werd deze Israelische wet ingetrokken.

Mahameed beschouwt zichzelf als een Israelische Palestijn en ziet een onverbrekelijke band tussen de Palestijnse strijd voor onafhankelijkheid en die van de Israelische Arabieren voor gelijke rechten in alle opzichten in de staat Israel. ,,De intifada [de Palestijnse volksopstand die in 1987 uitbrak] heeft de nationale trots van de Israelische Arabieren gesterkt'', zegt hij. Mahameed kan niet wachten tot de dag waarop de Palestijnse staat wordt uitgeroepen. ,,Dat zal heel goed zijn voor de plaats van de Israelische Arabieren in de Israelische samenleving. De angst van de joodse Israeli's tegen ons zal wegebben. Er is dan geen oorlog meer tussen Israel, mijn land, en mijn volk'', zegt hij. ,,Wij Israelische Arabieren zullen dan even trots zijn op de Palestijnse staat als de joden in New York op Israel''. De Israelische Arabieren, die hechte banden hebben met hun Palestijnse broeders, kunnen volgens Mahameed in vredestijd een belangrijke brugfunctie tussen Israel en de Palestijnse staat vervullen. ,,Vooral op economisch gebied'', zegt hij.

Als nieuw lid van de buitenland- en defensiecommissie zou Mahameed graag nu al een schakel zijn tussen de Palestijnen en Israel. Dat hij is uitgesloten van een elite-subcommissie laat hem koud. Het gaat hem niet om kennis van Israel's grootste militaire geheimen maar om erkenning van het principe dat Arabische parlementariërs als gelijkwaardig zijn aan joodse.

Met het prestige van zijn nieuwe functie is zijn waarde op de Palestijnse politieke markt toegenomen. Een paar uur na zijn benoeming in de commissie was hij bij de Palestijnen in Ramallah, later in Gaza. Mahameed probeert zijn Palestijnse gesprekspartners ervan te overtuigen dat er voor premier Barak geen andere keus is dan vrede. Mocht de premier daar zelf twijfels over hebben dan zit hij volgens Mahameed voldoende ingekapseld in een groep ministers en politici die de erfenis van Oslo met zich mee dragen en die Barak tot ,,vrede zullen dwingen''.