Kostenbesparing drijft fusiegolf in aluminiumsector

Net als het fusiegeweld in de olie-industrie wordt het samengaan van drie aluminiumproducenten in de nieuwe APA-groep gestimuleerd door lage productprijzen en hoge voorraden.

Kosten omlaag! is de boodschap voor industriële producenten die langdurig door lage afzetprijzen en oplopende voorraden worden geplaagd. Zo erg als in de olie-industrie had de Aziatische financiële crisis de aluminiumsector nog niet getroffen, maar wel erg genoeg om moeilijke, transatlantische fusiegesprekken in gang te zetten.

Het Canadese Alcan, het Franse Pechiney en de Zwitserse Algroup (AluSuisse-Lonza) kondigden vanochtend aan dat ze een fusie-overeenkomst hebben gesloten. Dan moet de nood hoog gestegen zijn, want marktanalisten fronsen hun wenkbrauwen over de cultuurverschillen die tussen Canadezen, Fransen en Zwitsers nog overwonnen moeten worden. Niettemin is het akkoord dat tussen de topmannen is bereikt zo ingrijpend dat het bijna niet meer mis kan gaan.

Grote, trotse oliemaatschappijen als Exxon, Mobil, BP en Amoco zagen zich anderhalf jaar geleden genoodzaakt tot fusies en overnames omdat ze voor langere tijd rekening hielden met een extreem lage olieprijs. Eind vorig jaar was de prijs voor ruwe olie beneden de 10 dollar per vat gedoken. Overproductie en grote voorraden waren daarvan de oorzaak. Wie dan nog een stevig marktaandeel wil behouden, moet drastisch in zijn kosten snijden. Alle oliefusies zijn daarop gericht. Samen sterk, is het motto.

Hetzelfde doet zich nu in de aluminiumindustrie voor. Op de Londense metaalbeurs noteerde het toonaangevende driemaandscontract voor aluminium in maart nog 1.159 dollar per ton, een dieptepunt in de voorbije zes jaar. Vóór de Aziatische crisis toesloeg, in augustus 1997, was de prijs nog 30 procent hoger. Intussen heeft de prijs zich weer hersteld, maar beweegt zich nog ver onder het niveau dat goed is voor de aluminiumbedrijven.

APA, de voorlopige naam voor het nieuwe Canadees-Frans-Zwitserse bedrijf, biedt voor dit probleem een oplossing, want de partners zien mogelijkheden om hun gezamenlijke kosten met 600 miljoen dollar per jaar te verlagen. Samen passeren ze in omzet de traditioneel grootste concurrent, het Amerikaanse Alcoa, en in smeltercapaciteit worden ze eveneens de grootste partij op deze markt.

Of dat laatste zo zal blijven is nog niet duidelijk. Plannen voor sluiting van minder rendabele smeltovens zijn niet bekendgemaakt, maar het ligt voor de hand dat er kritisch wordt gekeken naar elke vestiging. Ook in Nederland kan de fusie gevolgen krijgen. Pechiney in Vlissingen zal met zijn gemoderniseerde smelter waarschijnlijk geen inkrimping te wachten staan, hoewel dit bedrijf nog steeds geen nieuw, langlopend energiecontract heeft kunnen afsluiten. AluSuisse heeft twee Nederlandse vestigingen: een Benelux-hoofdkantoor in Breda en een fabriek in Rotterdam. Het persbericht dat APA vanochten uitgaf spreekt over ,,Europese hoofdkantoren''. Ongetwijfeld zal dat het kantoor van Pechiney in Parijs en en Zwitserse vestiging worden, Nederland blijft ongenoemd.

APA wordt ook de grootste speler ter wereld in de aluminiumverpakkingen, met 159 vestigingen, waarvan het grootste deel in Europa, en een totale omzet van 4,2 miljard dollar. In de productie van primair aluminium claimt APA de beste positie met de laagste kosten in te nemen, en in de verpakkingen levert de combinatie producten aan de vliegtuigindustrie, ruimtevaart, transport, farmacie, automobielen en blikjes voor de drankenindustrie.

De nieuwe topman, Jaques Bougie, die nu nog bestuurvoorzitter van Alcan is, ziet als gevolg van de fusie ,,grote waarde'' voor alle aandeelhouders van de partners ontstaan. Ook verwacht hij dat de leidende positie van APA voldoende kracht zal bieden voor ,,groei en expansie''.