Lekker op excursie door de sloppenwijken van Rio de Janeiro

`Slumming' is de nieuwste trend in de Braziliaanse toeristenindustrie. In plaats van het strand van Copacabana, een `tour de misère' naar de sloppenwijken. ,,Ik heb geen slóp gezien.''

Al om half negen 's morgens staan zij tandengepoetst en ontbeten klaar in de hal van het hotel. Paul de Waart – ,,ik kén de wereld; heb bij Buitenlandse Zaken gewerkt'' – heeft zijn camera op zijn buik gehangen. Zijn vrouw Lidia heeft een vers rolletje ingedraaid, en de zonneklepjes voor haar bril gemonteerd. Schoonzus Pauline gaat vandaag in safari. Met Camel Trophy op het khaki-vest geborduurd.

Terwijl andere toeristen zich opmaken voor uitstapjes naar het museum en het Suikerbrood, wachten zij op het beige busje van Favela Tour. Een ,,illuminating experience'', belooft de folder. De favela's of sloppenwijken van Rio zijn ,,broedplaatsen van geweld en armoede''. Maar de bevolking begroet je vriendelijk. Dus: ,,Don't be shy, and don't leave the city without doing it.''

Dat hoefde je De Waart geen twee keer te vertellen. ,,Deze armoede wilden we ook wel eens zien.'' Met de Braziliaanse tour-guide Marcelo Armstrong achter het stuur rijden wij langs de tanga-slips op het strand. Wij stoppen om een paar Belgen in te laden, en ten slotte een Zuid-Afrikaanse – ,,het verschil met Soweto zien, of course.''

Als het busje vol is, beveelt Marcelo de ramen dicht te doen. Met de airconditioner op hoog prijst hij zijn tour aan. ,,We gaan nu naar de gevaarlijkste plek in de gevaarlijkste stad van de wereld. Maar ik beloof dat we er veilig en levend uitkomen.'' Toonloos gaat hij verder. Over de drugsbazen, die de sloppenwijken in Rio beheersen. Hun wapens, en de eeuwige schietpartijen met de politie. ,,Zowel de drugsdealers als de politie zijn agressief'', verklaart de tour-guide. Het grote verschil is echter dat de politie `moordt zónder reden', terwijl de drugsdealers `het alleen doen mét een reden': ,,Ze elimineren lastpakken, dieven en mensen die hun drugs niet betalen. Maar als je de drugsbazen respecteert, is er niets aan de hand.''

Marcelo van de Favela Tour heeft zijn hart op de juiste plaats. Hij is niet als de meeste Brazilianen, zegt hij, met hun vooroordelen tegen de sloppenwijk. ,,Het zijn gewone mensen.'' Neem nu de sambascholen, de carnavalsorganisaties van de sloppenwijken. ,,Carnaval is het grootste toeristenproduct van Brazilië'', zegt Marcelo. ,,Maar men toont alleen het product, nooit de producenten. Wij bezoeken nu de echte `producenten'. Over tien minuten zijn we er.''

Een beetje opgejut, maar tevreden rijden wij even later de sloppenwijk Rocinha binnen. De rit ging nog langs de paardenrenbaan en de duurste school van Rio – ,,aan uw rechterhand het contrast tussen rijk en arm''. Nu kijken wij uit over de ongeverfde huisjes van de grootste favela van Rio. ,,Betalen ze gemeentebelasting?'', wil De Waart weten, terwijl hij met zijn toestel de beste hoek zoekt om deze kwak van 160.000 mensen tegen de berg op te fotograferen.

Veilig vanaf het dakterras – Marcelo heeft de sleutel – bekijken wij het leven van de dertig procent armen van Brazilië. Veel is er niet te zien. De bedrijvigheid van mensen die aan auto's sleutelen, boodschappen doen in de winkeltjes in het lagere deel van de wijk. In de praktijk is een favela niet anders dan een illegale stadsuitbreiding die zich met de jaren ontwikkelt. Eerst zijn er de hutten van planken en golfplaat. Maar langzaam worden het huizen van steen. Elke verdiende cent in de favela gaat in verbetering zitten. Op onverharde paden wordt cement gestort. En als er weer eens een gemeentebestuur goede sier wil maken, wordt er zelfs riolering gegraven. In dat opzicht is Rocinha een parel onder de sloppenwijken. Na veertig jaar is er water, afvoer en zelfs kabel-tv.

,,Wilt u een zuurtje?'', kapt mevrouw De Waart het zoveelste verhaal van de gids over schietpartijen af. Het gaat maar door, op mechanische, platte toon. Hij heeft verteld hoe de drugsmafia het waterreservoir, daar dat witte ding op de heuvel, speciaal voor de bevolking heeft gebouwd. ,,Ze doen echt goede dingen, die drugshandelaren.'' En hoe daarna de politie een `laffe' inval in de wijk deed. Waarom? ,,Ze dachten dat een ontvoerde dame in Rocinha verborgen werd gehouden.'' Het was de hele nacht schieten. De politie vanaf het dak van het benzinestation. En de drugsdealers schoten van boven uit de wijk terug. ,,Is ze weer vrij?'', wil mevrouw De Waart weten. ,,Wie? Oh, die rijke dame. Ja, en ze zat natuurlijk niet in Rocinha.'' ,,Waar dan wel?'', wil Paul de Waart weten. ,,In een andere sloppenwijk'', wuift Marcelo. ,,Ah'', concludeert De Waart. ,,Dus die sloppenwijken zijn niet helemáál veilig.''

Marcelo zwijgt. Het wordt tijd om weer eens op te stappen. In hoog tempo rijden wij door de winkelstraat van Rocinha. We moeten even kijken hoe een web van elektriciteitsdraden uit één lantaarnpaal tevoorschijn komt. Dan is er een vergeelde foto, nog door zijn vader genomen, over hoe het hier was voordat de sloppenwijk gebouwd werd. ,,So things have changed a lot'', concludeert Marcelo. Dan zijn wij de wijk alweer uit. Geen praatje met de `producenten' van het carnaval. Geen contact met `friendly population'. Niets.

Even later parkeert de gids zijn busje in een nette wijk. Wij krijgen nog een sociaal project met lieve zwarte kindertjes te zien – ,,je zou ze allemaal een snoepje geven.'' Je kunt er babysokjes kopen die de meisjes hebben gehaakt – ,,leuk voor ons nieuwe neefje.''

De gids legt uit dat dit de `positieve kant' van Brazilië is. Een deel van de opbrengst van zijn tour gaat naar deze gemeenschapsschool. Hoe veel? Marcelo maakt een vaag gebaar: tien procent, twaalf misschien? Dat houdt hij nu ook weer niet bij. Maar zijn trip kost zestig gulden per persoon! Gemiddeld twaalf toeristen per Favela Tour. En dat twee keer per dag. Dat levert een aardig centje op. Marcelo haalt zijn schouders op. ,,Het is business'', geeft hij toe. ,,Maar ik ben wel de eerste die ermee begonnen is. Ik sta in de Lonely Planet-reisgids en het Footprint Handbook. Ik doe iets diepers dan alle andere tour-guides.''

Tevreden kijkt Marcelo om zich heen. We staan in de bakkerij waar zijn tour eindigt. Het bedrijfje is van een man uit de sloppenwijk die een Oostenrijker tegenkwam. Deze leerde hem Apfelstrudel te bakken, en hij is nu een rijk man. ,,Het is bijna niet te geloven. Maar er worden hier zeshonderd Strudels per week gemaakt'', vertelt de gids. ,,Ze zijn van heel goede kwaliteit.''

,,Erg interessant'', meent de familie De Waart, als zij een half uur later weer op het terras van het hotel zit. ,,De gids wist heel veel te vertellen hè.'' Zij doen hun best, maar kunnen een toon van teleurstelling niet verbergen. De Waart vertelt over zijn ervaringen in India, ,,waar de mensen hun tanden in het riool poetsen''. Of Zuid-Afrika, waar alleen Mandela en, hoe heet-ie ook weer, Martin Luther King, een mooi huis hebben. Uiteindelijk is het mevrouw De Waart die onder de rauwe ham en de carpirinha het hoge woord eruit gooit: ,,Om u eerlijk de waarheid te vertellen'', zegt zij, ,,ik heb geen slóp gezien.''

Twee dagen later staat in de krant hoe in de favela Rocinha zes mensen zijn ontvoerd en geëxecuteerd. Een groep corrupte politieagenten verkocht wapens aan de drugshandelaren. Maar er ging iets mis met de bestelling. Precies op het moment dat wij met de Favela Tour op het dakterras van het panorama genoten, werden bij het waterreservoir boven in de wijk de zes agenten neergeschoten. Hun lichamen werden de volgende dag op een clandestiene begraafplaats van de drugsdealers gevonden.

    • Marjon van Royen