Giftige squasher, brave coach

Babette Hoogendoorn is tijdelijk niet alleen squashbondscoach bij de vrouwen, maar ook bij de mannen. `Als ze me een stomme trut zouden vinden, hadden ze dat wel laten blijken. Anders zijn het een stelletje watjes.'

Babette Hoogendoorn, zesvoudig Nederlands squashkampioene, is tijdens het toernooi om de wereldbeker in Den Bosch een keurige bondscoach. Ze geeft voor en na de wedstrijden haar collega van de tegenpartij een hand en als de scheidsrechters een verkeerde beslissing nemen voor haar spelers verblikt of verbloost ze niet. ,,Als ik als mens niet zou zijn veranderd, had ik geen coach kunnen zijn.''

Als speelster was Hoogendoorn op z'n zachtst gezegd licht ontvlambaar. Het zorgde door de jaren heen voor een aanzienlijk aantal conflicten en ruzies met tegenstanders, ploeggenoten, arbiters en bestuurders. ,,Ik schrik soms van de verhalen van vroeger die er over mij worden verteld'', bekent ze. ,,Hoe ik op de baan was, hoe ik me op reis gedroeg. Ik was humeurig, arrogant, afstandelijk, asociaal, noem maar op, dus gewoon niet leuk. Ik heb nergens spijt van, hoor. Ik ben wie ik ben. En ik ben in ieder geval niet saai. Ik ben niet iemand van de middenweg.''

Haar felle karakter paste bij het topsporter-zijn, weet ze. ,,Ik ben de laatste tijd vrij gevoelig en sociaal geworden. Maar als topsporter sta je helemaal niet open voor die eigenschappen. Ik was een killer.''

Op het hoogtepunt van haar squashloopbaan bereikte ze de elfde plaats op de wereldranglijst. Het is de hoogste positie die een speler uit Nederland ooit heeft gehad. Hoogendoorn betwijfelt of ze met haar huidige karakter hetzelfde succes had kunnen boeken. ,,Misschien was ik dan zelfs helemaal niet gaan squashen. De sport was destijds mijn uitlaatklep. Pas later leerde ik met mijn emoties om te gaan. Ik had een enorme drive als squashster. Maar als ik destijds al emotioneel in balans zou zijn geweest, had ik die drive waarschijnlijk niet gehad.''

Door haar eigen ervaringen heeft Hoogendoorn alle begrip voor de wisselende gemoedstoestand van haar spelers. ,,Ik heb met iedereen aparte afspraken. Hoe ze gecoacht willen worden. En óf ze wel gecoacht willen worden. Ik wilde zelf ook niet altijd worden gecoacht. Soms had ik liever dat iemand gewoon maar zijn bek dicht hield. Dus als een speler geen zin in mijn gepraat heeft, dan houd ik toch mijn mond. Dan zien we later wel wat dat heeft opgeleverd. Ik voel wel aardig aan wat ik moet doen. Bij de een zeg ik meer dan bij de ander. Ik heb trouwens aan weinig woorden genoeg.''

Hoogendoorn (34) is sinds vorig jaar bondscoach bij de vrouwen. Na het ontslag van Sjef van der Heijden heeft ze de mannen er tijdelijk bijgekregen. Dus praat ze tijdens het wereldbekertoernooi in Den Bosch tussen de games in op nationaal kampioen Lucas Buit en de talentvolle Tommy Berden. ,,Ik doe tegen hen niet anders dan tegen de dames. We leven in een moderne tijd. Ik zeg nog altijd wat ik er van vind, ik ga niet zitten meepraten.''

Hoogendoorn denkt dat een vrouwencoach bij mannelijke sporters voordelen kan bieden. ,,Met een man als coach lijkt het wel of er geen ruimte voor zwakte is. Dan is het alleen maar gaan, gaan, gaan. Want je wordt al snel een zwakkeling genoemd. Maar ik merk toch dat ook mannen in de sport af en toe behoefte hebben zich kwetsbaar op te stellen. En dat doen ze makkelijker bij een vrouw.''

Hoogendoorn heeft tot nu toe alleen maar prettige ervaringen met de mannen. ,,Volgens mij hebben ze wel respect voor me. Als ze me een stomme trut zouden vinden, hadden ze dat toch wel laten blijken. Anders zijn het een stelletje watjes.'' Nederlands kampioen Buit zegt ,,geen problemen'' met Hoogendoorn als coach te hebben. ,,Ik ben een beetje mijn eigen coach. Maar zij geeft haar visie en daar pik ik de voor mij nuttige punten uit'', vertelt hij na zijn verloren partij tegen de Egyptenaar El Bolorosy. ,,De dingen die Babette tegen me heeft gezegd waren best wel zinnig.''

De kans is klein dat Hoogendoorn permanent tot mannencoach wordt benoemd. Want de squashbond wil aparte trainers voor de mannen en de vrouwen. ,,Ik zou het wel aankunnen'', vermoedt Hoogendoorn. ,,Ik twijfel niet aan mijn capaciteiten. Maar de liefde moet van twee kanten komen. De spelers moeten er dan ook achter staan. Want om hen draait het toch allemaal. Ik kan me best voorstellen dat ze het raar vinden als bij een WK met 128 mannen ik daar als de enige vrouw zou rondlopen.''

Anderen moeten maar bepalen of ze een goede coach is. ,,Als speler vond ik iemand een goede coach als hij zich niet profileerde ten koste van zijn spelers. Het is fout als de coach bekender is dan de spelers.'' Wat dat betreft heeft Hoogendoorn het moeilijk. Ze is een bekende verschijning in het squash. Als coach doet ze er echter alles aan niet op te vallen. Een kwestie van snel leren. ,,Bij mijn eerste EK, vorig jaar in Helsinki, gaven de dames aan dat ze zenuwachtig van mij werden. Ik leefde mee, zwaaide soms druk met mijn armen. Dat bleek dus storend te zijn.''

Hoogendoorn concludeert dat ze voor zichzelf als speelster geen goede coach is geweest. ,,Anders had ik wel beter met mijn emoties kunnen omgaan.'' En misschien had ze dan ook de toptien van de wereld gehaald. ,,Ik miste de basis en was ook te ongeduldig. Ik stond een keer met 9-1, 9-0 en 6-1 voor tegen Sarah Fiz-Gerald (wereldkampioene, red). Maar ik vond het saai worden en ging toen mijn spel veranderen. Ja, zo was ik.''